Overslaan en naar de inhoud gaan

Werk type: Actueel

Wij zijn verhuisd!

Bureau HHM is verhuisd. Wij zijn voortaan te vinden aan het Colosseum 11 in Enschede. Dit moderne kantoor sluit beter aan op onze wensen en biedt meer ruimte voor ontmoeting en samenwerking. We kijken er erg naar uit om ons nieuwe pand te betrekken.

Met deze verhuizing blijven we gevestigd op het Kennispark in Enschede. De verhuizing heeft geen gevolgen voor onze bereikbaarheid of onze dienstverlening.

Onze nieuwe contactgegevens:

Bureau HHM
Colosseum 11
7521 PV Enschede

info@hhm.nl
053 433 05 48

Bureau HHM ISO 27001 gecertificeerd

Bureau HHM is officieel gecertificeerd voor de internationale norm ISO 27001 voor informatiebeveiliging. De certificering is uitgevoerd door EIK Certificering. Met deze certificering tonen we aan dat we zorgvuldig omgaan met vertrouwelijke informatie. Dat is essentieel in ons werk, waarin we dagelijks met gevoelige gegevens van opdrachtgevers werken.

De ISO 27001-certificering bevestigt dat:

  • onze processen voor informatiebeveiliging aantoonbaar op orde zijn
  • risico’s rondom data en privacy actief worden beheerst
  • we continu werken aan het verbeteren van onze informatiebeveiliging

Voor opdrachtgevers betekent dit extra zekerheid. De certificering past bij onze inzet als het gaat om kwaliteit, zorgvuldigheid en betrouwbaarheid.
Meer weten over hoe wij omgaan met informatiebeveiliging of privacy? Neem dan gerust contact met ons op.

Skaeve Huse: advies en ondersteuning voor gemeenten en partners

Passende woonplekken voor inwoners met complexe problematiek

In veel gemeenten leeft de vraag: ‘Hoe bieden we inwoners met ernstige gedrags- of psychische problematiek een stabiele woonplek, terwijl tegelijkertijd de leefbaarheid voor omwonenden geborgd blijft?’. Skaeve Huse bieden hiervoor een bewezen oplossing: kleinschalige, prikkelarme woonplekken met intensieve begeleiding en professioneel beheer. Bureau HHM helpt gemeenten, corporaties en zorgaanbieders om deze voorzieningen haalbaar, betaalbaar én verantwoord te realiseren.

Het concept Skaeve Huse komt oorspronkelijk uit Denemarken en richt zich op mensen met complexe problematiek die niet meer kunnen wonen in reguliere woonwijken of gangbare vormen van opvang. Uit ervaring blijkt dat het concept vaak leidt tot meer stabiliteit voor bewoners en veel minder overlast voor de omgeving. Het concept verdient daarom een vaste plek in het woonzorglandschap van gemeenten.

Recente publicaties van Valente, samen met een veelbesproken Nieuwsuur‑item over toenemend verward gedrag, bevestigen de urgentie. Tegelijkertijd laten drie recente projecten van bureau HHM zien dat de realisatie van Skaeve Huse pas kansrijk wordt wanneer begeleiding, sociaal beheer, financiering en regionale woonzorgstrategieën goed zijn doordacht.

Voor de succesvolle implementatie van Skaeve Huse in een gemeente zijn daarom een paar belangrijke stappen te zetten waarbij bureau HHM op basis van ruim dertig jaar ervaring met wonen, zorg en maatschappelijke opvang kan helpen:

1. Strategisch en beleidsmatig advies
Wij helpen gemeenten bij het positioneren van Skaeve Huse binnen het bredere woonzorglandschap, inclusief koppeling met:

  • Een thuis voor iedereen
  • regionale woonzorgvisies
  • urgente woonopgaven en fair‑share afspraken
  • BW/MO‑ontwikkelingen en uitstroomvraagstukken

Resultaat: een onderbouwde richting en bestuurlijke besluitvorming op basis van feiten en scenario’s.

2. Kostprijzen, reële tarieven en financiële onderbouwing
Bureau HHM is expert in kostprijsonderzoek in het sociaal domein. Wij:

  • berekenen reële Wmo‑tarieven voor begeleiding, sociaal beheer en 24/7 bereikbaarheid
  • leveren een transparante kostprijsopbouw conform AMvB
  • toetsen varianten in uren, functies en samenwerkingsvormen
  • beoordelen scenario’s voor exploitatie, verhuur en beheer

Resultaat: financieel houdbare tarieven die kwaliteit borgen en aanbesteding mogelijk maken.

3. Inrichting begeleiding, sociaal beheer en veiligheid
Op basis van landelijke inzichten én praktijkervaring adviseren wij over:

  • benodigde uren en competenties van begeleiders
  • rol en inzet van sociaal beheer
  • taken en omvang van een coördinator
  • samenwerking met politie, wijkagent, handhaving en crisisdienst
  • inrichting en bekostiging van een 24/7 meldpunt

Resultaat: een voorziening die werkt voor bewoners, omwonenden én professionals

4. Doelgroep, selectie en plaatsingskaders
Succes valt of staat met de juiste instroom.
Bureau HHM ondersteunt bij:

  • doelgroepdefinitie
  • plaatsingscriteria
  • samenstelling en werking van een plaatsingscommissie
  • afstemming met ketenpartners (GGD, corporatie, MO/BW-aanbieders, veiligheid)

Resultaat: passende bewoners én een stabiele groep.

5. Omgevingscommunicatie en draagvlakopbouw
Wij helpen gemeenten met:

  • omgevingsanalyse en risicobeoordeling
  • communicatie naar omwonenden
  • voorbereiding van bijeenkomsten
  • incidentafspraken en terugkoppellijnen

Resultaat: vertrouwen en voorspelbaarheid in de wijk.

6. Procesmanagement en projectbegeleiding
Bureau HHM kan optreden als onafhankelijke procesbegeleider of projectleider.
Wij zorgen voor:

  • een helder projectplan
  • coördinatie van partners
  • voorbereiding van besluitvorming
  • monitoring en evaluatie tijdens de opstart

Resultaat: voortgang, duidelijkheid en gedragen keuzes.

Klaar om de volgende stap te zetten?
Neem contact op voor een oriënterend gesprek. Wij vertellen graag meer over onze ervaring in recente projecten. En natuurlijk maken wij desgewenst graag een concreet plan op maat voor uw gemeente. Het faciliteren van een startbijeenkomst met gemeente, corporatie en aanbieders om richting te bepalen behoort tot een van de mogelijkheden.

Beschermd wonen: van visie tot evaluatie

Binnen beschermd wonen en maatschappelijke opvang is al jaren een beweging gaande: van opvang naar wonen, van instellingen naar de wijk, van losse interventies naar samenhangend beleid. Gemeenten en regio’s staan daarbij voor stevige keuzes. Niet alleen over wat zij willen bereiken, maar ook over hoe zij die beweging zorgvuldig vormgeven en blijven toetsen. In de regio’s Enschede en Gelderland-Zuid werkte bureau HHM recent aan twee projecten op dit vlak die goed laten zien hoe beleid, uitvoering en evaluatie elkaar kunnen versterken.

Enschede: een gedeelde visie als vertrekpunt
In de regio Enschede werkten acht gemeenten samen met ervaringsdeskundigen en de stakeholders uit de regio aan de visie Een huis voor iedereen, een thuis voor iedereen – Visie MO/BW 2025 en verder’, onder projectleiding en penvoering van bureau HHM. Met als uiteindelijke doel dat inwoners zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen en meedoen in de samenleving. Dit betekent dat inwoners in de toekomst nog meer dan nu het geval is, langer zelfstandig kunnen blijven wonen in de wijk. Of weer sneller zelfstandig kunnen gaan wonen nadat ze tijdelijk in woning van een zorgaanbieder verbleven. Dat willen de gemeenten Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hengelo, Hof van Twente, Losser en Oldenzaal samen mogelijk maken.

De visie sluit aan bij landelijke ontwikkelingen zoals het Nationaal Actieplan Dakloosheid en het advies van de commissie Toekomst onder leiding van Dannenberg. Tegelijkertijd is nadrukkelijk gekeken naar de regionale context: de ontwikkelingen binnen domein wonen, de samenstelling van de doelgroep en de samenwerking tussen gemeenten, aanbieders, woningcorporaties en ervaringsdeskundigen. Het resultaat is een gedragen koers, opgebouwd rond zes inhoudelijke pijlers, die richting geeft aan zowel beschermd wonen als maatschappelijke opvang en die bewust is geconcretiseerd in een uitvoeringsagenda. Hierin staan niet alleen de concrete acties die de centrumgemeente de komende jaren wil oppakken. Ook de lokale gemeenten hebben nadrukkelijk een medeverantwoordelijkheid. Tegelijk hebben zij de ruimte om te werken aan wat nodig is met hun lokale situatie als startpunt. Zo werken de 8 gemeenten samen aan de belangrijkste maatschappelijke opgaven rond maatschappelijke opvang en beschermd wonen.

Gelderland-Zuid: reflectie op beleid in de praktijk
Waar de regio Enschede werkte aan een nieuwe gezamenlijke visie, stond in regio Gelderland‑Zuid juist een ander moment in de beleidscyclus centraal: de evaluatie van het beleidsplan Samen Dichtbij voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Met onderzoek bracht bureau HHM in beeld in hoeverre ambities, doelen en resultaten nog actueel zijn vanwege actuele maatschappelijke en beleidsmatige ontwikkelingen.

Door documentanalyse, interviews, reflectiebijeenkomsten en cliëntervaringsonderzoek ontstond een rijk beeld van waar het beleidsplan nog passend is en waar aanpassingen nodig zijn. Zo bleek dat veel uitgangspunten nog steeds actueel en relevant zijn. Het beleidsdoel Geïntegreerde GGZ in de wijk, met focus op ambulantisering en meer integratie in de wijk, is nog steeds wenselijk, Maar ontwikkelingen als woningkrapte, arbeidsmarktkrapte en de toegenomen complexiteit van de doelgroep maken dit moeilijk om te realiseren. Door interviews met de doelgroep zelf konden we knelpunten goed duiden en koppelen aan de ambities uit het beleidsplan. De evaluatie leidde tot heldere adviezen, waaronder het advies om onderscheid te maken tussen een compact visiedocument en flexibelere uitvoeringsplannen met heldere actiepunten. De regio heeft op basis van deze evaluatie besloten het beleidsplan aan te passen en hierbij gebruik te maken van deze aanbevelingen.

Twee projecten, één lijn
De visie en uitvoeringsagenda in regio Enschede laten zien hoe een gezamenlijke koers kan worden ontwikkeld die aansluit bij landelijke bewegingen én lokale realiteit. De evaluatie in Gelderland‑Zuid laat zien hoe belangrijk het is om die koers periodiek te toetsen: sluiten ambities nog aan, is de uitvoering haalbaar en waar is bijsturing nodig? De volgende fase is daar het beleidsplan aanpassen, op basis van de evaluatie.

In beide projecten werd duidelijk hoe belangrijk het is om in het proces nadrukkelijk samen te werken met verschillende domeinen binnen de gemeente die raken aan het beleidsterrein van MO en BW, met ervaringsdeskundigen en met stakeholders zoals zorgaanbieders en woningcorporaties. Dit geeft niet alleen een rijkere visie en uitvoeringsagenda, maar vergrootte tijdens het proces de kennis en het begrip over en weer.

Meebewegen met inhoud én proces
Binnen deze twee trajecten kon bureau HHM goed ondersteunen omdat wij inhoudelijke kennis hebben van beschermd wonen en maatschappelijke opvang, de doelgroep kennen én een zorgvuldig proces organiseren waarin beleid tot stand komt. Of het nu gaat om het ontwikkelen van een regionale visie, het vertalen daarvan naar een uitvoeringsagenda, of het evalueren van bestaand beleid: steeds staat de vraag centraal hoe gemeenten en partners samen kunnen werken aan oplossingen die recht doen aan inwoners én uitvoerbaar zijn in de praktijk. Door op verschillende momenten aan te sluiten: soms aan de voorkant, soms halverwege of juist bij de terugblik ontstaat ruimte om koersvast én wendbaar te blijven. Zo wordt stap voor stap gebouwd aan ondersteuning die mensen niet alleen een huis biedt, maar ook een thuis.

 

Evaluatie openstelling Wlz voor mensen met een psychische aandoening

Stabiliteit en (beter) passende zorg: dat was het doel van de openstelling van de Wet langdurige zorg (Wlz) voor mensen met een psychische aandoening die intensieve geestelijke gezondheidszorg (ggz) nodig hebben. Vier jaar na de invoering heeft bureau HHM, in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), deze openstelling geëvalueerd.

Waarom deze evaluatie?
Bij de invoering van de Wlz in 2015 was de grondslag ‘psychische aandoening’ nog uitgesloten. De verwachting was dat herstel bij deze groep mogelijk bleef en dat een blijvende behoefte aan nabijheid van zorg bij deze doelgroep lastig is vast te stellen. Tegelijkertijd was er al jaren kritiek op deze keuze, vooral vanuit het perspectief van rechtsgelijkheid en passende zorg. In 2021 werd de Wlz daarom opengesteld voor mensen met een psychische aandoening en een langdurige, intensieve zorgvraag.

De evaluatie brengt in beeld in hoeverre de openstelling van de Wlz heeft opgeleverd wat vooraf werd beoogd, namelijk (beter) passende zorg en meer stabiliteit voor deze kwetsbare doelgroep. Daarbij is niet alleen gekeken naar cijfers, maar vooral naar ervaringen van betrokkenen: mensen met een psychische aandoening en hun naasten, zorgaanbieders, gemeenten, zorgkantoren, het CIZ en landelijke beleidsmakers.

Wat levert de Wlz-openstelling op?
De hoofdconclusie van de evaluatie is:

  • Voor een groot deel van de mensen met een psychische aandoening sluit een Wlz-indicatie goed aan bij de behoefte aan stabiliteit, rust en continuïteit.
  • Voor een kleine groep mensen in complexe zorgsituaties heeft de openstelling (nog) niet geleid tot beter passende zorg.

Voor veel mensen betekent de Wlz minder herindicaties, meer zekerheid over hun woon- en zorgsituatie en ruimte om – binnen hun mogelijkheden – aan herstel en kwaliteit van leven te werken. Dat wordt door cliënten, naasten en professionals als winst ervaren.

Tegelijkertijd laat de evaluatie zien dat passende zorg niet vanzelfsprekend is. Met name mensen met zeer complexe problematiek (bijvoorbeeld een combinatie van psychiatrische aandoeningen, verstandelijke beperking en verslaving) vallen nog te vaak tussen wal en schip, ook binnen de Wlz.

Aanknopingspunten voor de toekomst
De evaluatie bevat geen concrete aanbevelingen, maar wel duidelijke aanknopingspunten voor vervolgstappen. Denk aan:

  • Afstemming tussen alle betrokken partijen voor het realiseren van integrale zorg en specifiek zorgaanbod voor mensen in complexe zorgsituaties;
  • Blijvend aandacht voor herstelmogelijkheden binnen de Wlz;
  • Gebruik van ruimte binnen de procedures zodat alle mensen waarvoor de Wlz is bedoeld toegang krijgen tot de Wlz, ook als alle informatie niet beschikbaar is
  • Sturing op mogelijk strategisch gedrag van aanbieders en gemeenten.

De uitkomsten van deze evaluatie worden gebruikt binnen de bredere werkagenda ‘Een betekenisvol leven met een langdurige psychische aandoening’, waarin betrokken partijen samen werken aan toekomstbestendige, passende zorg.

Meer weten?
De volledige rapportage Evaluatie openstelling Wlz voor mensen met een psychische aandoening aangeboden aan de Tweede Kamer. Neem contact op met een van onze betrokken collega’s voor meer informatie over dit onderzoek of onze expertise op het gebied van langdurige zorg en ggz.

 

Meer vraag naar huishoudelijke hulp zet Wmo onder druk

Steeds meer mensen doen een beroep op hulp bij het huishouden via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Nieuwe cijfers van het CBS laten zien dat het gebruik de afgelopen jaren fors is toegenomen. Vooral huishoudelijke ondersteuning groeit hard, met een duidelijke impact op gemeenten, aanbieders én uitvoerbaarheid van de ondersteuning.

In 2024 maakten bijna 1,3 miljoen inwoners gebruik van een Wmo maatwerk-voorziening. De uitgaven van gemeenten liepen daarbij op tot circa 6 miljard euro. De sterkste groei zit in de hulp bij het huishouden: sinds 2017 is het aantal gebruikers met ruim veertig procent gestegen. Vergrijzing en het langer zelfstandig thuis wonen spelen hierbij een belangrijke rol.

Toenemende spanning tussen vraag en uitvoering
De stijgende vraag naar huishoudelijke hulp zorgt voor toenemende spanning in de uitvoering. Gemeenten zien het aantal inwoners dat gebruikmaakt van huishoudelijke ondersteuning toenemen terwijl aanbieders het aantal beschikbare medewerkers kleiner zien worden.

In de praktijk kiezen steeds meer gemeenten ervoor om huishoudelijke ondersteuning minder frequent in te zetten, bijvoorbeeld één keer per twee weken in plaats van wekelijks. Dat roept vragen op over de effecten voor inwoners en de kwaliteit en zorgvuldigheid van de ondersteuning.

Onderzoek bureau HHM naar nieuw normenkader
Tegen deze achtergrond voert bureau HHM onderzoek uit naar de doorontwikkeling van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning. Dit normenkader wordt door een groot aantal gemeenten gebruikt bij beleid en indicatiestelling. Het huidige kader is gebaseerd op wekelijkse inzet van huishoudelijke hulp, terwijl de praktijk inmiddels is veranderd. In het onderzoek staat de vraag centraal onder welke voorwaarden minder frequente inzet verantwoord is, en wanneer dit niet passend of haalbaar is.

Kwaliteit en haalbaarheid als uitgangspunt
Nico Dam, bureau HHM: “Juist nu de druk op de Wmo toeneemt, is een stevige en goed onderbouwde basis nodig voor indicatiestelling. Daarbij moeten kwaliteit van ondersteuning, haalbaarheid in de uitvoering en financiële beheersing hand in hand gaan.”

Het nieuwe Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2026 moet gemeenten en aanbieders helpen om onderbouwde keuzes te maken, met oog voor rechtszekerheid, uitvoerbaarheid en passende ondersteuning voor inwoners.

Bijdragen?
U kunt als gemeente bijdragen aan dit onderzoek. Meer hierover leest u hier.
Wij vertellen u graag meer over de mogelijkheden en voorwaarden. Hiervoor kunt u contact opnemen met bureau HHM, telefoon 053 433 05 48.

Regionale urgentieregelingen en fair share afspraken

De krapte op de woningmarkt raakt steeds vaker mensen die snel een passende woning nodig hebben, vaak in combinatie met zorg, ondersteuning of begeleiding. Tegelijkertijd verplicht nieuwe wetgeving gemeenten om regionaal samen te werken aan duidelijke afspraken over urgentie, verdeling en uitvoering. Dit vraagt om meer dan alleen goede regels op papier.

Bureau HHM ondersteunt gemeenten en regio’s bij complexe vraagstukken op het snijvlak van wonen, zorg en welzijn. Wij hebben ruime ervaring met het opstellen van regionale urgentieregelingen, fair‑share afspraken en woonzorgvisies, onder meer in het kader van het programma Een thuis voor iedereen en het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting.

In onze aanpak combineren wij:

  • gedegen analyse van aandachtsgroepen en urgentiecategorieën;
  • inzicht in de impact op uitvoering, capaciteit, governance en woningzoekenden;
  • procesregie en begeleiding van regionale samenwerking tussen gemeenten, woningcorporaties en zorg‑ en welzijnspartners.

Of het nu gaat om het ontwikkelen van een regionale urgentieregeling, het maken van afspraken over een evenwichtige verdeling van urgente woningzoekenden, of het doorrekenen van scenario’s en uitvoeringsmodellen: wij zorgen voor een aanpak die inhoudelijk scherp is én uitvoerbaar blijft in de praktijk.

Werkt uw regio aan urgentiebeleid, fair‑share afspraken of een woonzorgvisie? Neem dan contact met ons op, wij denken graag met u mee over een passende en werkbare aanpak.

Ontwikkeling Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2026

De druk op gemeentelijke voorzieningen neemt toe. Ook op de huishoudelijke ondersteuning (HO). Om deze hulp zo goed mogelijk te kunnen blijven bieden aan inwoners kiezen steeds meer gemeenten voor ondersteuning één keer per twee weken in plaats van elke week. 

Het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning dat bureau HHM eerder ontwikkelde is gebaseerd op de inzet van hulp één keer per week. Dit normenkader is juridisch getoetst en wordt door meer dan de helft van alle gemeenten gebruikt als onderlegger voor het beleid en het indiceren van huishoudelijk ondersteuning. Het kader beschrijft hoeveel tijd per week de inzet van een professional nodig is.

Het blijkt dat in veel gemeenten de ondersteuning inmiddels eens per twee weken wordt ingezet. Het huidige normenkader biedt hiervoor wel een handvat, maar de inhoud daarvan is niet op basis van onderzoek tot stand gekomen. Daarom gaan we de voorwaarden onderzoeken waaronder de inzet eens per twee weken zorgvuldig en onderbouwd kan worden geleverd en wanneer dat mogelijk niet verantwoord is. Dat onderzoek gaat bureau HHM in de komende maanden uitvoeren. Het resultaat is een nieuw Normenkader HO 2026. We doen dit samen met onder andere gemeenten en aanbieders.

Meer weten?
Wilt u meer informatie over dit onderzoek of eventueel bijdragen? Wij vertellen u graag meer over de mogelijkheden en voorwaarden. Hiervoor kunt u contact opnemen met bureau HHM, telefoon 053 433 05 48.

 

Evaluatie programma Twentse Koers

Het programma Twentse Koers is een strategische samenwerking tussen de Twentse gemeenten, zorgverzekeraar en zorgkantoor Menzis, SamenTwente en provincie Overijssel. Binnen het programma wordt met meer dan 300 partners samengewerkt uit verschillende domeinen, met als doel de gezondheid van inwoners te versterken en de ondersteuning en zorg voor alle inwoners beschikbaar, betaalbaar en toegankelijk te houden. Bureau HHM evalueerde het programma en adviseerde over hoe het programma voortgezet kan worden na 2026.

De basis voor de werkagenda van Twentse Koers is het Regioplan Twente. Het huidige programma loopt tot eind 2026. Bij de start is afgesproken om het programma halverwege te evalueren. In opdracht van het Bestuurlijk Overleg Twentse Koers bracht bureau HHM in kaart in hoeverre de doelstellingen uit het Regioplan Twente worden behaald, hoe de ervaringen rondom de samenwerking zijn en wat het programma bijdraagt aan de huidige en toekomstige uitdagingen in Twente.

In december 2025 leverden we ons evaluatierapport en adviesrapport op. Het evaluatierapport bundelt de uitkomsten van de documentstudie, de cijfermatige analyse en de ruim 40 interviews die we hebben gehouden met een brede vertegenwoordiging van eigenaren, partners en medewerkers van Twentse Koers. Het adviesrapport bevat verschillende scenario’s voor het vervolg van Twentse Koers, inclusief een onderbouwde adviesrichting die we aan het Bestuurlijk Overleg hebben meegegeven.

Besluit Bestuurlijk Overleg Twentse Koers
Op woensdag 10 december 2025 heeft het Bestuurlijk Overleg gesproken over de evaluatie van Twentse Koers en over het vervolg van het programma na 2026. De waardering voor Twentse Koers werd volop uitgesproken. Bestuurders zijn trots op wat tot nu toe is neergezet. De meerwaarde werd vooral gezien in het domeinoverstijgende karakter van Twentse Koers. Net als de slagkracht en innovatiekracht. In het Bestuurlijk Overleg werd een breed draagvlak voor vervolg na 2026 uitgesproken. Ook is een richtinggevend besluit genomen over de toekomst van het programma. Het definitieve besluit over de toekomstige inhoud, organisatievorm en positionering van Twentse Koers volgt in de loop van 2026.

 


 


 

Evaluatie Wet ambulancezorgvoorzieningen: continuïteit en kwaliteit geborgd

Op verzoek van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft bureau HHM, samen met Erasmus Universiteit Rotterdam en de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, de doeltreffend- en toekomstbestendigheid van de Wet ambulancezorgvoorzieningen (Wazv) geëvalueerd. Deze wet is op 1 januari 2021 in werking getreden, na een periode van tijdelijke wetgeving, en beoogt een duurzame en toekomstbestendige wettelijke basis te bieden voor de ambulancezorg.

De Wazv regelt onder meer dat per veiligheidsregio één Regionale Ambulancevoorziening (RAV) is aangewezen voor onbepaalde tijd. Deze RAV heeft niet alleen het alleenrecht maar ook de plicht om ambulancezorg te leveren. Daarbij zijn publieke waarborgen voor kwaliteit en continuïteit opgenomen.

Uit gesprekken met relevante actoren blijkt dat de ambulancezorg in Nederland goed functioneert onder de Wazv. Respondenten uit het veld zijn zeer tevreden over de kwaliteit en continuïteit van de zorg. Over de kwaliteit is meerdere malen gezegd dat “het echt iets is om trots op te zijn”. De wet heeft volgens betrokkenen rust gebracht in de sector en investeringszekerheid gecreëerd. Continuïteit is de belangrijkste verdienste van deze wet. Ook richting de toekomst zal dit een belangrijke functie van de wet blijven.
Daarnaast wordt het richting de toekomst steeds belangrijker dat de wet voldoende flexibiliteit en ruimte biedt voor het kunnen inspelen op ontwikkelingen en ruimte biedt voor innovatie (onder andere in de samenwerking met partners in de acute zorgketen en uit het veiligheidsdomein). De ambulancezorg staat voor grote opgaven en is volop in ontwikkeling.

Voor het verder verbeteren van (de toekomstbestendigheid van) de ambulancezorg zijn er een aantal aandachtspunten uit de evaluatie naar voren gekomen. Deze aandachtspunten zijn onderverdeeld in zeven thema’s, namelijk: definitie, continuïteit, kwaliteit, zorg en veiligheid, innovatie en lerend vermogen, governance en doelmatigheid. Per thema geven we concrete adviezen.

Het rapport ‘Evaluatie Wet ambulancezorg- voorzieningen, De wet in de praktijk’.

Oost-Groningen werkt samen aan regionale woonzorgvisies

Vijf gemeenten in Oost-Groningen: Veendam, Stadskanaal, Oldambt, Pekela en Westerwolde, hebben samen een mijlpaal bereikt als het graat om hun toekomstvisie op wonen en zorg. Elke gemeente stelde onder begeleiding van bureau HHM een regionaal afgestemde woonzorgvisie vast voor 2026–2030. Deze aanpak sluit aan bij de nieuwe Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) waarin integrale woonzorgafspraken verplicht worden.

Gezamenlijke visie, lokale invulling
De gemeenten staan voor vergelijkbare opgaven: een groeiend aantal ouderen, een toenemende zorgvraag en behoefte aan nieuwe woonvormen voor kwetsbare groepen. Door samen te werken, willen de gemeenten voorkomen dat mensen tussen wal en schip vallen of dat gemeenten elkaar onbedoeld tegenwerken. Elke gemeente heeft een eigen visie ontwikkeld, met lokale accenten en specifieke speerpunten, maar met gezamenlijke regionale hoofdstukken en ambities.

Het doel is dat alle inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en dat de zorg die nodig is beschikbaar is. Dit vraagt om voldoende geschikte woningen, van seniorenwoningen tot beschutte woonvormen, en goede randvoorwaarden zoals steun in de buurt en bereikbare zorg. In elke visie staan vier thema’s centraal: bewustwording, noaberschap en zorgzame wijken, gedifferentieerd woonzorgaanbod en een passend voorzieningenniveau.

Voorbereid op nieuwe wetgeving
Oost-Groningen loopt met deze regionale aanpak vooruit op landelijke ontwikkelingen. De visies voldoen aan de eisen van de Wvrv en gaan zelfs verder door regionale samenwerking direct goed te regelen. Zowel Provincie als Rijk hebben belangstelling getoond voor de aanpak, die als voorbeeld kan dienen voor andere regio’s. Bestuurders uit de deelnemende gemeenten verwachten dat samenwerking voordelen kan opleveren voor inwoners. Tegelijk kan door slim samenwerken aan regionale thema’s en kennisdeling ook de slagkracht van de gemeenten vergroten. Daardoor kunnen gemeenten sneller inspelen op veranderingen in de zorgvraag en het aanbod beter afstemmen op kwetsbare groepen. Om dit te realiseren hebben de vijf gemeenten, vooraf aan de totstandkoming van de regionaal afgestemde woonzorgvisies, een Governance ingericht. Doel hiervan is om de werelden van het fysieke en het sociale domein bij elkaar te brengen, dit op lokaal en ook op regionaal niveau.

De rol van bureau HHM
Bureau HHM begeleidde het traject, van gegevensonderzoek tot het schrijven van de visiedocumenten. Wij brachten in nauwe samenwerking met de 5 gemeenten partijen bij elkaar, organiseerden werksessies en bewaakten de samenhang tussen de plannen.

“Het was fijn samenwerken met HHM, er werd snel geanticipeerd op wijzigingen in het proces en steeds constructief meegedacht over inhoud en proces”, zegt regionaal programmamanager Baukje Besling.

Bureau HHM hielp om de vergrijzing in beeld te brengen en zorgde dat regionale afspraken in alle visies werden opgenomen.

“Onze adviseurs kennen de zorg- en ondersteuningsvragen van kwetsbare mensen en vertalen die naar passende woonoplossingen”, aldus Lennart Homan van bureau HHM. “Daarnaast zien we dat deze regionale samenwerking het mogelijk maakt om sneller en effectiever te werken. Door kennis en ervaringen te delen, leren gemeenten van elkaar en kunnen ze gezamenlijk beter inspelen op de uitdagingen in de regio. Dit versterkt niet alleen de samenhang, maar zorgt er ook voor dat goede oplossingen breder worden toegepast.”

Vervolgstappen
De woonzorgvisies zijn in het najaar van 2025 door alle gemeenteraden vastgesteld. In 2026 volgt verdere uitwerking: per gemeente is extra capaciteit georganiseerd met als doel het lopende beleid voor wonen en sociaal domein gericht op de woonzorgopgaven aan elkaar te verbinden. Tevens om leemten in het woonzorgbeleid te ontwikkelen ten einde woonzorgaanbod beschikbaar te houden en in te richten naar de eisen van deze tijd. Hierbij wordt waar wenselijk regionaal opgetrokken. Verder is er het voornemen om een bestuurlijke woonzorgtafel in te richten om de voortgang te bewaken en knelpunten gezamenlijk op te lossen. Oost-Groningen heeft daarmee niet alleen een visie, maar ook een structuur om deze uit te voeren.

 

 

 

Toekomstbestendige zorg en ondersteuning: onze aanpak voor een welzijnsorganisatie

De samenleving verandert in hoog tempo. Steeds meer welzijnsorganisaties zien dagelijks de gevolgen van de vergrijzing, een afnemend mantelzorgpotentieel en steeds complexere hulpvragen. Tegelijkertijd wordt het vinden van voldoende professionals steeds lastiger. Hoe kun je als organisatie toekomstbestendig blijven in een regio waar de vraag naar zorg en ondersteuning tot 2035 fors stijgt?

Modelmatige én pragmatische aanpak
Bureau HHM ontwikkelde samen met een welszijnsorganisatie een modelmatige én pragmatische aanpak om deze uitdaging inzichtelijk en hanteerbaar te maken. Een model dat breed toepasbaar is voor elk type zorg- of welzijnsorganisatie, maar ook voor gemeenten.

De ontwikkeling van het model?
We brachten de huidige situatie in kaart, koppelden interne data aan externe bronnen (zoals data van het CBS, RIVM, Woonzorgwijzer) en bouwden een prognosemodel. Dit model laat zien waar de grootste groei zit, welke werksoorten het meest onder druk komen te staan en welke strategische keuzes kunnen worden gemaakt.

 Belangrijkste inzichten

  • In alle onderzochte gemeenten stijgt het aantal te verwachten cliënten en casussen fors, vooral bij ouderenadvies.
  • De intensiteit van de ondersteuning neemt toe, terwijl het aantal beschikbare professionals afneemt.
  • De aard van de hulpvragen verandert: meer psychische klachten, regieverlies, beperkte netwerken.
  • Een groeiend aandeel inwoners met een migratieachtergrond. Dit vraagt om meer cultuursensitieve begeleiding.
  • De verwachte arbeidsmarktkrapte vraagt om innovatie: kortere contacttijd per casus, minder contactmomenten per casus, meer groepsgewijze ondersteuning, inzet van vrijwilligers en digitale middelen.

De betreffende welzijnsorganisatie gebruikt deze inzichten voor strategische personeelsplanning en een aanpassing van het aanbod van diensten.

Oplossingsrichtingen uit de praktijk
Gerelateerd aan deze inzichten brachten wij verschillende oplossingsrichtingen en inspirerende voorbeelden uit het land in kaart zoals: 

  1. Community building en samenredzaamheid
    Samen met inwoners kijken wat nodig is in de wijk, en inzetten op wijkgerichte aanpakken. Door professionals laagdrempelig aanwezig te laten zijn, worden hulpvragen sneller gesignaleerd en opgepakt. Dit versterkt de sociale basis en voorkomt zwaardere problematiek.
  2. Financiering van locaties voor dagopvang
    In plaats van individuele indicaties wordt dagopvang per locatie gefinancierd. Dit maakt dagactiviteiten toegankelijker, stimuleert ontmoeting en ontlast professionals. De gemeente Hilversum deed dit succesvol, waar het aantal plekken voor dagactiviteiten sterk is toegenomen zonder extra kosten.
  3. Inzet van ervaringsdeskundigen en vrijwilliger
    Ervaringsdeskundigen kunnen het gat dichten tussen cliënt en professional. Vrijwilligers (maatjesprojecten) helpen eenzaamheid te verminderen en lichte hulpvragen op te vangen.
  4.  Slimmer organiseren en digitaliseren
    – Meer groepswerk in plaats van individuele begeleiding.
    – Beperken van reisbewegingen door cliënten naar locaties te laten komen.
    – Digitaal contact (beeldbellen, digitale dagbesteding) om professionals te ontlasten en bereik te vergroten.
    – Inzet van sociale robots voor eenvoudige taken en gezelschap. 
  5. Focus op de daadwerkelijke hulpvraag
    Door de onderliggende vraag centraal te stellen en domeinoverstijgend samen te werken, wordt inzet van medewerker efficiënter en wordt symptoombestrijding voorkomen.

Samen werken aan toekomstbestendige zorg
Deze opdracht laat zien dat een modelmatige én pragmatische benadering organisaties helpt om tijdig te anticiperen op maatschappelijke ontwikkelingen. Door te investeren in innovatie, samenwerking en het versterken van de sociale basis, blijft zorg en ondersteuning toegankelijk. Ook bij een groeiende vraag en een krimpende arbeidsmarkt.

Wil je meer weten over onze aanpak, meer goede voorbeelden of ben je benieuwd wat wij voor jouw organisatie kunnen betekenen?
Neem gerust contact op met een van de betrokken adviseurs.

 

Persoonsgerichte zorgtechnologie: toezichthoudende sensoren thuis

Van slimme sensoren tot GPS-horloges en alarmknoppen: zorgtechnologie kan bijdragen aan het vinden van een balans tussen vrijheid en veiligheid. Deze balans is voor iedereen anders, wat betekent dat er geen universele oplossing bestaat die voor iedereen werkt. Het is dan ook belangrijk om per cliënt en per situatie te bekijken welke mogelijkheden er zijn en welke afwegingen daarbij horen. Eerder deelden we een animatie die per ruimte liet zien welke toezichthoudende sensoren er thuis allemaal inzetbaar zijn. Nu hebben we een animatie ontwikkeld die helpt bij het maken van persoonlijke afwegingen en het gesprek hierover.    

Technologie als hulpmiddel voor persoonsgerichte zorg
Bij het aanbieden van technologie is het belangrijk dat de mens centraal blijft staan. De technologie moet ondersteunend zijn aan wat iemand nodig heeft om een goede dag te hebben en bijdragen aan positieve gezondheid. Dit vraagt om keuzes die passen bij de wensen en behoeften van de cliënt, waarbij eigen regie centraal staat.

Van visie naar praktijk
De volgende stap is het vertalen van de visie naar de dagelijkse praktijk. Dit betekent laten zien hoe je een bewuste afweging maakt tussen vrijheid en veiligheid, en hoe je deze keuzes toepast op de werkvloer. Zowel zorgmedewerkers als mensen op beleidsniveau spelen hierin een belangrijke rol: samen bepalen zij wat er wordt aangeboden en hoe dat aansluit op de behoeften van de cliënt.

Onderstaande animatie helpt om het gesprek aan te gaan over de risico’s, voordelen en nadelen. Als je erop klikt wordt het bestand gedownload en kun je de verschillende scenario’s bekijken.

Mogelijkheden toezichthoudende sensoren
Deze animatie laat per ruimte zien welke toezichthoudende sensoren er thuis allemaal inzetbaar zijn. Als je erop klikt wordt deze automatisch gedownload en kun je op mensen of kamers klikken om de mogelijkheden te verkennen. Per kamer kunnen verschillende keuzes gemaakt worden, afhankelijk van de behoeften van de bewoners. Het is essentieel om duidelijk te maken hoe je tot bepaalde afwegingen komt, zodat in de praktijk zichtbaar wordt hoe deze keuzes uitpakken.

Bureau HHM onderzoekt, adviseert en beweegt
Uit ervaring weten wij dat het moeilijk kan zijn om toezichthoudende technologie succesvol te implementeren bij ouderen in de thuissituatie. Wij ondersteunen u graag bij dit proces, bijvoorbeeld met advies en begeleiding bij:

  • Het ontwikkelen van een gedragen visie rondom toezichthoudende technologie bij ouderen in de thuissituatie;
  • Het keuzeproces voor toezichthoudende technologie, het uitwerken van een implementatieplan en het herontwerp van zorgprocessen
  • De structurele financiering en het uitwerken van een (maatschappelijke) business case voor toezichthoudende technologie;
  • Het evalueren van de zorg- of ondersteuningsprocessen waarbij toezichthoudende technologie wordt ingezet.

Lees ook tweeluik toezichthoudende technologie in de zorg: vrijheid versus veiligheid
Technologie speelt een steeds grotere rol in het waarborgen van veiligheid en autonomie. In de ouderenzorg, maar ook in de gehandicapten- en geestelijke gezondheidszorg, vragen complexe zorgbehoeften om innovatieve oplossingen. In een tweeluik onderzoeken wij hoe toezichthoudende technologie bijdraagt aan de veiligheid, zonder dat dit ten koste gaat van hun vrijheid.

Deel 1: Waarom gesloten deuren eigenlijk geen optie meer zijn
Deel 2: Waarom camera’s niet automatisch leiden tot meer veiligheid

Of bekijk de Routekaart – Op weg naar een opendeurenbeleid
Een opendeurenbeleid geeft mensen met dementie bewegingsvrijheid en dat komt ten goede aan het gevoel van autonomie en het welbevinden. Maar hoe open je die deuren? De Routekaart – Op weg naar een opendeurenbeleid beschrijft concrete stappen om te komen tot een beleid waarin veiligheid en vrijheid hand in hand gaan, met zoveel mogelijk bewegingsvrijheid in een veilige omgeving.

 

Onderzoek naar een toekomstbestendige sociale basis in Borne

De gemeente Borne vindt een stevige sociale basis voor haar inwoners belangrijk. Daarom wil de gemeente haar sociale basis – het netwerk van voorzieningen, initiatieven en ondersteuning – versterken en toekomstbestendig maken. Bureau HHM voert hiervoor een breed en diepgaand onderzoek uit. Met als doel inzicht te krijgen in de huidige stand van de sociale basis, de mate waarin deze inwoners effectief ondersteunt en waar kansen liggen voor verbetering.

Het onderzoek bestaat uit documentanalyse, benchmarking met vergelijkbare Twentse gemeenten, interviews met stakeholders, veldonderzoek onder inwoners en scenario-ontwikkeling. Zo ontstaat een rijk en gedragen beeld van wat werkt, wat beter kan en wat nodig is om de sociale basis in Borne inhoudelijk én financieel toekomstbestendig te maken.

We doen dit met een team van collega’s met verschillende expertises en achtergronden. Twee van de teamleden komen uit Borne en kennen het lokale speelveld goed. Lieset Jenneboer is in Borne geboren en woont er nog steeds met veel plezier: “Ik werk binnen bureau HHM mee aan veel verschillende projecten. Positieve impact maken voor inwoners, zorgvragers en zorgprofessionals vind ik daarbij erg belangrijk. Dat ik nu mee kan werken aan dit onderzoek in mijn eigen woonplaats is extra speciaal. Ik ken een deel van de sociale basis, maar waarschijnlijk een groot deel ook nog niet. Ik ken de lokale situatie goed en hoop dat we met dit onderzoek goed in kaart kunnen brengen wat we nog beter kunnen maken voor inwoners.”

Relatie met AZWA
Dit onderzoek sluit aan bij de uitgangspunten van het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) waarin preventie, samenwerking en eigen regie centraal staan. De inzichten uit Borne dragen bij aan het versterken van de sociale basis als fundament onder AZWA. Denk aan het vergroten van sociale cohesie, het stimuleren van inwonerparticipatie en het verbeteren van de toegankelijkheid van ondersteuning. Door de sociale basis te versterken, wordt de beweging naar de voorkant van het sociaal domein concreet en duurzaam.

Ook voor andere gemeenten
Bureau HHM voert dit type onderzoek uit voor meerdere gemeenten, in verschillende fasen: van beleidsontwikkeling tot implementatie.

Recent hielpen we een andere middelgrote gemeente in de regio met de implementatie van een nieuwe inrichting van het sociaal domein, waarbij we samen met stakeholders en inwoners toekomstscenario’s ontwikkelden en concrete aanbevelingen deden. Kern van de nieuwe werkwijze binnen deze G-40 gemeente is een samenwerkingsverband waarin aanbieders van Welzijn, Wmo en Jeugdhulp zijn verenigd en dat onderdeel uitmaakt van de sociale basis. Hier kunnen inwoners zoveel mogelijk in hun eigen wijk terecht voor allerlei vormen van ondersteuning.

Onze aanpak is altijd maatwerk, met oog voor lokale context, bestuurlijke gevoeligheden en draagvlak onder betrokkenen.

Benieuwd wat bureau HHM voor uw gemeente kan betekenen?
Neem gerust contact met ons op.

 

Evaluatie subsidieregeling palliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis

Bureau HHM is, in opdracht van het ministerie van VWS, gestart met een evaluatie van de subsidieregeling voor palliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis. Deze regeling, die loopt tot 1 januari 2027, bestaat uit drie onderdelen en ondersteunt daarmee: (1) vrijwilligers in de palliatieve terminale zorg, (2) geestelijke verzorging aan huis en (3) de netwerken palliatieve zorg.

Doel van de evaluatie
De centrale vraag is in hoeverre de regeling per onderdeel, tussen 2020 en 2025, doeltreffend en doelmatig is geweest en of er verbeterkansen zijn. Om hier een goed beeld van te krijgen, worden cijfers en documenten onderzocht en interviews gehouden met betrokken partijen. De uitkomsten daarvan worden vervolgens getoetst bij de betrokken partijen, waarna met elkaar gekeken wordt naar verbetermogelijkheden voor de toekomst.

Planning
De evaluatie loopt van september 2025 tot en met maart 2026.

Met deze evaluatie wil bureau HHM bijdragen aan een toekomstbestendige en effectieve subsidieregeling voor palliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis.

Louise Pansier: “Je gunt iedereen een waardige laatste levensfase met de ondersteuning die daarbij nodig is. Goede palliatieve zorg maakt een groot verschil voor zowel patiënten als hun naasten.”

Ervaring bureau HHM palliatieve zorg
Bureau HHM heeft veel ervaring met palliatieve zorg. Zo deden we eerder onder andere onderzoek naar hoe goede zorg in de laatste levensfase georganiseerd kan worden voor specifieke doelgroepen, naar de werking van Palliatieve Zorg Nederland (PZNL), en naar de voortgang van het Nationaal Programma Palliatieve Zorg. Deze projecten helpen om de huidige evaluatie goed en zorgvuldig uit te voeren.

Publieksversie van het Normenkader Begeleiding nu beschikbaar

Het Normenkader Begeleiding is nu beschikbaar in een publieksversie. Het Normenkader Begeleiding helpt bij het bepalen van de aard en omvang van Wmo-begeleiding. Het is een hulpmiddel om te komen tot een gedegen en toetsbare afweging. Deze publieksversie maakt het kader voor iedereen toegankelijk en biedt een heldere uitleg van de totstandkoming, de uitgangspunten en de stappen die het normenkader volgt.

Gemeenten kunnen de publieksversie bijvoorbeeld delen met hun ketenpartners, zodat ook aanbieders, professionals en andere betrokkenen inzicht krijgen in de werkwijze en uitgangspunten van het normenkader. Dit draagt bij aan meer duidelijkheid, transparantie en een gezamenlijke taal binnen het sociaal domein.

Voordelen van het Normenkader Begeleiding
Het normenkader helpt de Wmo-consulent om:

  • diens professionele afweging – nog meer – transparant, afgewogen en eenduidig te maken;
  • samen te werken vanuit gedeelde normen en verwachtingen;
  • het gesprek te voeren over passende aard en omvang van begeleiding;
  • continu te verbeteren vanuit een gezamenlijke basis.

Ondersteuning bij implementatie
Een goede implementatie en borging van het normenkader vraagt om maatwerk. Wij ondersteunen gemeenten en regio’s hierbij graag: van bewustwording en het creëren van draagvlak tot praktische toepassing in beleid, uitvoering en monitoring.

Instrument voor het indiceren van Wmo-begeleiding
Het Normenkader Begeleiding is ontwikkeld door bureau HHM en Factum Advies, op basis van opdrachten uitgevoerd voor meerdere gemeenten en een gezamenlijke doorontwikkeling en validatie door beide bureaus. De publieksversie van het Normenkader Begeleiding, dit is een kortere versie van het Normenkader Begeleiding 2.0. Neem voor een uitgebreidere toelichting contact met ons op.

Praktijkvoorbeeld Purmerend
De gemeente Purmerend werkt met het normenkader begeleiding. Het helpt om besluiten over de ondersteuning beter te onderbouwen, bij het voeren van gesprekken met inwoners en het uitleggen van keuzes richting de gemeenteraad. PONT | Zorg & Sociaal sprak hierover met de gemeente.

 

 

Samenwerken aan een landelijk afwegingskader voor gebruikelijke zorg

In opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) ontwikkelt bureau HHM een landelijk afwegingskader voor gebruikelijke zorg, samen met een praktische handreiking voor gemeenten. Dit kader helpt gemeenten bij het beoordelen van hulpvragen binnen de Jeugdwet en de Wmo. Het project bestaat uit het opstellen van het afwegingskader en het ontwikkelen van een handreiking. Het resultaat moet bijdragen aan gelijke beoordeling en heldere verwachtingen voor iedereen die ondersteuning nodig heeft.

Iedereen verdient passende zorg en ondersteuning, ongeacht waar je woont of wie je bent. Toch blijkt in de praktijk dat het begrip ‘gebruikelijke zorg’, de zorg die je van ouders, huisgenoten of naasten mag verwachten, niet overal hetzelfde wordt uitgelegd. Dit kan leiden tot rechtsongelijkheid en onzekerheid voor mensen die hulp nodig hebben.

Het doel van het onderzoek van bureau HHM is om samen met betrokkenen een landelijk afwegingskader te ontwikkelen dat een stevig fundament biedt om hulpvragen objectief, transparant en rechtvaardig te beoordelen.

Wat levert het op?

  • Eenduidigheid en transparantie: Het kader biedt een landelijke standaard voor het  beleid over gebruikelijke zorg, waardoor interpretatieverschillen tussen gemeenten worden verminderd.
  • Rechtszekerheid: Door het kader toe te passen, kunnen gemeenten hun beslissingen beter onderbouwen en zijn inwoners verzekerd van een eerlijke en consistente beoordeling.
  • Praktische handreiking: Naast het kader wordt een handreiking ontwikkeld met concrete voorbeelden en casuïstiek, zodat consulenten het kader kunnen toepassen in de dagelijkse praktijk.
  • Draagvlak en aansluiting bij de praktijk: Het kader wordt ontwikkeld in nauwe samenwerking met gemeenten, landelijke partijen en cliëntorganisaties, waardoor het aansluit bij actuele vraagstukken en uitvoeringspraktijk.

Zelf meedenken?
Momenteel staat een vragenlijst open waarmee we input ophalen over gebruikelijke zorg. Wilt u een bijdrage leveren aan het afwegingskader? Vul dan uiterlijk 23 oktober de vragenlijst in.

Meer weten?
Het definitieve afwegingskader en de handreiking worden in het eerste kwartaal van 2026 verwacht. Wil je meer weten over dit project of op de hoogte blijven van de voortgang? Neem contact op met bureau HHM.

Evaluatieonderzoek openstelling Wlz voor mensen met een psychische aandoening

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft bureau HHM gevraagd om te onderzoeken of de openstelling van de Wet langdurige zorg (Wlz) voor mensen met een psychische aandoening goed werkt. Het doel is om te kijken of deze mensen nu betere zorg krijgen en welke dillema’s of vragen er zijn.

De centrale onderzoeksvraag luidt: in welke mate heeft de openstelling van de Wlz voor mensen met een psychische aandoening bijgedragen aan de geformuleerde beleidsdoelen, en welke inzichten biedt dit voor toekomstig beleid? Om deze vraag goed te beantwoorden kijken we naar het doel van de wet, hoe de regels tot stand zijn gekomen, hoe het in de praktijk werkt en wat het resultaat is.

Er zijn verschillende perspectieven op ‘waar’ mensen met een psychische aandoening het beste geholpen kunnen worden. Er bestaan geluiden dat de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) niet genoeg zekerheid biedt voor deze groep. Maar ook dat de Wlz, van waaruit mensen levenslang 24 uur per dag zorg kunnen krijgen, misschien te zwaar is en mogelijk herstel of ontwikkeling belemmert. Dit leidt tot spanningsvelden in beleid en uitvoering.

Projectleider Patrick Jansen: “Wij zijn erg benieuwd naar de uitkomsten van dit onderzoek. We deden al vaker onderzoek naar deze doelgroep ook in combinatie met de Wlz. In dit onderzoek komen de verschillende perspectieven op zorg voor deze mensen samen. Door deze systematisch te verzamelen en hierover gezamenlijk in gesprek te gaan, hopen we te komen tot gedragen aanbevelingen die de zorg nog beter kunnen maken.”

Wat levert het onderzoek op?
Het onderzoek geeft een duidelijk beeld van wat de openstelling van de Wlz betekent voor mensen met een psychische aandoening. Door interactie tussen de perspectieven vanuit verschillende kanten en het gebruik van objectieve cijfers, ontstaat een goed beeld van wat goed gaat en wat beter kan. De resultaten helpen het ministerie en andere organisaties om de zorg voor deze groep verder te verbeteren en beter aan te laten sluiten bij de behoeften van mensen met een psychische aandoening.

Ervaring met onderzoek naar zorg voor mensen met een psychische aandoening en de Wlz
Voor het CIZ ontwikkelden we in 2015, met hulp van de Universiteit Twente, het Wlz-afwegingskader waarmee het CIZ een zorgvuldige afweging kan maken bij het bepalen van de toegang tot de Wlz. De Wlz bood toen nog geen zorg voor mensen met een psychische aandoening.

In 2017 hebben we geïnventariseerd hoeveel mensen met een psychische aandoening die gebruik maakten van verblijfszorg, toegang zouden krijgen tot de Wlz als de wet zou worden opgesteld voor (een deel van) deze groep. Dit onderzoek werd gedaan in opdracht van het ministerie van VWS, nadat Zorginstituut Nederland in 2015 had geadviseerd om deze mensen toe te laten tot de Wlz. Vervolgens hebben we in opdracht van VWS de zorgprofielen GGZ-Wonen ontwikkeld.

Later onderzochten we ook wat het zou betekenen als jongeren met psychische problemen toegang zouden krijgen tot de Wlz. Daarbij hebben we gekeken naar hoeveel jongeren het zouden zijn en de gevolgen hiervan voor de uitvoering en de kosten. Daarop is de Wlz niet opengesteld voor deze groep. Jongeren met psychische problemen krijgen de zorg vanuit de Jeugdwet.

Meer weten?
Hieronder zie je welke collega’s betrokken zijn bij dit onderzoek en hoe je contact met hen kan opnemen.

Voorkom zorgverzwaring bij jongeren met Wlz-zorgprofiel VG7

In september 2025 heeft VWS een Kamerbrief over Meerzorg thuis aan de tweede kamer aangeboden, met als bijlagen: ons rapport over de instroom van jongeren met zorgprofiel VG7 en gedetailleerd uitgewerkte levensreizen van deze jongeren.

Het aantal Meerzorg-aanvragen in de gehandicaptenzorg stijgt. Hierbij valt op dat er een groep jongeren is die (vanuit de Jeugdwet óf Wmo óf zonder zorggeschiedenis) direct met een hoge VG-indicatie de Wlz instroomt. Zonder dat duidelijk is hoe of waarom dit gebeurt. Om onnodige verzwaring van zorg- en ondersteuningsvragen te voorkomen, wilde het team Gehandicaptenzorg van de Directie Langdurige Zorg (DLZ) meer inzicht in de kenmerken en afgelegde reis in zorg- en ondersteuning van deze jongeren.

Het gaat om de groep jongeren tussen de 12 en 27 jaar die:

  • zonder eerdere Wlz-indicatie een VG7-indicatie krijgen, óf
  • zonder eerdere Wlz-indicatie een VG6-indicatie krijgen én binnen een jaar doorstromen naar VG7, en/of
  • binnen een jaar na de VG7-indicatie Meerzorg ontvangen.

We hebben allereerst met CBS-data de kenmerken van de doelgroep in beeld gebracht. We analyseerden de zorgreis die deze jongeren hebben afgelegd, van de periode voor hun Wlz-indicatie tot aan de zorg die zij momenteel ontvangen. Door gesprekken te voeren met de jongeren zelf (en/of hun naasten), professionals en de begeleidingscommissie hebben we het verhaal achter de cijfers in kaart gebracht. Met als resultaat herkenbare levensreizen uit de dagelijkse praktijk.

Om oplossingsrichtingen te identificeren en deze te prioriteren op impact en haalbaarheid, hielden we twee reflectiebijeenkomsten met ervaringsdeskundigen.

Dit heeft geleid tot drie cruciale oplossingsrichtingen om de zorg voor de betreffende jongeren beter te maken.

  1. Vroegtijdig signaleren door meer in te zetten op Integrale Vroeghulp en Verklarende analyse.
  2. De juiste context bieden door kennisvergroting bij professionals via een goed werkende kennisinfrastructuur, uitbreiding van aanbod op het gebied van sociaal emotionele ontwikkeling binnen de Jeugdzorg, uitbreiding van woonplekken voor deze specifieke groep jongeren, verduidelijking van de Wlz-toegangscriteria en versoepeling van de overgang van de Jeugdwet tot de Wlz.
  3. Het systeem van de jongere ondersteunen door informele hulp vanuit de maatschappij te stimuleren, de bekendheid van cliëntondersteuning te vergroten en meer passende logeerplekken, dagbestedingsplekken en BSO voor deze doelgroep te creëren.

Om te zorgen dat deze drie oplossingsrichtingen daadwerkelijk effect hebben is het een voorwaarde dat regie wordt gevoerd op de zorg- en ondersteuningsvraag. Betrokken partijen dienen gezamenlijk afspraken te maken over een integraal plan voor de jongere. En als blijkt dat het niet lukt om een passende integrale aanpak te realiseren is het nodig dat een casusregisseur (op cliëntniveau) en procesregisseur (op organisatieniveau) worden aangewezen. Het resultaat van goede regievoering is dat alle betrokkenen goed gaan samenwerken. En goede samenwerking op zowel casusniveau als organisatieniveau is essentieel om tot passende zorg te kunnen komen voor de doelgroep van dit onderzoek.

Evaluatie programma Twentse Koers

Het programma Twentse Koers is een strategische samenwerking tussen de veertien Twentse gemeenten, zorgverzekeraar en zorgkantoor Menzis, SamenTwente en provincie Overijssel. Binnen het programma wordt met meer dan 300 partners samengewerkt uit verschillende domeinen, met als doel de gezondheid van inwoners te versterken en de ondersteuning en zorg voor alle inwoners beschikbaar, betaalbaar en toegankelijk te houden. Twentse Koers wil het programma graag evalueren en onderzoeken hoe het voortgezet kan worden na 2026.  

Bureau HHM is gevraagd om deze evaluatie uit te voeren. In dit onderzoek brengen wij met een documentstudie, interviews en een data-analyse in kaart:

 

  1. In hoeverre het programma op schema ligt en of de doelstellingen worden behaald;
  2. Of missie, visie en organisatievorm aansluiten bij de regionale uitdagingen en landelijke ontwikkelingen;
  3. Of de huidige organisatievorm voldoende effectief is met het oog op de huidige en toekomstige maatschappelijke opgaven.

De uitkomsten van het onderzoek worden dit najaar opgeleverd in een evaluatierapport en een rapport met uitgewerkte scenario’s voor de toekomst met een adviesrichting. Op basis van deze rapporten kan een besluit worden genomen over het vervolg van Twentse Koers.

 

Langer thuis met zorgtechnologie: welke mogelijkheden bieden toezichthoudende sensoren?

Toezichthoudende technologie is veelbelovend als het gaat om het zolang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen. Het stelt zorgverleners in staat om ook op afstand een oogje in het zeil te houden en kan bijdragen aan de doelstellingen van het WOZO-programma. Deze animatie laat per ruimte zien welke toezichthoudende sensoren er thuis allemaal inzetbaar zijn. Als je er op klikt wordt deze automatisch gedownload en kun je op mensen of kamers klikken om de mogelijkheden te verkennen.

 

Bureau HHM onderzoekt, adviseert en beweegt

Uit ervaring weten wij dat het moeilijk kan zijn om toezichthoudende technologie succesvol te implementeren bij ouderen in de thuissituatie. Wij ondersteunen u graag bij dit proces, bijvoorbeeld met advies en begeleiding bij:

  • Het ontwikkelen van een gedragen visie rondom toezichthoudende technologie bij ouderen in de thuissituatie;
  • Het keuzeproces voor toezichthoudende technologie, het uitwerken van een implementatieplan en het herontwerp van zorgprocessen
  • De structurele financiering en het uitwerken van een (maatschappelijke) business case voor toezichthoudende technologie;
  • Het evalueren van de zorg- of ondersteuningsprocessen waarbij toezichthoudende technologie wordt ingezet.

Onder bepaalde voorwaarden kunt u voor deze activiteiten een STOZ-subsidie aanvragen. We denken graag met u mee of én hoe uw organisatie deze subsidieregeling mogelijk kan inzetten.

 

Uitvoering Plan van aanpak Drugsbestrijdingsfonds 2025 – 2027 Enschede

De gemeente Enschede wil meer doen om harddrugsgebruik tegen te gaan. Daarom stelde de gemeente hiervoor eind 2023 vijf ton beschikbaar. Bureau HHM werd gevraagd om – in de rol van projectleider – een plan van aanpak op te stellen gericht op preventie. Met betrokken partijen in de stad is de afgelopen periode hard gewerkt aan dit plan. De komende drie jaar gaan we aan de slag met de uitvoering van het plan.

Het Plan van aanpak Drugsbestrijdingsfonds 2025 – 2027 is uitgewerkt langs twee pijlers; bewustwording en deskundigheidsbevordering bij professional. Het doel is om in de komende drie jaar het harddrugsgebruik onder jongeren in de leeftijd van 12 tot 23 jaar te verminderen. Enschede wil jongeren bewust maken van de schadelijke gevolgen van harddrugsgebruik.

Hiervoor worden onder andere verschillende activiteiten opgezet:

  • voorlichting op scholen
  • voorlichting op feesten en festivals
  • een interactieve voorstelling voor en door scholieren in wijkcentra
  • een interactief symposium voor studenten
  • handhaving op harddrugsgebruik
  • een publiekscampagne

Samenwerking
De activiteiten en maatregelen uit het plan sluiten zoveel mogelijk aan op bestaand beleid en activiteiten die al plaatsvinden. Zo versterken de nieuwe en bestaande acties elkaar. Het plan is opgesteld met onder andere: GGD Twente, Tactus, Intact, Alifa, Vereniging Horeca Stad Enschede (VHSE), onderwijsinstellingen, politie en handhaving, Jong053 en Student Union.

Effectiviteit meten
Opvallend onderdeel uit het plan is een rioolwateronderzoek. Dit onderzoek moet meer inzicht geven in hoeveel en welke drugs er in de stad worden gebruikt. En maakt het mogelijk om het gebruik in Enschede te vergelijken met andere steden. Ook krijgen jongeren via de gezondheidsmonitor van de GGD Twente extra vragen over drugsgebruik.

Nikita Buitenhuis: “Om ervoor te zorgen dat het plan uiteindelijk oplevert waar het voor bedoeld is doen we het vooral samen. En niet alleen met stakeholders maar ook met jongeren zelf. We betrekken hen actief bij (de uitwerking van een deel van) de activiteiten. Daarnaast richten we ons ook op de omgeving van de jongeren. Zoals hun ouders, horecamedewerkers, wijkcoaches en leerkrachten. Het is mooi om te zien met hoeveel enthousiasme en toewijding er aan het plan is gewerkt dit nemen we graag mee in de uitvoering.”

In het Plan van aanpak Drugsbestrijdingsfonds 2025-2027 staan alle achtergronden, activiteiten en een overzichtelijke planning.

 

Advies versterken regionale samenwerking, in lijn met Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming

In opdracht van een centrumgemeente deed bureau HHM onderzoek naar de stappen die volgens betrokken organisaties regionaal gezet kunnen en moeten worden om hun onderlinge samenwerking rondom kinderen, jeugdigen en volwassen die te maken krijgen met onveiligheid te verbeteren.

Bij casuïstiek op het raakvlak van zorg en veiligheid zijn vaak veel organisaties betrokken, zoals wijkteams, de politie, Veilig Thuis-organisaties, de Raad voor de Kinderbescherming, Gecertificeerde Instellingen en hulpverleningsorganisaties. Het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming moet eraan bijdragen dat de schakels op het gebied van veiligheid en hulpverlening beter op elkaar aansluiten en dat op het juiste moment de juiste hulp wordt ingezet en de noodzakelijke bescherming geboden wordt.

Voor een regio van samenwerkende gemeenten bracht bureau HHM in kaart welke stappen regionaal gezet kunnen en moeten worden om de onderlinge samenwerking te verbeteren. In lijn met het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming, de Hervormingsagenda voor de Jeugdhulp en de brede aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Hiervoor voerden we gesprekken met alle belangrijke stakeholders. Met aandacht voor wettelijke kaders, rolvattingen, rolinvullingen, overlegstructuren (expertiseteams, themagroepen, casuïstiekoverleggen), werkculturen, op- en afschalingsdynamiek, et cetera. Ook organiseerden we twee ontwerpsessies met betrokken organisaties. Hierin werkten we samen uit hoe we specifieke expertise op het gebied van hulpverlening en veiligheid ‘meer naar voren kunnen halen en beter kunnen benutten’, door deze laagdrempelig(er) en dicht(er)bij wijkteams beschikbaar te stellen en te organiseren. De opbrengsten verwerkten we in een adviesnotitie, die de basis vormt voor vervolgstappen die de organisaties gezamenlijk willen zetten.

Onderzoek naar Wlz-woonvormen gepresenteerd aan Tweede Kamer

In opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft bureau HHM een verkennend onderzoek uitgevoerd naar woonvormen die gebruikmaken van het Volledig Pakket Thuis (vpt), Modulair Pakket Thuis (mpt) en/of het Persoons Gebonden Budget (pgb). De uitkomsten van dit onderzoek zijn eind april 2025 aangeboden aan de Tweede Kamer.

Het onderzoek biedt zicht op de variëteit die er is als het gaat om woonvormen. VWS wilde ook graag weten of het mogelijk is deze woonvormen te ordenen naar woonzorgvoorzieningen die meer lijken op een verblijfsetting en die meer lijken op de thuissituatie. Daarnaast is de positionering van de hulpmiddelenzorg en de woningaanpassingen binnen de verschillende woonvormen onderzocht en de gevolgen daarvan voor de Wlz. Hierbij verwijzen we ook naar de uitspraak van de CvRB dat ‘cliënten met een VPT voor hulpmiddelen een beroep kunnen doen op de Wmo’

Het onderzoek laat zien dat het in theorie mogelijk is de woonvormen te ordenen naar ‘Verblijfswoonvormen’ en ‘Thuiswoonvormen’, maar in de praktijk blijkt dat veel woonzorgvormen niet eenduidig toe te wijzen tot één van deze twee vormen. Het doorvoeren van deze ordening leidt daardoor tot ongewenste effecten, zoals een meer complexe Wet langdurige zorg en meer administratieve lasten.

Meer weten?

Bekijk de samenvatting of het gehele onderzoeksrapport: Wlz-woonvormen – Typering verschijningsvormen en positionering hulpmiddelenzorg en woningaanpassingen.

Onderzoek rol en inzet orthopedagoog-generalist

Bureau HHM doet uitgebreid onderzoek naar de taakverdeling tussen de orthopedagoog-generalist (OG) en aanverwante beroepen. Dit doen we in opdracht van het Capaciteitsorgaan, dat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) adviseert over de benodigde opleidingsplekken voor medische vervolgopleidingen.

De OG wordt ingezet bij zorgvragen waar ook andere beroepsgroepen inzet kunnen leveren zoals de GZ-psycholoog (GZP), K&J NIP en de master-opgeleide orthopedagoog en psycholoog. Om in 2025 eenmalig advies uit te kunnen brengen over opleidingsplekken voor de OG wil het Capaciteitsorgaan zich een beeld vormen van de taken van deze beroepsgroep en hoe deze zich verhoudt tot aanverwante beroepen.

Het onderzoek moet inzicht geven in de kenmerken, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de verschillende beroepen, en hoe deze verschillen per sector en doelgroep. Daarnaast is een belangrijke vraag welke afwegingen zorgorganisaties maken om de OG of juist een ander beroep in te zetten en welke ontwikkelingen hierop van invloed kunnen zijn. Met dit inzicht kan het Capaciteitsorgaan beter gefundeerd advies geven over toekomstig benodigde opleidingsplekken.

 

Specifieke doelgroepen palliatieve zorg – hoe organiseer je goede zorg in de laatste levensfase?

Vanuit het NPPZ II-project ‘Versterken Hospicezorg’ is in 2024 en 2025 een stimuleringsimpuls beschikbaar gesteld aan de consortia Palliatieve Zorg. Doel van dit budget was een impuls geven aan het toekomstbestendig inrichten van hospicezorg. Bureau HHM hielp de palliatieve zorgpartijen in Noordoost Nederland, verenigd in het consortium Ligare, met een verkennend onderzoek naar enkele specifieke doelgroepen. We delen de resultaten graag en hopen dat dit bijdraagt aan het organiseren van goede zorg in de laatste levensfase, juist ook voor mensen met bijzondere zorgwensen en/of -behoeften.

Focus op vier doelgroepen
In onze gesprekken met betrokken partijen werden verschillende doelgroepen genoemd met bijzondere zorgwensen en/of -behoeften, waarvan nu niet altijd duidelijk is waar zij terecht kunnen in de palliatieve terminale fase. In afstemming met het consortium Ligare hebben we ons verdiept in vier doelgroepen. De uitkomsten van ons onderzoek hebben we verwerkt in vier folders:

Het bleek waardevol om de specifieke wensen en behoeften van deze groepen in beeld te brengen, zodat organisaties de juiste randvoorwaarden kunnen organiseren voor passende zorg. Dit kan in een hospice zijn, maar ook in een zorginstelling voor de doelgroep, of in de thuissituatie. Op basis van onze inventarisatie concluderen wij dat oplossingen niet zozeer te vinden zijn in het creëren van specifieke doelgroep-plekken en/of doelgroep-capaciteit in hospices, maar vooral in het toevoegen van expertise: van hospices naar doelgroep-organisaties én andersom. De folders geven inzicht in welke aspecten daarbij relevant zijn.

In gesprek op netwerk- en consortiumniveau
De vier folders zijn tot stand gekomen op basis van een korte documentstudie. Voor twee van de vier groepen, namelijk mensen met een verstandelijke beperking en mensen met psychische- en/of verslavingsproblematiek, hebben we ook een vragenlijst en een online bijeenkomst gehouden. Daardoor bevatten deze folders uitgebreidere informatie, zoals over bestaande en gewenste mogelijkheden binnen Ligare. Voor alle groepen geldt, dat de folder basisinformatie biedt die partijen helpt om verder na te denken over passende palliatieve terminale zorg voor de doelgroep. Wij adviseren consortia en netwerken om het beeld van een doelgroep verder te verfijnen en voor de eigen regio aan de hand van de volgende aanbevelingen:

  1. Breng in beeld bij hospices en doelgroep-organisaties wat ervaren knelpunten rond een doelgroep zijn vanuit verschillende perspectieven.
  2. Zorg voor een volledig beeld van wat beschikbaar is voor de betreffende doelgroep (kennis/expertise/plekken), inclusief contactgegevens om elkaar snel te kunnen vinden.
  3. Organiseer kennisuitwisseling tussen doelgroep-organisaties en hospices, voor deskundigheidsbevordering en versterken van samenwerking in de praktijk.
  4. Zorg op casusniveau voor doorgaande lijnen: beng de expertise naar de plek waar de persoon al is. En zorg voor goede consultatiemogelijkheden en daadwerkelijke zorginzet van specialistische zorgverleners in de setting waar de persoon verblijft.

Deze aanpak kan voor iedere specifieke doelgroep worden uitgevoerd waarbij sprake is van bijzondere kenmerken die impact hebben op hoe de palliatieve fase verloopt en hoe deze door betrokkenen (cliënt, naasten, zorgverleners, vrijwilligers) wordt beleefd.


Waarom aandacht voor specifieke doelgroepen?
Aandoeningen, stoornissen en beperkingen kunnen impact hebben op hoe iemand een situatie beleeft en klachten uit. Om signalen goed op te vangen en aan te kunnen sluiten bij de persoon kan enige kennis van aandoeningen, stoornissen en beperkingen van groot belang zijn, juist ook bij vrijwilligers in hospices. Daarnaast bevordert dit het samenspel tussen formele en informele zorg: professionals en vrijwilligers gaan elkaar beter begrijpen en kunnen meer van elkaars ervaringen gebruik­maken. Met de juiste benadering door alle betrokken personen (professio­nals, vrijwilligers en netwerk van de persoon) kunnen problemen worden voorkomen en kunnen mensen op een juiste manier worden benaderd.

Binnen een netwerk voor palliatieve zorg is niet alleen het perspectief van hospices relevant, maar ook dat van doelgroep-organisaties, zoals aanbieders van VG-zorg of GGZ. Ook zij streven naar het bieden van goede palliatieve terminale zorg voor hun cliënten, zowel intramuraal als ambulant.


Meer weten?
Het verkennend onderzoek voor de doelgroepen maakte onderdeel uit van een breder traject waarin wij een prognosemodel voor hospicecapaciteit ontwikkelden. Bekijk de eindrapportage Capaciteit passende Hospicezorg hier. Voor een nadere toelichting, neem contact op met een van onze adviseurs.

Evaluatie Wet ambulancezorgvoorzieningen

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft bureau HHM gevraagd om de Wet ambulancezorgvoorzieningen (Wazv) te evalueren. Het doel van deze evaluatie is om te kijken of de Wazv goed werkt voor de kwaliteit en de continuïteit van ambulancezorg en of de wet klaar is voor de toekomst.

Sinds 1960 zijn er veel veranderingen geweest in de wetgeving en uitvoering van ambulancezorg. De Wazv, die op 1 januari 2021 is ingegaan, geeft een vaste wettelijke basis voor ambulancezorg; daarvoor was er de Tijdelijke wet ambulancezorg (Twaz). Inmiddels is de wet bijna vijf jaar oud en moet geëvalueerd worden. Daarom heeft VWS ons gevraagd Wazv en de onderliggende Regeling ambulancezorgvoorzieningen (Razv) te evalueren.

Het evaluatieonderzoek
Voor deze evaluatie werken we samen met onderzoekers van Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) en de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Het onderzoek bestaat uit een combinatie van een documentstudie, interviews en analysesessies. De documentstudie richt zich op het in kaart brengen van de achtergrond van de Wazv en de huidige situatie van de ambulancezorg. Daarna houden we interviews met belanghebbenden om hun ervaringen uit de praktijk en hun verwachtingen naar de toekomst toe te horen. De inzichten uit de documentstudie en de interviews brengen we samen in analysesessies om goed in beeld te krijgen of de Wazv doeltreffend en toekomstbestendig is met oog op de kwaliteit en continuïteit van ambulancezorg in Nederland. Op basis hiervan kan de wet, indien nodig en wenselijk, worden verbeterd.

Update december 2025
Het rapport ‘Evaluatie Wet ambulancezorg- voorzieningen, De wet in de praktijk’ is inmiddels aangeboden aan de Eerste en Tweede Kamer.

 

 

Een toekomstbestendig sociaal domein

Gemeenten zien het beroep op ondersteuning stijgen, terwijl de financiële middelen krimpen en de personeelstekorten groeien. Een G40-gemeente besloot daarom tot een fundamentele herinrichting van het sociaal domein, om ook in de toekomst kwetsbare inwoners te kunnen blijven helpen. Bureau HHM ondersteunde de gemeente hierbij. Een omvangrijk project, vol actuele en uitdagende vraagstukken. 

Het sociaal domein staat onder grote druk:

  • Mensen worden steeds ouder, wonen langer thuis en hebben meer ondersteuning nodig.
  • Jongeren en gezinnen vragen vaker om hulp. En hulpvragen worden steeds complexer.
  • Er zijn te weinig professionals die hulp kunnen bieden. En de tekorten nemen alsmaar toe.
  • Gemeenten krijgen steeds minder financiële middelen. Terwijl de uitgaven (fors) stijgen.

De G40-gemeente besloot daarom:

  • Fors te investeren in de sociale basis.
  • In te zetten op substantieel verminderen van maatwerk.
  • Ondersteuning dichterbij inwoners – in wijken – te gaan organiseren.
  • Maatschappelijke opgaven vanuit partnerschap met stakeholders op te pakken.

Kern van de nieuwe werkwijze is een samenwerkingsverband waarin aanbieders van Welzijn, Wmo en Jeugdhulp zijn verenigd en dat onderdeel uitmaakt van de sociale basis. Hier kunnen inwoners zoveel mogelijk in hun eigen wijk terecht voor allerlei vormen van ondersteuning. De G40-gemeente heeft hiervoor een langdurige overeenkomst gesloten, zodat vanuit en met het samenwerkingsverband kan worden (samen)gewerkt aan transformatie: het ontwikkelen van nieuwe vormen van ondersteuning op het raakvlak van welzijn en begeleiding en op het raakvlak van Wmo en Jeugdhulp. Hiervoor krijgt het samenwerkingsverband een jaarlijks lumpsumbudget (taakgerichte uitvoeringsvariant). Om de overgang van de oude naar de nieuwe situatie zorgvuldig vorm te kunnen geven, kiest de gemeente voor een overgangsjaar.

Bureau HHM ondersteunde de G40-gemeente onder andere bij:

  • Het organiseren van marktconsultatiebijeenkomsten.
  • Het selecteren van aanbieders door de dialoogfase.
  • Het organiseren van een reeks dialoogbijeenkomsten.
  • Het doorlopen van de verificatie- en gunningsfase.
  • Het doorlopen van de implementatiefase.

Tijdens de marktconsultatiebijeenkomsten zijn de voorgenomen herinrichtingskeuzes besproken met alle geïnteresseerde aanbieders. Tijdens de dialoogbijeenkomsten hebben we gezamenlijk betekenis gegeven aan de scope van de opdracht en zijn de bijbehorende randvoorwaarden (financiën, kwaliteit, monitoring, sturing, et cetera) besproken met de voor de dialoogfase geselecteerde aanbieders.

Deze fundamentele herinrichting van het sociaal domein vraagt om een heel andere werkwijze van de gemeente en van aanbieders. En dus organisatorische aanpassingen, herontwerp van werkprocessen, verandering van werkculturen, et cetera. Hiervoor is visie, moed, koersvastheid en veerkracht van alle betrokken nodig.

Annika van de Belt: “Tijdens de bijeenkomsten is – door processen van gezamenlijke betekenisgeving – de inhoudelijke en relationele basis gelegd voor de uitvoering van de opdracht. Deze kan alleen slagen als de gemeente en het samenwerkingsverband intensief en constructief samenwerken. Bij het vormgeven van de nieuwe werkwijze, maar vooral ook bij de continue doorontwikkeling van de ondersteuning van inwoners. Onderling en met andere maatschappelijke partners.

 

Beschrijving leveringsvormen Wlz voor ouderinitiatieven

Er lijkt een toenemende druk te zijn op ouderinitiatieven om over te stappen van een persoonsgebonden budget naar zorg in natura. Dat constateerde de Landelijke Vereniging van Ouderinitiatieven (LVOI) door vragen en signalen van haar leden, in het bijzonder over het volledig pakket thuis. Daarom vroeg de LVOI aan ons om de verschillende leveringsvormen in de Wlz te beschrijven. De beschrijving heeft tot doel om ouderinitiatieven te ondersteunen bij een afgewogen keuze.

Een ouderinitiatief is een woonvorm, opgezet door ouders van kinderen met een beperking, om gezamenlijk vorm te geven aan het wonen en zeggenschap te houden over de zorg. De ouders (of andere verwanten) richten daartoe een rechtsvorm in, realiseren een woonplek en kiezen samen de zorgaanbieder voor de basiszorg. Het persoonsgebonden budget (pgb) als financieringsvorm voor de zorg past hier goed bij. De LVOI krijgt echter steeds meer signalen van leden dat zorgaanbieders aansturen op een overstap van het pgb naar het volledig pakket thuis (vpt).

Het pgb en het vpt verschillen op belangrijke punten van elkaar, zowel qua verstrekkingen (waar heb je recht op met de betreffende leveringsvorm) als wat betreft de zeggenschap over de zorg en de financiële kant. Elke leveringsvorm heeft voor- en nadelen, afhankelijk van de wensen, draagkracht en bestuurskracht bij ouders. Het is belangrijk dat ouder­initiatieven die geconfronteerd worden met een keuze tussen pgb en vpt hier goed kennis van nemen.

Deze beschrijving is bedoeld om een handzaam overzicht te geven van de verschillende leveringsvormen in de Wlz. We geven objectieve informatie over de kenmerken van de leveringsvormen, op welke zorg en diensten je recht hebt en wie verantwoordelijk is om deze te regelen. Daarnaast gaan we in op een aantal thema’s die mee kunnen spelen in de keuze voor een leveringsvorm. De informatie is toegespitst op de situatie van een pgb-gefinancierd ouderinitiatief, maar is bruikbaar voor iedereen die meer inzicht wil in de leveringsvormen in de Wlz.

Met de informatie kunnen ouderinitiatieven intern in gesprek gaan over de gewenste leveringsvorm en onderling kennis en ervaring uitwisselen. Ook helpt het ze om goed beslagen ten ijs te komen in gesprek met bijvoorbeeld zorgaanbieders en zorgkantoor. De beschrijving van de Wlz-leveringsvormen maakt onderdeel uit van het kennisdossier dat de LVOI op haar website heeft geopend. Ouderinitiatieven die meer informatie willen, bijvoorbeeld over juridische en contractuele aspecten, kunnen daar terecht.

 

Campagne intimiteit en seksualiteit voor ouders van kinderen met een beperking

Het goede gesprek voeren over en omgaan met intimiteit en seksualiteit kan voor ouders van kinderen met een beperking een uitdaging zijn. Toch is intimiteit en seksualiteit een basisbehoefte van ieder mens en een belangrijk aspect van het welzijn. Samen met Comyoo, het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (REGELHULP+)  en diverse andere organisaties werkten we daarom aan een campagne om dit bespreekbaar te maken voor mensen met een beperking. In eerste instantie bedoeld om ouders te helpen, maar ook zeer bruikbaar voor andere naasten, zorgverleners en mensen met een beperking zelf.

Intimiteit en seksualiteit verdienen een plek in de gesprekken rondom de zorg en ondersteuning van mensen met een beperking. Daarom is bureau HHM in eerste instantie gevraagd om een kennisproduct te ontwikkelen dat zou kunnen helpen dit gesprek te voeren. We inventariseerden wat er al beschikbaar is, spraken met deskundigen en hielden focusgroepen met ouders. Op basis daarvan concludeerden wij dat er al heel veel kennisproducten zijn. En dat het vindbaar en toegankelijk maken van die informatie waardevoller is dan iets nieuws ontwikkelen.

Uit ons onderzoek blijkt dat ouders van kinderen met een verstandelijke beperking met name behoefte hebben aan:

  • Bewustwording. Niet alle ouders zijn zich ervan bewust dat intimiteit en seksualiteit (al) een rol spelen in het leven van hun kind en/of zijn zich niet bewust dat zij een rol kunnen spelen in het bespreekbaar maken van dit onderwerp bij hun kind.
  • Vindbaarheid. Er bestaan al veel kennisproducten op het gebied van intimiteit en seksualiteit bij kinderen met een beperking. Echter, het blijkt dat deze producten erg versnipperd zijn over verschillende websites en daardoor vaak niet bekend zijn bij ouders.
  • Ontmoeting / kennisuitwisseling tussen ouders. Kinderen zonder een beperking gaan zelf het gesprek met leeftijdsgenoten aan over intimiteit en seksualiteit, voor kinderen met een beperking spelen de ouders hierin een grotere rol. Ouders geven aan dat zij daarom met elkaar in gesprek willen en van elkaar willen leren hoe je dit onderwerp met je kind bespreekbaar maakt.

Om ouders hierbij te helpen ontwikkelden we een doe-het-zelf-campagne seksualiteit en intimiteit bij een beperking. De campagne bestaat uit een grote set posters voor bewustwording die offline én online gebruikt kunnen worden door alle organisaties die zich inzetten voor mensen met een beperking om het onderwerp onder de aandacht te brengen bij hun achterban. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om belangenbehartigers, kennisverspreiders, zorginstellingen en scholen voor speciaal onderwijs.

Er zijn ook posters met een uitgebreid overzicht van alle beschikbare tools met betrekking tot intimiteit en seksualiteit bij kinderen met een beperking en een document met tips voor het organiseren van een (digitale) bijeenkomst over het onderwerp.

Alles is te vinden op Regelhulp.nl.

 

 

 

Subsidie – Samen beslissen over digitale zorg

Digitale of hybride zorg wordt steeds vaker ingezet. Maar het gesprek hierover wordt nog te weinig gevoerd. Daarom is deze week de subsidieronde Implementatie- en opschalingscoaching Samen Beslissen over Digitale Zorg geopend door ZonMw. Het doel van de subsidie is het proces van samen beslissen over digitale of hybride zorg te stimuleren. De subsidie kan gebruikt worden voor het inhuren van een externe coach die, eventueel in samenwerking met een eigen medewerker, aan de slag gaat.

Wat?
In deze ronde kunnen zorgaanbieders (Wlz, Wmo of Zvw), gemeenten en GGD’en maximaal twintigduizend euro subsidie aanvragen voor een project van maximaal een half jaar. Omdat de kennis over digitale of hybride zorg bij zorgmedewerkers vaak kan worden verbreed, is de inzet van externe coaching een voorwaarde.

Hoe kun je de subsidie inzetten?
De subsidie is bedoeld om het gesprek tussen zorgvrager en zorgverlener over digitale zorg te stimuleren.

De subsidie kan gebruikt worden voor:

  • Het opstellen van een helder plan om digitale zorg binnen de hele organisatie goed in te richten.
  • Het uitwerken van digitale of hybride zorgpaden, met duidelijke afspraken over wanneer en hoe digitale zorg wordt ingezet.
  • Het ontwikkelen van trainingen of workshops waarin medewerkers leren hoe ze patiënten of cliënten kunnen helpen bij het kiezen van digitale zorg.
  • De zachte kant van implementatietrajecten: hoe zorgen we ervoor dat zorgprofessionals er ook echt mee aan de slag gaan?

Wat kan bureau HHM doen?
Bureau HHM beschikt over een team van experts op het vlak van zorgtechnologie die als externe coaches kunnen fungeren. Daarnaast kunnen wij helpen bij het opstellen van de subsidieaanvraag.

Meer weten?
Neem contact op met één van onze experts zorgtechnologie.

Normenkaders

Normenkader Begeleiding 2.0

Het Normenkader Begeleiding helpt consulenten van gemeenten bij het indiceren voor begeleiding en dagbesteding. Dit normenkader is ontwikkeld door bureau HHM en Factum Advies in samenwerking met ruim 25 gemeenten. Het Normenkader Begeleiding 2.0 helpt bij het bepalen van de aard en omvang van de begeleiding, de uiteindelijke afweging blijft altijd aan de professional. Het is een hulpmiddel om te komen tot een gedegen en toetsbare afweging.

LEES MEER

Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025

Dit normenkader helpt gemeenten bij het op maat indiceren van huishoudelijke ondersteuning voor inwoners. Er liggen verschillende onderzoeken aan dit normenkader ten grondslag. Alle gemeenten kunnen het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 gebruiken als onderlegger voor het beleid en het indiceren van huishoudelijke ondersteuning. Bureau HHM geeft een training aan Wmo-consulenten hoe te werken met het normenkader.

LEES MEER

Taakgerichte uitvoeringsvariant in het sociaal domein: Wat zijn de succesfactoren?

Gemeenten kiezen steeds vaker voor een taakgerichte uitvoeringsvariant om de zorg en ondersteuning te transformeren, meer samenhang te creëren tussen verschillende zorgvormen, de samenwerking tussen aanbieders te verbeteren en kosten te beheersen. Met als uiteindelijke doel inwoners de zorg- en ondersteuning te kunnen blijven bieden die nodig is. Stijn Peters deed als stagiair binnen bureau HHM onderzoek naar de taakgerichte uitvoeringsvariant.

Het onderzoek geeft antwoord op hoe de taakgerichte uitvoeringsvariant momenteel wordt toegepast bij gemeenten en welke factoren effect hebben op de praktijk van de taakgerichte uitvoeringsvariant voor het inkopen van zorg en ondersteuning. Hij onderzocht ook in welke mate opgavegericht samenwerken hierin een rol speelt.

 De belangrijkste bevindingen

  1. Voorbereiding is cruciaal
    Het onderzoek toont aan dat de voorbereiding essentieel is voor het succes van de taakgerichte uitvoeringsvariant. Gemeenten onderschatten vaak de complexiteit van de voorbereiding, die veel tijd en grondige afstemming vereist. Het creëren van draagvlak bij zowel gemeenten als aanbieders is hierbij van groot belang. Daarnaast moeten veranderingen in de organisatiestructuur, organisatiecultuur en het contractmanagement goed worden voorbereid om een soepele uitvoering te garanderen. De juiste voorbereiding verhoogt de kans dat hoofdaanbieders voldoende capaciteit hebben om de taken goed uit te voeren.
  2. Transformatie vraagt om investeringen
    Een belangrijk motief voor gemeenten om de overstap te maken, is de wens om zorg en ondersteuning te vernieuwen en te transformeren. De transformatie gaat verder dan het simpelweg uitvoeren van reguliere taken; het vraagt om innovatie, cultuurverandering en investeringen van de hoofdaanbieders. Gemeenten kunnen deze transformatie ondersteunen door duidelijke contractuele kaders te bieden en voldoende financiële middelen beschikbaar te stellen. Het onderzoek wijst uit dat een goed opgesteld lumpsumbudget essentieel is om de gewenste transformatie te realiseren.
  3. Samenwerking is de sleutel
    De taakgerichte uitvoeringsvariant draait om opgavegericht samenwerken tussen gemeenten en aanbieders. Dit partnerschap vraagt om wederzijds vertrouwen, een gezamenlijke visie en een gedeeld belang in het behalen van de maatschappelijke opgave. Sturing, monitoring, leren en ontwikkelen – ook op het gebied van samenwerking – zorgen dat de opgaven succesvol worden uitgevoerd. Regelmatige evaluaties en het creëren van een stevige communicatielijn tussen contactpersonen binnen de verschillende lagen van de organisatie(s) spelen hierbij een cruciale rol.

Deze infographic laat de belangrijkste bevindingen van het onderzoek zien en helpt gemeenten en zorgaanbieders bij het begrijpen van de factoren die bepalend zijn voor het succes van de taakgerichte uitvoeringsvariant.

 

Prognosemodel hospicecapaciteit: inzicht in cijfers en impact van keuzes

Hoe kunnen we hospices toerusten om voldoende en kwalitatief goede zorg te bieden, nu en in de toekomst? Deze vraag staat centraal in het project Versterken hospicezorg van het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II. Bureau HHM hielp de palliatieve zorgpartijen in Noordoost Nederland, verenigd in het consortium Ligare, met een prognosemodel om inzicht te krijgen in de huidige en toekomstig benodigde capaciteit. Ook begeleidden we gesprekken waarin de betrokken organisaties samen een actieplan opstelden om op regio- en netwerkniveau samen aan de slag te gaan.

Bijna-thuishuizen, vrijwillige thuisinzet, high care hospices en palliatieve units bieden warme zorg in de laatste levensfase. In de komende jaren hebben steeds meer mensen palliatieve terminale zorg nodig, terwijl het aantal mensen dat deze zorg kan verlenen afneemt (RIVM, 2024). Dit plaatst hospices voor belangrijke vragen. Hoe groot is nu het verschil tussen vraag en aanbod? Hoe ontwikkelt dit zich de komende jaren, zowel op netwerk- als (boven)regioniveau? Wat kunnen we samen doen om zoveel mogelijk mensen passende palliatieve terminale zorg te bieden?

Om deze vragen te helpen beantwoorden, ontwikkelde bureau HHM een prognosemodel voor de capaciteit van de hospicezorg in Noordoost Nederland. Het prognosemodel berekent op basis van autonome demografische factoren hoeveel hospiceplekken er nodig zijn in een zelf gekozen jaar (tot 2040) en binnen een bepaalde geografische afbakening (provincie, zorgkantoor, regio, netwerk). Het prognosemodel geeft ook de mogelijkheid om de impact van beleidskeuzes mee te laten wegen, zoals de inzet van vrijwilligers thuis, toepassen van zorgtechnologie en de aanpak van verkeerde-bed-problematiek.

Het doel van het prognosemodel is om het gesprek te faciliteren over hoe de hospicezorg de uitdagingen het hoofd kan bieden. Het uitbreiden van het aantal plekken is niet overal haalbaar, onder andere met het oog op de toenemende personeelstekorten, gebrekkige mogelijkheid om (bij) te bouwen en de wens van hospices om hun kleinschalig karakter te behouden. Er moet dus breder worden gekeken. Het prognosemodel kwantificeert het vraagstuk in termen van het benodigde aantal plekken, maar laat ook zien aan welke knoppen men kan draaien om de benodigde capaciteit te verlagen. Ter illustratie: een regio waar zonder aanvullende actie 11 extra plekken nodig zijn in 2036, kan dit aantal reduceren tot 8 plekken door meer vrijwilligers in te zetten in de thuissituatie, inzet van zorgtechnologie en betere verwijzingen. Aan de andere kant geldt: als deze regio de ambitie heeft dat minder mensen in het ziekenhuis overlijden, vraagt dit juist een extra hospiceplek.

Dit maakt duidelijk dat de partijen elkaar nodig hebben, binnen de netwerken voor palliatieve zorg, op regioniveau en op de schaal van het consortium. Het prognosemodel ondersteunt de betrokken partijen in het formuleren van een gezamenlijke richting, het prioriteren van acties en het monitoren van effecten. In gesprekken met de zes regio’s binnen Consortium Ligare hebben we het prognosemodel toegepast. De netwerkcoördinatoren en hospices waren positief. Eén van hen verwoordde dit als volgt: “Nu weten we wat ons te doen staat en kunnen we met alle betrokken partijen in de regio bespreken hoe we dit gaan realiseren en monitoren.”

Inzicht in capaciteit, als basis om regionale samenwerking bespreekbaar te maken en de hospicezorg toekomstbestendig in te richten. Dat is wat wij met het prognosemodel beogen. Wilt u ook stappen zetten om de hospicezorg te versterken? Neem dan contact op met een van de betrokken adviseurs.

Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025

Bureau HHM heeft het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 uitgewerkt. Dit normenkader helpt gemeenten bij het op maat indiceren van huishoudelijke ondersteuning voor inwoners. Er liggen verschillende onderzoeken aan dit normenkader ten grondslag. Bureau HHM geeft een training aan Wmo-consulenten hoe te werken met het normenkader.

Alle gemeenten kunnen het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025  gebruiken als onderlegger voor het beleid en het indiceren van huishoudelijke ondersteuning. De eerste versie is in 2019 uitgebracht. In 2022 is het normenkader verrijkt met aanvullende instructies, terwijl de normtijden gelijk bleven. In januari 2025 hebben we het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 uitgebracht. In deze versie zijn de normtijden voor de Wasverzorging aangepast naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (ECLI:NL:CRVB:2025:46).  De aanvullende instructies in dit normenkader vormen, samen met het ‘blokkenschema’ in het normenkader, de basis voor de training die wij verzorgen voor gemeenten en soms aanbieders over het normenkader.

In het normenkader is opgenomen hoeveel tijd van een professionele hulp nodig is als deze het huishouden in de ‘gemiddelde cliëntsituatie’ volledig moet overnemen. Dit is de ‘ijk-situatie’. De Wmo-consulent doet onderzoek bij de inwoner die ondersteuning vraagt. En vergelijkt de situatie van de inwoner met de omschreven ‘gemiddelde cliëntsituatie’. Als de cliënt eigen mogelijkheden heeft of als voorliggend of vanuit het netwerk andere oplossingen beschikbaar zijn, dan is minder inzet van huishoudelijke ondersteuning mogelijk. Als het nodig is vanwege beperkingen of belemmeringen van de inwoner of andere bijzonderheden om extra vaak of extra goed schoon te maken, dan is meer inzet van huishoudelijke ondersteuning nodig. Zo komt het tot ondersteuning op maat van het individu.

Marco Wolves, mede-ontwikkelaar van en trainer over het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019:

“Het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 is een kader dat past in de huidige tijd, de waarden en normen van nu. Het helpt consulenten of medewerkers van aanbieders om tot een duidelijke afweging te komen hoeveel huishoudelijke ondersteuning moet worden ingezet om te komen tot het resultaat schoon en leefbaar huis. De meeste gemeenten in Nederland maken al gebruik van dit normenkader voor hun beleid en het indiceren. Het is te zien als de actuele opvolger van de CIZ-richtlijn uit 2006. Na een korte gewenningsperiode geven consulenten aan blij te zijn met het normenkader als hulpmiddel bij hun werk. Wij kunnen bij de implementatie van het normenkader ondersteunen door een korte training te geven aan consulenten en eventueel mee te denken bij het uitwerken van het lokale beleid.”

 

Training Opgavegericht Samenwerken

Gemeenten werken steeds vaker samen met andere partijen. De traditionele manier van samenwerken, zoals die tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, biedt niet altijd genoeg ruimte om goede zorg en ondersteuning te blijven geven. Daarom kiezen veel gemeenten nu voor een aanpak die draait om partnerschap en opgavegericht samenwerken. Met de training Opgavegericht Samenwerken helpt bureau HHM gemeenten om succesvol samen te werken.

Samenwerken betekent dat je op het grensvlak van jouw organisatie en die van anderen werkt. Dit grensgebied is als een nieuwe, lege ruimte. In die ruimte moet je samen bepalen welke waarden, regels en werkwijzen belangrijk zijn. Het risico is dat iedereen vooral denkt en werkt vanuit wat in de eigen organisatie geldt. Om dat te voorkomen, is het belangrijk om samen af te spreken wat past bij het samenwerkingsverband. De training Opgavegericht Samenwerken helpt hierbij.

Model voor opgavegericht samenwerken
Wij hanteren 5 elementen van opgavegericht samenwerken. Uit ervaring weten we dat we hiermee de juiste condities voor succesvolle samenwerking realiseren. Als de samenwerking spaak loopt of de beoogde resultaten niet worden behaald, zijn vaak één of meerdere van deze elementen onvoldoende uitgewerkt of in de praktijk gebracht.

We presenteren de 5 elementen in het symbool voor oneindigheid, omdat ze met elkaar samenhangen, maar niet als een lineair proces doorlopen hoeven worden. Op basis van deze elementen kun je op verschillende punten ingrijpen en de samenwerking steeds verder versterken.

“ Dit model laat heel mooi zien dat alles met elkaar samenhangt én dat als je doelen en ambities niet duidelijk genoeg zijn dit ook op alle andere elementen impact heeft.”

Bij samenwerking komen ook spannende situaties voor. Dit is niet erg; in dialoog biedt het juist een kans om samen te leren en beter samen te werken. Vaak spelen drie dingen tegelijk een rol:

  1. De inhoud: waar het over gaat.
  2. De procedure: de afspraken en regels.
  3. Interactie: hoe mensen met elkaar omgaan.

Veel gesprekken gaan vooral over de inhoud, maar aandacht voor de procedure en het proces is net zo belangrijk. Tijdens de training leren deelnemers hoe ze op al deze onderdelen kunnen ingrijpen als dat nodig is. Ze krijgen praktische tips en handvatten om dit goed te doen.

Op deze manier samenwerken betekent voor gemeenten ook dat ze in een nieuwe rol komen. In de training geven we professionals zoals beleidsmedewerkers en contractmanagers handvatten om in die nieuwe rol te acteren.

Samenwerkingsscan
Een training begint vaak met het invullen van de door bureau HHM ontwikkelde samenwerkingsscan. Een scan om de stand van zaken in de samenwerking in kaart te brengen en aandachtspunten op te halen.

“Het invullen van de samenwerkingsscan was een echte eyeopener! Tijdens het proces werd al snel duidelijk wat in onze eigen organisatie goed geregeld is en waar nog verbeteringen nodig zijn – zelfs punten waar we nog niet eens eerder over hadden nagedacht. Dit gaf ons meteen inzicht in waarom bepaalde aspecten van de samenwerking stroef verliepen. Tijdens de training konden we hiermee aan de slag en kregen we direct praktische tips en interventies aangereikt.”

De samenwerkingsscan kan ook veranderingen in de tijd en daarmee de voortgang inzichtelijk maken door deze op verschillende momenten in te vullen.

Praktijkboek Opgavegericht Samenwerken
Tijdens de training gebruiken we het Praktijkboek Opgavegericht Samenwerken van bureau HHM. Dit boek staat vol waardevolle informatie, modellen, gespreksmethoden en handige tips. Het eerste deel van het boek is gebaseerd op het HHM-model voor opgavegericht samenwerken. Het tweede deel geeft concrete handvatten om sturing te geven aan samenwerking. Deelnemers aan de training krijgen het boek.

“Handig om op terug te kunnen grijpen! Het boek staat vol modellen, praktische tips en mogelijke interventies om ervoor te zorgen dat de samenwerking ook echt resultaten oplevert.”

Verkenning pgb-bemiddeling

In opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) voeren wij een verkennend onderzoek uit naar bemiddeling bij het persoonsgebonden budget (pgb). In Nederland vinden we het belangrijk dat zorg en ondersteuning goed en zorgvuldig worden geregeld. Met een pgb kunnen mensen zelf bepalen welke zorg zij nodig hebben, van wie ze deze ontvangen, en hoe dit wordt georganiseerd. Dit draagt bij aan de keuzevrijheid en eigen regie van mensen. Over de bemiddeling rondom pgb’s wordt veel gesproken maar feitelijke informatie ontbreekt vaak.

De inzet van bemiddelingsbureaus groeit al jaren. Deze bureaus kunnen budgethouders helpen met werkzaamheden die horen bij het hebben van een pgb, bijvoorbeeld administratie, het vinden van de juiste zorgverleners en het afstemmen van zorg op persoonlijke behoeften. Tegelijkertijd zijn er vragen over hoe deze bemiddeling zich verhoudt tot de eigen regie en de geleverde zorg. Denk bijvoorbeeld aan vragen over kosten, kwaliteit en onafhankelijkheid.

Wat willen we bereiken?
Onze verkenning richt zich op het helder in kaart brengen van de soorten bureaus, type activiteiten, doelgroepen en geldstromen. Hoe dragen bemiddelingsbureaus bij aan de doelen van het pgb, zoals keuzevrijheid en eigen regie? En waar liggen verbeterpunten? Door feiten te verzamelen en het proces van pgb-aanvraag tot verantwoording te analyseren, willen we inzicht bieden in hoe de praktijk van pgb-bemiddeling eruitziet.

Dit verkennend onderzoek is een belangrijke eerste stap om het pgb-proces te versterken en ervoor te zorgen dat het aansluit bij de behoeften van de mensen die het nodig hebben.

Meedoen?
Tijdens deze verkenning doen we bureauonderzoek, interviews en zetten we vragenlijsten uit. We verspreiden vragenlijsten onder bemiddelingsbureaus, budgetbeheerders, administratiekantoren, zorgorganisaties, budgethouders, wettelijk vertegenwoordigers van budgethouders, zorgverleners en mantelzorgers. Behoort u tot één van deze doelgroepen, dan kunt u ook bijdragen aan ons onderzoek door de vragenlijst in te vullen.

Resultaten van deze vragenlijst verwerken we anoniem. Dit betekent dat we uw antwoorden niet delen met andere partijen en dat de antwoorden in de rapportage niet herleidbaar zijn naar individuen of organisaties.

Het invullen van de vragenlijst duurt ongeveer 5-15 minuten.

Wilt u de vragenlijst invullen? Neem dan contact op met Alyssa Wegman.

Structurele financiering van zorgtechnologie: hoe pak je dat aan?

Hoe zorgen we ervoor dat waardevolle zorgtechnologie niet alleen wordt ontwikkeld, maar ook duurzaam wordt ingezet? In de dagelijkse praktijk zien we dat financiering een struikelblok vormt voor de brede implementatie van technologische innovaties in de zorg. Om hier verandering in te brengen, is structurele financiering essentieel. Maar hoe organiseren we dat op een manier die zowel zorgaanbieders als financiers ondersteunt?

In ons nieuwste artikel ‘STRUCTURELE FINANCIERING VAN ZORGTECHNOLOGIE’ duiken we in deze complexe uitdaging. We bespreken de kansen, barrières en concrete stappen die nodig zijn om zorgtechnologie blijvend toegankelijk te maken.

Meer lezen over zorgtechnologie?
Eerder verscheen het Tweeluik toezichthoudende technologie in de zorg: vrijheid versus veiligheid.

Over de auteurs
Dit artikel is geschreven door Ilco Toebes en Lieset Jenneboer. Beiden zijn adviseur op het gebied van zorgtechnologie. Ze denken met organisaties mee over welke zorgtechnologie nu echt de vraag beantwoordt en hoe deze technologie geïmplementeerd en gefinancierd kan worden waarbij ze duidelijk oog hebben voor de transformatie die dat vraagt van mens en organisatie.

Bijstelling normtijden Wasverzorging Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 na uitspraak CRvB

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft in januari 2025 een uitspraak gedaan (ECLI:NL:CRVB:2025:46) die leidt tot bijstelling van de normtijden voor het resultaat Wasverzorging in het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019. Deze uitspraak betekent dat –  na de aanpassing zoals hieronder beschreven – het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning ook voor het resultaat Wasverzorging gebruikt kan worden.

Deze bijgestelde normtijden voor de Wasverzorging zijn bepaald op basis van een gewogen gemiddelde van onderzoekstijden uit drie onderzoeken zoals in 2016 door KPMG Plexus en bureau HHM uitgevoerd. De oorspronkelijk in het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 opgenomen normtijden voor de Wasverzorging zijn gebaseerd op één van deze drie onderzoeken uit 2016.

De bijgestelde normtijden zijn verwerkt in het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025.

Zie hieronder de wijzigingstabel met de oorspronkelijke en bijgestelde normtijden opgenomen in het nieuwe ‘blokkenschema’ van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025.

 

 

Routekaart – Op weg naar een opendeurenbeleid

Een opendeurenbeleid geeft mensen met dementie bewegingsvrijheid en dat komt ten goede aan het gevoel van autonomie en het welbevinden. Maar hoe open je die deuren? De Routekaart – Op weg naar een opendeurenbeleid beschrijft concrete stappen om te komen tot een beleid waarin veiligheid en vrijheid hand in hand gaan, met zoveel mogelijk bewegingsvrijheid in een veilige omgeving.

Deze routekaart is speciaal ontwikkeld voor bestuur, management én zorgprofessionals die willen dat hun organisatie een opendeurenbeleid realiseert. Hiervoor zijn niet alleen aanpassingen in de leefomgeving nodig, maar vaak ook een verandering in het denken en doen van zorgprofessionals en naasten. Dit vraagt om een goed doordachte aanpak om de veiligheid en kwaliteit van zorg te waarborgen. De routekaart wijst de weg naar een vrijheidsgerichte benadering waarin autonomie centraal staat en toezichthoudende technologie ondersteunend is.

In zeven concrete stappen kom je samen tot een beleid waarin veiligheid en vrijheid hand in hand gaan:

Stap 1: Formuleer visie en doelstellingen
Stap 2: Risicoanalyse
Stap 3: Aanpassingen in de leefomgeving
Stap 4: Training en opleiding zorgprofessionals
Stap 5: Begin kleinschalig
Stap 6: Beleid evalueren en bijstellen
Stap 7: Implementatie in de hele organisatie

Hoe ga je hiermee aan de slag?
Je kunt deze routekaart gebruiken om te komen tot een plan van aanpak passend bij jouw organisatie. Floor Sieverink, één van onze adviseurs zorgtechnologie, denkt hierover graag eens met je mee. 

De routekaart sluit aan bij het tweeluik:
‘Vrijheid en Veiligheid in de Ouderenzorg’.

Normenkader Begeleiding 2.0 nu beschikbaar

Het Normenkader Begeleiding helpt consulenten van gemeenten bij het indiceren voor begeleiding en dagbesteding. Dit normenkader is ontwikkeld door bureau HHM en Factum Advies in samenwerking met ruim 25 gemeenten.
Het Normenkader Begeleiding 2.0 helpt bij het bepalen van de aard en omvang van de begeleiding, de uiteindelijke afweging blijft altijd aan de professional. Het is een hulpmiddel om te komen tot een gedegen en toetsbare afweging.Waarom als gemeente werken met het Normenkader?

Het Normenkader Begeleiding:

  • creëert uniforme kwaliteit en transparantie voor zowel inwoner, gemeente als zorgaanbieder
  • sluit aan bij het stappenplan van de CRvB
  • draagt bij aan passende toewijzing naar aard en omvang van de in te zetten begeleiding

Totstandkoming Normenkader Begeleiding 2.0
Bureau HHM en Factum Advies brachten hun kennis en ervaring samen in de uitwerking van het Normenkader Begeleiding. De 1.0 versie van het Normenkader Begeleiding kwam in 2022 tot stand in samenspraak met consulenten en deskundigen van aanbieders en wordt al door meerdere gemeenten gebruikt.

In de jaren 2022 – 2024 is het kader in samenwerking met gemeenten, aanbieders en de Universiteit Twente doorontwikkeld tot het Normenkader Begeleiding versie 2.0. Voor de 2.0 versie onderzochten we bij een groot aantal aanbieders verspreid over het land wat de kenmerken van cliënten zijn en wat de aard, omvang en duur is van de begeleiding die zij hen bieden. Daarbij namen we ook het oordeel van de cliënten over de omvang van de begeleiding die zij krijgen mee.

Praktijkervaringen
Gemeenten die al werken met de 1.0 versie van het Normenkader ervaren dat consulenten aan de hand hiervan goed kunnen uitleggen waarom ze bepaalde keuzes maken. Dat geeft ze meer zekerheid en vertrouwen in hun werk. Ook helpt het om met elkaar in gesprek te gaan. Reflectie op het eigen én elkaars handelen wordt makkelijker omdat je dezelfde uitgangspunten hanteert. Bovendien ervaren consulenten en inwoners het normenkader als een welkome houvast tijdens de gesprekken: ‘het helpt om alle leefgebieden goed in kaart te brengen’.

Het Normenkader Begeleiding en de eisen vanuit de CRvB
De CRvB stelt dat indicaties voor individuele begeleiding en/of dagbesteding vanuit de Wmo goed moeten worden onderbouwd en dat gemeenten voor de onderbouwing gebruik mogen maken van een normenkader, mits dit normenkader tot stand is gekomen op basis van objectief, deskundig en onafhankelijk uitgevoerd onderzoek.

Webinar ‘Indiceren voor Wmo-begeleiding: hoe helpt het Normenkader Begeleiding?’
Tijdens de Week van de Standaarden 2025 van 11 tot 15 november gaven Nico Dam en Nikita Buitenhuis (bureau HHM), Marlou Mertens en Antonet Berghege (Factum Advies) samen met Peter Paul Doodkorte (Regioadviseur bij het Ketenbureau i-Sociaal Domein) een webinar met als titel ‘Indiceren voor Wmo-begeleiding: hoe helpt het Normenkader Begeleiding?’. 

Terugkijken kan via:  Week van STANDAARDEN

Meer weten over het werken met het Normenkader Begeleiding?
Neem dan contact op met een van onze adviseurs of bekijk de publieksversie.

Werk slimmer: verken samen de kansen van zorgtechnologie

Thuiszorgorganisatie SamenZorg staat voor een grote uitdaging. Er is sprake van veel uitval van zorgmedewerkers en een hoge werkdruk. Hierdoor kunnen medewerkers niet altijd de zorg bieden die nodig is en dit drukt op hen. Ze willen het beste voor de mensen waar ze voor zorgen, maar hebben de tijd niet om dit te doen. SamenZorg zit met de handen in het haar. Stap in de wereld van ‘Werkdruk Slimmer’ en help SamenZorg én je eigen organisatie om spelenderwijs de kansen van technologie te verkennen.

Speciaal voor medewerkers in de ouderenzorg ontwikkelde bureau HHM het spel Werkdruk Slimmer. Een serious game die helpt om het goede gesprek over zorgtechnologie te voeren en te vertalen naar de dagelijks praktijk. Het spel is gemaakt om in een zorgorganisatie op een leuke manier bewustwording te creëren en iets te leren. Dat is ook wat we terugkregen van eerdere spelers.

Chantal, werkzaam bij een zorgaanbieder:
“Het spel is leuk om te doen en het is nuttig dat we elkaar op een andere manier spreken over de zorg die we leveren. Door de spelvorm is het makkelijker om het gesprek te voeren en ontstaat meer openheid.”

De kracht van het spel zit in dat het stimuleert om op zoek te gaan naar wat wel of juist niet werkt en het waarom daarachter. Zo geeft het inzicht in (de)motiverende factoren en in belemmerende overtuigingen die soms erg hardnekkig kunnen zijn.

In het spel zijn samenwerking en innovatie de sleutels tot succes. Adviseurs van bureau HHM begeleiden het spel. Zo kunnen de spelers zich concentreren op de inhoud en krijgen tegelijkertijd nieuwe kennis aangereikt.

Speel mee en maak werkdruk beheersbaar!
Wil jij met jouw team spelenderwijs ontdekken hoe technologie het werk in de zorg makkelijker kan maken?

Neem contact op

Naam

Langer thuis wonen met toezichthoudende technologie: hoe maak je de belofte waar?

Toezichthoudende technologie biedt ouderen de kans om langer veilig en zelfstandig te wonen. Succesvolle implementatie van toezichthoudende technologie in de thuissituatie blijkt echter complex. Het vereist een kritische afweging tussen technologische mogelijkheden, praktische toepasbaarheid en het gewenste resultaat. Niet alles wat gemonitord kan worden is noodzakelijk voor het creëren van een veilige omgeving voor de cliënt. In dit artikel leest u over drie centrale aspecten om rekening mee te houden: acceptatie, anders werken en de bekostiging.

Het artikel biedt praktische inzichten en is bedoeld voor zorgprofessionals, beleidsmakers en andere betrokkenen in de sector.

Lees ook: ons eerdere tweeluik over toezichthoudende technologie, waar we de spanning tussen vrijheid en veiligheid onderzochten.

Onderzoek naar instroom VG7 en verklaringen

Het aantal Meerzorg-aanvragen in de gehandicaptenzorg stijgt. Wat opvalt is dat er een groep jongeren is die met een zorg- en ondersteuningsvraag (vanuit de Jeugdwet óf Wmo óf zonder zorggeschiedenis) al direct met een hoge VG-indicatie de Wlz instroomt. Zonder dat duidelijk is hoe of waarom dit gebeurt. Om onnodige verzwaring van zorg- en ondersteuningsvragen te voorkomen, wil het team Gehandicaptenzorg van de directie Langdurige Zorg (DLZ) meer inzicht in de kenmerken en afgelegde reis in zorg- en ondersteuning van deze jongeren.

Het gaat om de groep jongeren tussen de 12 en 27 jaar die:

  • zonder eerdere Wlz-indicatie een VG7-indicatie krijgen, óf
  • zonder eerdere Wlz-indicatie een VG6-indicatie krijgen én binnen een jaar doorstromen naar VG7, en/of
  • binnen een jaar na de VG7-indicatie Meerzorg ontvangen.

We voeren een uitgebreide kwantitatieve analyse uit op de beschikbare CBS-data. We analyseren de kenmerken van deze jongeren en de zorgreis die zij hebben afgelegd, van de periode voor hun Wlz-indicatie tot aan de zorg die zij momenteel ontvangen. Door gesprekken te voeren met jongeren zelf, professionals en de begeleidingscommissie brengen we het verhaal achter de cijfers in kaart. We stellen individuele levensreizen op.

Onderzoeker Janet van den Boer: “We proberen factoren die een belangrijke rol in iemands leven hebben gespeeld en mogelijk hebben bijgedragen aan de zorgvraag te visualiseren en te categoriseren. Zo hopen we, door letterlijk op een andere manier te kijken, tot nieuwe inzichten en concrete oplossingsrichtingen te komen.”

Om een breed beeld te krijgen en oplossingsrichtingen te identificeren, organiseren we twee reflectiebijeenkomsten met ervaringsdeskundigen uit de praktijk. Hierbij betrekken we alle relevante partijen om te reflecteren op de uitkomsten van het onderzoek en samen tot prioriteiten en aanbevelingen te komen. De bevindingen en inzichten leiden tot een rapportage met concrete handvatten om de zorg voor deze jongeren verder te verbeteren.

Tweeluik toezichthoudende technologie in de zorg: vrijheid versus veiligheid

Technologie speelt een steeds grotere rol in het waarborgen van veiligheid en autonomie. In de ouderenzorg, maar ook in de gehandicapten- en geestelijke gezondheidszorg, vragen complexe zorgbehoeften om innovatieve oplossingen. In een tweeluik onderzoeken wij hoe toezichthoudende technologie bijdraagt aan de veiligheid, zonder dat dit ten koste gaat van hun vrijheid. 

Deel 1: Waarom gesloten deuren eigenlijk geen optie meer zijn

Uiteindelijk wil iedereen, van jong tot oud, zich veilig, thuis en begrepen voelen. Dat is voor mensen die in een verpleeghuis wonen niet anders. Maar wat gebeurt er als bewoners met dementie in gevaarlijke situaties terechtkomen, zoals vallen of verdwalen? Als zorgverlener of familielid wil je hen beschermen, maar dat kan ten koste gaan van hun autonomie en bewegingsvrijheid. Hoe kun je een balans vinden tussen vrijheid en veiligheid? En welke rol kunnen de leefomgeving en technologie hierin spelen? In het eerste deel van dit tweeluik gaan we dieper in op de vraag waarom gesloten afdelingen eigenlijk geen optie meer zijn.

Deel 2: Waarom camera’s niet automatisch leiden tot meer veiligheid

In dit tweede deel bespreken we welke afwegingen belangrijk zijn om ervoor te zorgen dat toezichthoudende technologie werkelijk bijdraagt aan een veiligere omgeving in verpleeghuizen. Hoewel technologie hierin een belangrijke rol kan spelen, roept het gebruik in de ouderenzorg ethische en praktische vragen op. Er zijn veel geavanceerde technologieën op de markt gericht op het zien van wat zich ergens afspeelt. Inzet hiervan roept al snel het gevoel van veiligheid op. Maar verhoogt het werkelijk de veiligheid, of leidt het juist tot schijnveiligheid en een onnodige inbreuk op de privacy en autonomie?

Over de auteur
De artikelen zijn geschreven door Floor Sieverink. Floor is adviseur op het gebied van zorgtechnologie. Zij heeft een brede wetenschappelijke achtergrond, gecombineerd met ervaring in de (langdurige) zorg. Ze is in staat om met organisaties mee te denken over welke zorgtechnologie nu echt de vraag beantwoordt. Hierbij zet zij de mens en de context centraal. Floor is werkzaam binnen het team Zorgtechnologie bij bureau HHM.

 

Opbouw tarieven Huishoudelijke Ondersteuning

NADERE ANALYSE VAN DE TARIEVEN IN DE PRAKTIJK

Door de toenemende problemen op de arbeidsmarkt wordt de verdeling van schaarste aan Huishoudelijke Ondersteuning een groter vraagstuk dan het tarief. Toch wordt op veel plaatsen nog altijd veel gesproken over de opbouw van een reëel tarief, daar waar inspanningsgericht wordt bekostigd. Om de gesprekken tussen aanbieders en gemeenten over reële tarieven voor Huishoudelijke Ondersteuning (HO) makkelijker en sneller te laten verlopen, schreven wij de notitie ‘Opbouw tarieven Huishoudelijke Ondersteuning’. Hiermee hopen we dat er ruimte ontstaat voor het gesprek over hoe we er in de (nabije) toekomst voor zorgen dat HO beschikbaar blijft voor de mensen die dat het hardst nodig hebben.

De afgelopen jaren hebben we vanuit bureau HHM in veel (regio’s van samenwerkende) gemeenten advies gegeven over de tarieven van de Huishoudelijke Ondersteuning (HO). We merken dat de onderlinge verschillen tussen gemeenten steeds kleiner worden. Bovendien voeren we in veel opdrachten, soms ook gelijktijdig, dezelfde discussies, vaak ook met dezelfde aanbieders. Daarnaast hebben we in de tweede helft van 2023, na het openbreken van de cao VVT en de oplopende inflatie, gemerkt dat de tarieven steeds meer onder druk zijn komen te staan. De interne kostprijs van aanbieders lijkt te stijgen, waardoor meer discussie ontstaat over de tarieven die gemeenten hanteren. Wij zien dat die discussie in de praktijk gaat over:

  • De gemiddelde inschaling (de periodiekmix).
  • De overhead van de organisatie.
  • Het gemiddelde ziekteverzuim als onderdeel van de productiviteit van de medewerkers.
  • De wijze van indexatie van een vastgesteld tarief.

Op basis van onze ervaringen in een brede reeks van opdrachten, schreven we de notitie. Voor elk van de bovengenoemde punten doen we een voorstel voor de benadering van de parameterwaarde vanuit de praktijk van een ‘gemiddeld efficiënte aanbieder’. Hiervoor analyseerden we informatie uit de uitvoeringspraktijk sinds begin 2023. Met deze notitie beogen we niet om het HO tarief te normeren. Het kan voorkomen dat lokaal of regionaal op grond van de uitvoeringspraktijk wordt afgeweken van de algemene uitkomsten. We hopen vooral dat we een bijdrage kunnen leveren aan het beheersbaar houden van de Huishoudelijke Ondersteuning omdat dankzij HO veel, voornamelijk oudere mensen, helpt thuis hun zelfstandigheid te behouden.

Vijf elementen voor opgavegericht samenwerken

Wij hanteren 5 elementen van opgavegericht samenwerken. Uit ervaring weten we dat we hiermee de juiste condities voor succesvolle samenwerking realiseren. Als de samenwerking spaak loopt of de beoogde resultaten niet worden behaald, zijn vaak één of meerdere van deze elementen onvoldoende uitgewerkt of in de praktijk gebracht. We presenteren de 5 elementen in het symbool voor oneindigheid, omdat ze met elkaar samenhangen, maar niet als een lineair proces doorlopen hoeven worden. Op basis van deze elementen kun je op verschillende punten ingrijpen en de samenwerking steeds verder versterken.

Lees meer over wat wij doen rond opgavegericht samenwerken.
 

  1. Ambitie – Centraal in de aanpak staat de gedeelde maatschappelijke ambitie. Alle partijen dragen hiervoor gezamenlijk verantwoordelijkheid. De ambitie geeft richting aan de andere stappen en verbindt de partijen op inhoud.
  2. Opdracht – Partijen geven gezamenlijk betekenis aan de ambitie en vertalen deze naar een opdracht aan alle partijen. De opdracht met daarin opgenomen de beoogde resultaten, geeft richting voor het handelen van professionals én biedt handelingsruimte in interactie tussen cliënt en professional. Daarmee kan concreet een verschil gemaakt worden in het leven van cliënten of inwoners.
  3. Partnerschap – Om de ambitie te realiseren en de opdracht uit te voeren, moeten de juiste partners betrokken zijn. Zij maken afspraken over de vorm van samenwerking en de waarden van waaruit samengewerkt wordt. En over hoe ieder daar vanuit zijn deel aan bijdraagt.
  4. Kaders – De kaders bieden duidelijkheid. Over wat partijen beschikbaar hebben om hun opdracht uit te voeren en welke speelruimte ze hebben. De ambitie en opdracht zijn leidend voor de bedrijfsvoering of inrichting van individuele organisaties.
  5. Leren en ontwikkelen – Met een gedeelde verantwoordelijkheid voor het realiseren van de ambitie, bewegen partijen van (schijn)zekerheid naar enige mate van onzekerheid, van risicomijding naar lef en van afrekening naar professionele samenwerking en gezamenlijk leren en ontwikkelen. Het vraagt monitoring op alle onderdelen, zowel kwalitatief als kwantitatief, om met elkaar te kunnen doorontwikkelen waar nodig.

Het werken met deze vijf elementen is bij uitstek geschikt voor aanbieders die gezamenlijk een opdracht uitvoeren in partnerschap met een financier, bijvoorbeeld een taakgerichte uitvoeringsvariant en bekostiging vanuit een gemeente. Het helpt de partijen om de klassieke opdrachtgevers- en opdrachtnemersrollen los te laten. En te komen tot zowel een ander soort samenwerking en interactie als een andere inrichting van de eigen organisaties die daarvoor nodig is.

Ook voor andere typen van (netwerk)samenwerking zijn de elementen zeer bruikbaar.

Rapport eindevaluatie landelijk dementieprogramma Memorabel

Met het programma Memorabel wil ZonMw bijdragen aan de kwaliteit van leven van mensen met dementie en de zorg en ondersteuning verbeteren. Daarnaast heeft het programma als doel het ontwikkelen, verzamelen en benutten van kennis die bijdraagt aan het remmen van de sterke toename van het aantal mensen met dementie. In opdracht van ZonMw voerde bureau HHM een eindevaluatie uit van het programma. Hieruit blijkt dat het programma goed heeft gefunctioneerd en een vliegwiel is geweest voor dementieonderzoek en maatschappelijke bewustwording. ZonMw heeft het rapport – met een begeleidende brief en een positieve reflectie op het rapport – aangeboden aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

In Nederland krijgt 1 op de 5 mensen dementie, een verzamelnaam voor verschillende ziekten in de hersenen. Deze mensen worden vaak geheel afhankelijk van anderen. De verwachting is dat de komende jaren het aantal mensen met dementie fors toeneemt. Memorabel richt zich op mensen die nu dementie hebben én op patiënten van morgen. Het programma beslaat vier thema’s:

  1. Oorsprong en mechanisme van de ziekte
  2. Diagnostiek
  3. Behandeling en preventie
  4. Doelmatige zorg en ondersteuning

Memorabel werd uitgevoerd in het kader van het Deltaplan Dementie. Het geeft invulling aan het doel: onderzoek en ontwikkeling ten behoeve van mensen met dementie. Memorabel is ook de nationale implementatie van de EU Joint Programme Neurodegenerative Disease Research (JPND).

Uitkomsten evaluatie
Uit de eindevaluatie blijkt dat het programma, het ZonMw-bureau en de programmacommissie goed hebben gefunctioneerd. In totaal hebben 175 projecten gedraaid in de periode 2013 – 2020. De opgedane kennis en inzichten uit projecten hebben de gezondheidszorg ondersteund, zowel onderzoeksmatig als in de praktijk. Verdere implementatie en verspreiding van kennis en inzichten is en blijft een aandachtspunt. Vanwege de noodzaak van het Memorabel-programma heeft dit direct een vervolg gekregen in de vorm van het meerjarige onderzoeksprogramma Dementie (OPD).

Tijdens de evaluatie zijn aanbevelingen meegegeven voor het vervolg, grotendeels gericht op het behouden en versterken van elementen zoals die binnen het Memorabel-programma vorm kregen. Enkele voorbeelden zijn:

  • Zet in op thematische bundeling van onderzoeksvragen en -projecten. Binnen het onderzoeksprogramma Dementie wordt deze aanbeveling opgepakt door een aantal thematische onderzoeksconsortia te financieren in plaats van veel losse projecten.
  • Blijf inzetten op implementatie en verspreiding. De projecten binnen Memorabel hebben veel kennis en praktische handvatten opgeleverd. Een uitdaging was en is om al deze kennis en handvatten goed te borgen. In het onderzoeksprogramma Dementie richt een speciaal consortium zich op de verspreiding en implementatie van onderzoeksresultaten.
  • Ontwikkel een strategische communicatieagenda. ZonMw gaat voor het Dementie-programma een strategische communicatieagenda ontwikkelen met aandacht voor samenwerking, kennisuitwisseling, verspreiding en het faciliteren van dialoog.
  • Geef meer vorm aan tussentijds leren en evalueren. Voor langlopende programma’s is het waardevol om tussentijds te leren, zodat programma’s gaandeweg bijgestuurd kunnen worden en kunnen meewegen met actuele ontwikkelingen. ZonMw gaat voor het nieuwe onderzoeksprogramma Dementie na hoe tussentijds leren en evalueren vorm en inhoud kan krijgen.

Meer lezen
We bedanken alle respondenten die deze evaluatie mogelijk hebben gemaakt. ZonMw maakte op basis van de resultaten van het onderzoeksprogramma Memorabel een boekje ‘Dementie in de dagelijkse praktijk’. Hierin wordt gerefereerd aan ons onderzoek, maar bovenal staat het vol inspiratie en handvatten voor mantelzorgers en zorgprofessionals.

Projectleiding drugsbestrijdingsfonds gemeente Enschede

De gemeente Enschede ziet dat harddrugsgebruik onder jongeren steeds meer genormaliseerd is en wil hier iets tegen doen. Daarom is eind 2023 door de raad het amendement ‘Drugsbestrijdingsfonds’ aangenomen. Hiermee wordt € 500.000,- beschikbaar gesteld om harddrugsgebruik aan te pakken. Bureau HHM neemt de projectleiding op zich.

Op dit moment is er onvoldoende beleid in de gemeente Enschede om harddrugsgebruik tegen te gaan. Onze opdracht is het opstellen van een plan gericht op de preventie met een doorlooptijd van drie jaar. Dit plan stellen we op en voeren we uit in samenspraak met partners. Nikita Buitenhuis: “Om ervoor te zorgen dat het plan uiteindelijk tot een succesvolle uitvoering komt betrekken we stakeholders vanaf het begin bij het opstellen hiervan. Zij hebben de kennis en ervaring; wij verbinden die met elkaar zodat een integrale aanpak ontstaat. Ook spreken we met de doelgroep zelf. Jongeren zijn actief betrokken bij het traject. Wij zien in dit soort trajecten dat wij als onafhankelijke partij verbindingen kunnen leggen en bruggen kunnen bouwen. Bovendien kennen we de regio goed. Zo kunnen we goed aansluiten op de lokale vraagstukken. Bij dit vraagstuk is het van belang dat preventie onderdeel gaat uitmaken van de dagelijkse praktijk zodat er blijvend aandacht voor komt.”

De Toekomstagenda voor de Gehandicaptenzorg: focus aanbrengen en krachten bundelen

De Toekomstagenda tot en met 2026 biedt een veelbelovend kader voor de gehandicaptenzorg en sluit mooi aan bij de visie voor 2030 van de VGN. Het Landelijk akkoord tussen zorgaanbieders en zorgkantoren benadrukt de noodzaak om de gehandicaptenzorg toekomstbestendiger te maken. In de recente kamerbrief van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) over de Toekomstagenda voor de gehandicaptenzorg zien we op basis van onze ervaringen in de sector dat op herkenbare en relevante onderwerpen waardevolle acties worden ondernomen. Toch valt ook de veelheid aan initiatieven op. Dat roept de vraag op wat het effect is van het programma op het leven van mensen met een beperking, hun naasten en hun zorgverleners.

Dit artikel – geschreven door Marion van den Hurk, Significant en Patrick Jansen, Bureau HHM  – verscheen op 13 juni 2024  Sociaalweb.nl

Verwarring en weerstand
Het is duidelijk dat alle betrokkenen zich inzetten om stappen te zetten om de zorg voor mensen met een beperking te verbeteren en te waarborgen. Tegelijkertijd rijst de vraag hoe al deze initiatieven en beleidsmaatregelen samenkomen om daadwerkelijke veranderingen in de leefwereld van cliënten en zorgverleners te bewerkstellingen. De implementatie van alle veranderingen die nodig zijn voor een toekomstbestendige gehandicaptenzorg vraagt veel van de veranderkracht van zorgaanbieders.

Tegelijkertijd is er door de hoge belasting van zorgverleners vaak weinig rust en ruimte voor veranderingen en daarmee beperkte veranderkracht op de werkvloer. Het is cruciaal dat de veranderkracht niet overvraagd wordt en dat de complexiteit van de verschillende maatregelen niet leidt tot verwarring en weerstand bij zorgverleners en cliënten en daardoor juist stagnatie van de gewenste verandering. Duidelijke communicatie en ondersteuning vanuit het management en middenkader binnen zorgorganisaties zijn daarbij essentieel om ervoor te zorgen dat zorgverleners, cliënten en hun naasten de veranderingen begrijpen en kunnen omarmen.

Verschillende trajecten
Verschillende trajecten bieden ondersteuning bij het invoeren van veranderingen voor zorgaanbieders. Een greep waaruit zorgaanbieders kunnen kiezen: de innovatie-impuls voor de implementatie en opschaling van technologie, begeleiding a la carte om vernieuwende manieren van persoonsgerichte zorg te implementeren, regiokracht om de samenwerking in de regio verder te brengen, een ontwikkelprogramma voor de zorg voor mensen met complexe zorgvragen, labs en lerende netwerken vanuit de VGN over daginvulling en samenwerken met het netwerk van cliënten, een koplopergroep om de implementatie van technologie verder te brengen, Digizo om zorgorganisaties te ondersteunen bij het transformeren van hun processen en handvatten, en leertafels en ontmoetingen vanuit de transitie naar een toekomstbestendige gehandicaptenzorg.

Goede balans vinden
Welke keuzes maak je dan als zorgaanbieder, waar richt je je op in het aanpassen van je organisatie aan de uitdagingen van vandaag en de toekomst? In de praktijk is het essentieel dat er een goede balans wordt gevonden tussen het doorvoeren van veranderingen en het behouden van stabiliteit en continuïteit in de zorgverlening. Het is een uitdaging om de vele initiatieven en beleidsmaatregelen op een coherente en effectieve manier te integreren in de dagelijkse praktijk, zonder dat dit leidt tot overbelasting en weerstand.

Wij pleiten voor een meer integrale aanpak in de ondersteuning van zorgaanbieders vanuit landelijke partijen die verder gaat dan een gelijk gerichte visie en oplossingsrichtingen. Er is een breed gedeeld en veelbelovend perspectief nodig voor de toekomst van de zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking. Het is nu aan alle betrokken partijen om samen te werken aan het aanbrengen van focus en hieraan acties te verbinden: welke knelpunten verdienen de meeste aandacht, welke oplossingen zijn het meest effectief gebleken en hoe kunnen die – op de korte en lange termijn – in de praktijk worden gecreëerd? Daarbij is het van belang te luisteren naar de behoefte van cliënten, naasten en zorgverleners en gebruik te maken van de inzichten die in diverse trajecten zijn opgedaan.

Alleen door gezamenlijke inspanningen om hen te ondersteunen in het doorvoeren van de benodigde veranderingen kunnen we de gehandicaptenzorg daadwerkelijk verbeteren en kunnen mensen met een beperking de zorg en ondersteuning krijgen die zij verdienen. Liever in gezamenlijkheid snelle kleine eerste stappen dan uiteenlopende grote actielijnen.