Werk type: Actueel

Eén tegen eenzaamheid levert sterke bijdrage aanpak van eenzaamheid

Om de trend van eenzaamheid onder ouderen te doorbreken geeft het ministerie van VWS samen met een groot aantal partners invulling aan het programma Eén tegen eenzaamheid. Op verzoek van het ministerie van VWS voerde bureau HHM een doorlopende evaluatie uit van het programma, met metingen in 2019, 2020 en 2021. De rapportage van onze derde meting is eind vorig jaar door toenmalig demissionair minister van VWS Hugo de Jonge aangeboden aan de Tweede Kamer met de brief Vierde voortgangsrapportage Eén tegen eenzaamheid. Onze derde meting laat zien dat het programma – dat onlangs tot eind 2023 verlengd is – solide functioneert en een vliegwiel is voor initiatieven om eenzaamheid tegen te gaan.

Eén tegen eenzaamheid is een actieprogramma, waarin private en publieke partijen samen werken, samen leren en samen ontwikkelen. Wij evalueerden het programma tijdens de looptijd met als doel tussentijds verbeteringen door te voeren.

Uit onze derde meting blijkt dat de landelijke en de lokale aandacht voor eenzaamheid de afgelopen jaren een boost heeft gekregen door activiteiten vanuit het programma. De corona-problematiek heeft de aandacht vergroot voor het vraagstuk van eenzaamheid en daarmee ook het belang van het programma verder geaccentueerd. Het programma functioneert solide en er wordt voortdurend ingespeeld op actuele ontwikkelingen en op behoeften en ideeën van maatschappelijke partners. Het samen leren en ontwikkelen is goed op gang gebracht, waardoor het programma een vliegwiel is geworden voor initiatieven om eenzaamheid tegen te gaan.

Toekomst programma
Een belangrijke vraag is op welke manier het programma in de toekomst wordt voorgezet. In de rapportage van onze derde meting formuleerden we criteria die het ministerie van VWS helpen bij het maken van keuzes hierin.

Eenzaamheid belangrijk thema bureau HHM
Ellen Geuzebroek, adviseur en onderzoeker bureau HHM: “Eenzaamheid is binnen ons werk een belangrijk thema omdat we zien dat het grote maatschappelijke gevolgen heeft. Langdurige eenzaamheid kan leiden tot gezondheidsrisico’s, de kwaliteit van leven verminderen en ervoor zorgen dat mensen niet meer meedoen in de samenleving. Eenzaamheid grijpt in op diverse levensgebieden. Oorzaken en gevolgen zijn vaak moeilijk te onderscheiden en oplossingen zijn niet hapklaar. Naast de evaluatie van het programma Eén tegen eenzaamheid voeren we meerdere onderzoeken uit op het gebied van eenzaamheid, waarbij we bijvoorbeeld kijken naar factoren als de fysieke leefomgeving en digitale vaardigheden van mensen.”

Bekijk ook de eerdere onderzoekrapportages evaluatie Eén tegen eenzaamheid

Andere relevante publicaties

Toekomstbestendig woonzorgaanbod: een aantal sleutelfactoren

Gemeenten, woningcorporaties en zorgorganisaties kregen van de Taskforce Wonen en Zorg de opdracht om met elkaar in gesprek gaan over de omvang en de aanpak van de woonzorgopgaven. Dit om ervoor te zorgen dat wonen met zorg aansluit op de vraag en behoeften van inwoners nu en in de toekomst. Bureau HHM ondersteunt hier verschillende gemeenten, regio’s en stadsdelen bij door het opstellen van woonzorgvisies en het vertalen hiervan naar beleid en uitvoeringsplannen. In dit artikel delen we graag de sleutelfactoren om te komen tot een toekomstbestendig woonzorgaanbod

Een toekomstbestendige woonzorgvisie leidt tot een betere aansluiting van het woon, zorg- en welzijnsaanbod op de behoefte van ouderen en andere kwetsbare inwoners. Ook biedt het een kader waaraan nieuwe initiatieven op het vlak van wonen, welzijn en zorg kunnen worden getoetst. Op basis van onze ervaringen in heel het land geven wij graag het volgende mee:

  • Sluit aan bij de vraag en behoeften van inwoners; kijk naar wat zij nog zelf kunnen en willen en bied waar nodig hulp en ondersteuning.
  • Heb oog voor de belangrijke rol die welzijn en daar bijbehorende voorzieningen vervullen bij het creëren van een toekomstbestendig woonzorgaanbod.
  • Bied ruimte aan nieuwe woonzorginitiatieven en technologische ontwikkelingen.
  • Onderzoek waar zorgtechnologie kan worden ingezet om mensen langer hun zelfstandigheid te laten behouden.
  • Een toekomstbestendig woonzorgaanbod kan niet los worden gezien van de bredere opgaven op de arbeids- en woningmarkt.
  • Doorloop dit proces vanaf het begin met betrokken stakeholders; je hebt een gezamenlijke opgave. Zorg er vanaf de start voor dat jullie beeld hiervan hetzelfde is.
  • Denk samen na over hoe je de samenwerking tussen de verschillende stakeholders ziet.
  • Betrek inwoners door middel van bijvoorbeeld inloopavonden, werksessies of uitvragen.
  • De stap van je visie naar beleid en uitvoeringsplan(nen) is als het goed klein: samen maak je de doelen uit je visie SMART. Lukt dit niet dan kan het helpen om je visie nog eens kritisch te bekijken.
  • Ga niet het wiel opnieuw uitvinden. Er zijn in het land al veel goede voorbeelden beschikbaar om te komen tot een toekomstbestendig woonzorgaanbod. Maak hier gebruik van!

Rol bureau HHM
Wij treden op als onderzoeker, procesbegeleider en verbinder en brengen de benodigde kennis in om samen met de verschillende stakeholders tot succesvolle oplossingen op het gebied van wonen met zorg. Hierbij putten wij uit onze ruime en ook recente ervaring met dit vraagstuk.
Wij helpen bij het opstellen van een woonzorgvisie, het vertalen van deze visie naar beleid en concrete uitvoeringsplannen. Om ervoor te zorgen dat deze visies en plannen aansluiten op de huidige en toekomstige vraag brengen we desgewenst de huidige en toekomstige zorgvraag in beeld. Tot slot zijn we ook een deler van kennis, door onze recente ervaringen in ruim 30 verschillende gemeenten/regio’s, beschikken we over veel inspirerende voorbeelden en oplossingen.

 

Training casus- en procesregie | donderdag 10 en 24 maart 2022

Tijdens de training ervaren deelnemers welke (professionele)vaardigheden en competenties nodig zijn in de uitvoering van deze rollen en ze worden hierin getraind. Hierbij gaat het onder andere om het maken van een analyse en het verbinden en sturen in de samenwerking met het gezin en de betrokken hulpverleners, vanuit een integraal plan van aanpak. We gaan specifiek in op de leerdoelen die deelnemers zichzelf stellen zoals rolvastheid, verbinden, samenwerken en/of een meer uniforme en herkenbare manier van werken.

Inhoud training
Tijdens deze training vertalen we de rol en taken van zowel een casus- als procesregisseur naar activiteiten en samenwerking met de betrokkenen. Deelnemers krijgen (beperkte) theorie aangereikt die we vervolgens oefenen aan de hand van concrete casuïstiek:

  1. Onderscheid tussen casus-en procesregie
  2. Tijdig signaleren en opschalen
  3. Integrale aanpak ( 1 gezin – 1 plan – 1 regisseur) en samenwerken
  4. Procesmatig werken
  5. Werken aan herstel van eigen regie
  6. Situationeel leiderschap
  7. Omgaan met conflicterende belangen
  8. Taakverbondenheid
  9. Meerzijdige (veelzijdig gerichte) partijdigheid
  10. Principes vanuit de systeemtheorie en contextuele aanpak

Doelgroep
Medewerkers uit het zorg- en veiligheidsdomein die de rol van casus- of procesregisseur (gaan) uitvoeren. Bijvoorbeeld medewerkers van gemeenten, veiligheidsorganisaties en zorgaanbieders.

Open inschrijving 
De eerstvolgende training is op donderdag 10 en 24 maart op een centrale locatie in Brabant.

Kosten
Deelname kost € 975,- per persoon, inclusief btw.

Deze training is zowel geaccrediteerd voor het Registerplein als voor het SKJ.

Ik wil graag meer weten

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

 

 

Werken aan kwaliteitsverbetering in de hogere zorgprofielen in de gehandicaptenzorg

Het flexibeler en toekomstbestendig maken van de gehandicaptenzorg en de complexe zorg; dat is wat het programma Volwaardig leven beoogt. Het programma is er voor mensen die een beroep doen op de Wet Langdurige Zorg, hun naasten en zorgverleners. Bureau HHM mocht hier, in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Nederlandse Zorgautoriteit, een bijdrage aan leveren in de vorm van drie onderzoeken. Deze zijn afgelopen week met een begeleidende kamerbrief aangeboden aan de Tweede Kamer. Alle drie onderzoekrapportages geven staatsecretaris Paul Blokhuis het signaal dat het belangrijk is te gaan werken aan kwaliteitsverbetering in de hogere zorgprofielen in de gehandicaptenzorg.

Reactie van de staatsecretaris
Staatsecretaris Blokhuis: “Ik onderschrijf de aanbeveling dat er ook en vooral oog moet zijn voor de context en de invloed hiervan op kwaliteit van leven van cliënten. Dat komt ook in het rapport van HHM naar de probleemanalyse VG7 nadrukkelijk naar voren. De aanbevelingen van HHM zie ik als onderdeel van de doorontwikkeling van wat met programma Volwaardig Leven en de toekomstagenda in gang is gezet.”

Onderzoek 1: Evaluatie maatregelen complexe zorg. Rapportage fase 1 en 2.
Met het programma Volwaardig leven zijn maatregelen in gang gezet om meer passende zorg voor mensen met een complexe zorgvraag te realiseren. Er zijn Maatwerkplekken gecreëerd voor mensen die nergens anders passende zorg kunnen krijgen. Er is een landelijk dekkend netwerk van crisisregisseurs neergezet. Zij bepalen welke extra zorg voor een Wlz-cliënt met een verstandelijke beperking in crisis nodig is. En er zijn crisis- en ondersteuningsteams (C.O.T.’s) opgezet die gespecialiseerde ondersteuning op de woonlocatie van een cliënt bieden. Bureau HHM volgt en evalueert deze maatregelen van 2020 tot en met 2022 en richt zich hierbij op de ervaringen en effecten van de maatregelen op cliëntniveau.

Belangrijkste conclusies
De focus in de complexe zorg moet niet alleen gericht zijn op de cliënt zelf, maar ook – of vooral – op de context. Deze context is relevant vanwege de wisselwerking tussen de cliënt en zijn omgeving en de disfunctionele patronen die daarin ontstaan. Het gaat om het creëren van de juiste randvoorwaarden voor cliënt en team om te kunnen functioneren.

Uit het onderzoek blijkt dat aanbieders de resultaten van de Maatwerkplekken graag breder trekken naar een grotere groep van (complexe) cliënten. Zij verwachten zo minder heftige crisissituaties en minder overplaatsingen. Dit vraagt in ieder geval om de juiste VG- en GGZ-deskundigheid in teams die met deze cliënten werken en laagdrempelige beschikbaarheid van specialistische expertise.

Aanbevelingen
We hebben diverse aanbevelingen gedaan rond de Maatwerkplekken en CO.T.’s zelf, onder andere voor duidelijkheid over het proces en voor betere verbinding tussen verschillende betrokkenen. Daarnaast is onze overstijgende aanbeveling aan VWS om samen met het veld te bekijken welke mogelijkheden er zijn om de basis op orde te hebben voor cliënten met een complexe vraag. Het realiseren van betere samenwerking tussen de VG-sector en de GGZ is hierbij een belangrijk aandachtspunt. Op aanbiederniveau valt winst te behalen in het intern beter organiseren en  gebruiken van de beschikbare expertise en ondersteuning op maat bij beginnende crisissituaties. We adviseren te monitoren of dergelijke verbeteringen eerder in de keten leiden tot een andere behoefte aan C.O.T.’s en Maatwerkplekken op de langere termijn.

Onderzoek 2 en 3: Probleemanalyse VG7. Onderzoek naar onderliggende signalen en knelpunten & Verkennende analyse VG7. Onderzoek naar input voor een kortetermijnoplossing voor een mogelijk te laag tarief.
Bureau HHM voerde in opdracht van VWS een probleemanalyse uit naar de knelpunten binnen de zorg voor mensen met een VG7-indicatie (VG (besloten) wonen met zeer intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering). Aanvullend op dit onderzoek deed bureau HHM in opdracht van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) een verkennende analyse naar de bekostiging van VG7 en het gebruik van Meerzorg. Dit om te komen tot een tijdelijke oplossing voor de grootste knelpunten in de bekostiging voor deze groep.

Belangrijkste conclusies
De probleemanalyse VG7 (het onderzoek in opdracht van VWS) laat zien dat de knelpunten voor de zorg voor mensen met VG7 divers zijn en met elkaar samenhangen. Voor het realiseren van goede zorg voor deze mensen zijn diverse aspecten van belang,  zoals voorspelbaarheid en continuïteit (voor de cliënt), veiligheid en coaching/ondersteuning (voor de zorgverlener) en een organisatie-breed uitgedragen visie op zorg voor deze groep mensen (voor de organisatie). Daarnaast laten veel aanbieders weten dat er onvoldoende personeel is en onvoldoende tijd voor scholing, coaching en intervisie.De probleemanalyse maakt duidelijk dat de knelpunten niet los van elkaar kunnen worden opgelost om tot een verbetering van zorg te komen.

Twee aanbevelingen

  1. De eerste aanbeveling is gericht op een kwaliteitsslag naar goede zorg.
    Met de probleemanalyse is in beeld gebracht wat nodig is om goede zorg te leveren specifiek voor de groep VG7. De sector kan op basis hiervan concretiseren wat goede zorg is, en wat dat vraagt in termen van personeelsbeleid, expertise en arbeidsomstandigheden. Daarnaast adviseert HHM de stakeholders een ‘scan’ te maken van aanbieders om scherp te krijgen in hoeverre het nu al lukt om goede zorg te bieden volgens die nieuwe visie op goede zorg en welke verbeterpunten er zijn.
  2. De tweede aanbeveling is gericht op de ontwikkeling van een passend tarief dat de kosten dekt van zorg volgens de (nieuw) gedefinieerde visie op goede zorg voor mensen met VG7. Zodat er (financiële) ruimte komt om de kwaliteitsslag te kunnen maken en Meerzorg weer hoofdzakelijk als tijdelijke maatregel wordt ingezet, in plaats van structureel.

Bovenstaande aanbevelingen vragen tijd en ruimte. Daarom gaf de NZa bureau HHM opdracht voor een aanvullend onderzoek naar oplossingsrichtingen op de korte termijn. Dit tweede onderzoek is met name financieel van aard en richt zich op de tekorten op het tarief voor VG7 en het gebruik van Meerzorg. Dit onderzoek laat zien dat de bekostiging van VG7 op dit moment niet passend is en doet een voorstel waarmee de tekorten die instellingen ervaren op het VG7 tarief tijdelijk kunnen worden ondervangen.

 

Woonomgeving en digitalisering te linken aan eenzaamheid

Mensen in een etagewoning voelen zich gemiddeld eenzamer dan mensen in een grondgebonden huis. En ook digitalisering heeft impact op het eenzaamheidsgevoel. Dat blijkt uit onderzoek van Bureau HHM en ZorgfocuZ. Deze inzichten geven ook belangrijke lessen voor sociaal werkers, leggen de onderzoekers uit.

Bron: Zorg+Welzijn
Door: Tea Keijl

Aan het onderzoek werkten ongeveer 3500 mensen mee, verspreid over het land. De deelnemers gaven hun gevoel van eenzaamheid gemiddeld een 6,8 op een schaal van 11. Deze score is gebaseerd op elf stellingen, zoals: ‘er zijn genoeg mensen op wie ik in geval van narigheid kan terugvallen’ en ‘vaak voel ik mij in de steek gelaten’.

Bevestiging van de complexiteit
De onderzoekers werkten voor de vragenlijst samen met wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen en Tilburg University. Verder deden ze een (inter)nationale literatuurstudie en spraken ze met ongeveer tien praktijkdeskundigen uit diverse werkvelden zoals de gehandicapten-, ouderen- en jeugdzorg, lhbtiq+ vertegenwoordigers en gemeentelijke beleidsmakers.

Het onderzoek bevestigt hoe complex eenzaamheid is, zegt Ellen Geuzebroek. Zij werkt als onderzoeker en adviseur bij bureau HHM. ‘Heel verschillende groepen zijn kwetsbaarder voor eenzaamheid, zoals tachtigplussers, alleenstaanden, mensen onder de vijftig, mensen met een praktische opleiding en mensen met een niet-westerse migratieachtergrond. Sociale eenzaamheid is bovendien iets anders dan emotionele eenzaamheid. Er is dus ook geen one size fits all oplossing.’

Aanknopingspunten
De nieuwe inzichten over het verband tussen woningtype en eenzaamheid leveren ondanks de complexiteit van het vraagstuk aanknopingspunten op voor het aanpakken van eenzaamheid, zegt Caroline Coumans, adviseur bij bureau HHM. ‘We weten nog niet hoe dat verband precies te verklaren valt, maar feit is dat mensen in een etagewoning zich gemiddeld eenzamer voelen dan mensen in een grondgebonden huis.’

Kwetsbaar voor eenzaamheid
Het kan best zijn dat de etagewoning an sich niet de oorzaak is van de sterkere eenzaamheid. ‘Er is verdiepend onderzoek nodig om te bezien hoe het verband precies loopt’, erkent Geuzebroek. ‘Het lijkt erop dat mensen die om andere redenen kwetsbaar zijn voor eenzaamheid, vaker dan gemiddeld in hoogbouw wonen. Als we de gegevens corrigeren voor bijvoorbeeld inkomen en opleidingsniveau, dan valt het verschil grotendeels weg.’ Heeft een bewoner van een etagewoning een laag inkomen, dan is de kans op eenzaamheid groter dan bij iemand met een hoog inkomen in datzelfde woningtype.

Nieuwe Omgevingswet
Los van het verband bepleiten de onderzoekers extra aandacht voor de sociale implicaties in de fysieke leefomgeving. Wat dat betreft is er volgens Coumans een positieve beweging gaande, mede dankzij de nieuwe Omgevingswet, die juli 2022 van kracht wordt. Gezondheid en veiligheid zijn twee belangrijke thema’s binnen de Omgevingswet. Bij de inrichting van de fysieke leefomgeving moet voortaan rekening gehouden met de ‘zachte’ kant: maatschappelijke vraagstukken als langer zelfstandig wonen, gezondheid en inclusiviteit. Daarnaast werken gemeenten aan een woonzorgvisie, waarin zowel het fysieke als het sociale domein een plek moeten krijgen.

Stenen stapelen
Stenen stapelen moet gebeuren op een manier die bijdraagt aan het welzijn van de inwoners, zegt Coumans. ‘In de ontwerpen voor nieuwbouw moet meer gelegenheid voor terloops contact komen. Ook bouwen in kleinere clusters kan bijdragen aan het tegengaan van sociale eenzaamheid.’

Onveilig gevoel
Terloops contact stimuleren kan ook in de buitenruimte, door bankjes strategisch te plaatsen. Bij dit soort verbindingen tussen het fysieke en het sociale kunnen sociaal werkers volgens Coumans een belangrijke rol spelen. ‘Als je van inwoners hoort dat ze zich onveilig voelen rond hun woning of dat ze geen plek hebben om elkaar in de buitenruimte te ontmoeten, dan kun je daarmee naar het fysieke domein.’

Aangepast zebrapad
Trek aan de bel bij de eigenaar van het complex of de afdeling ruimtelijk van de gemeente, vervolgt ze. ‘Zij bewegen steeds meer de kant op van het sociale domein. Dat zie ik echt op heel veel plaatsen gebeuren. Zoals in Enschede, daar ligt sinds kort een aangepast zebrapad over de drukste weg van de stad. Dankzij de inzet van het plaatselijke verpleeghuis is de oversteek naar het winkelcentrum nu veel makkelijker. En dat winkelcentrum is bij uitstek de plek voor een praatje.’

Digitalisering en eenzaamheid
Behalve een verband tussen woningtype en eenzaamheid laat het nieuwe onderzoek ook een verband zien tussen digitalisering en eenzaamheid. ‘Dat loopt evenmin eenduidig’, legt Geuzebroek uit. ‘We zien dat zowel mensen die weinig gebruik maken van digitale mogelijkheden als mensen die juist heel digitaal zijn, hoger scoren op de eenzaamheidsstellingen. Bij de eerste groep gaat het dan om ouderen, maar net zo goed om veertigers die zich online niet comfortabel voelen.’ Bij de tweede groep, die heel veel online is, zijn het vooral jongeren die daardoor sterker eenzaam zijn. Dat kan volgens Geuzebroek te maken hebben met het perfecte plaatje waarmee ze zich vergelijken maar dat niet realistisch is.

Vertrouwd mee raken
Sociaal werkers kunnen ook op het vlak van digitalisering ondersteunen, stelt Coumans. ‘De werkgever moet een visie ontwikkelen op hoe de organisatie omgaat met digitale hulpverlening. Daarin moet ruimte zitten om sociale professionals beter toe te rusten, zodat die op de hoogte blijven van alle technische mogelijkheden en er zelf vertrouwd mee raken.’
In verschillende trajecten die ze begeleidt ziet Geuzebroek nogal eens huiver bij zorg- en sociale professionals als het om digitale hulpverlening gaat. ‘Zo zijn ze bang dat het digitale contact het fysieke vervangt. De ondersteuning moet altijd hybride zijn, want persoonlijk menselijk contact mag niet ontbreken. Een seniorentablet waarmee iemand elke dag even met een kind op afstand koffie kan drinken moet dus altijd samengaan met fysiek bezoek.’

“Dat kan pa niet meer”
Er is volgens Coumans technisch al veel mogelijk, maar het gebruik van digitale middelen om eenzaamheid te bestrijden staat volgens haar in de kinderschoenen. Bij ouderen gaat het er vaak om de angst om fouten te maken weg te nemen en ze te overtuigen van de veiligheid en het gemak van bepaalde apps, stelt ze.

‘En dat geldt soms ook voor de kinderen’, vult Geuzebroek aan. ‘Die zeggen nog wel eens dingen als “Dat kan pa echt niet meer leren hoor”. Daar kan de sociaal werker ook een rol pakken, om het dan toch te proberen. Vaak lukt het gewoon. Vorige week vertelde een 95-jarige man mij nog dat hij met zijn tablet in de rollator naar de buurvrouw gaat om haar via YouTube filmpjes van vroeger te laten zien.’

Bijna helft Nederlanders matig eenzaam

Bijna de helft van alle Nederlanders is matig eenzaam. Ruim elf procent is sterk eenzaam en 9,7 procent is zelfs zeer sterk eenzaam. Iets meer dan 30 procent van de Nederlanders is helemaal niet eenzaam. Dat blijkt uit grootschalig onderzoek naar eenzaamheid door ZorgfocuZ en bureau HHM. In welke provincie je woont lijkt hierin geen verschil te maken.

Uit het onderzoek blijkt ook dat het ‘rapportcijfer’ over de tevredenheid met het eigen sociale leven tijdens de coronamaatregelen daalde van een 7,5 naar een 6,3.

Uit het onderzoek komt een gemiddelde eenzaamheidsscore van 5,0 is op een schaal van 11. Deze score is tot stand gekomen uit de beantwoording in hoeverre mensen zich herkennen in elf stellingen bijvoorbeeld : ‘Ik mis gezelligheid om mij heen’, ‘Er zijn genoeg mensen op wie ik in geval van narigheid kan terugvallen’ en ‘Vaak voel ik mij in de steek gelaten’.

Landelijk is er veel onderzoek gedaan naar eenzaamheid. Deze studie richt zich op onderbelichte domeinen in relatie tot eenzaamheid, zoals gezondheid, woonomgeving en de digitale omgeving. Dit levert nieuwe inzichten op. Zo blijken mensen woonachtig in een etagewoning eenzamer dan mensen in een vrijstaand huis. Ook houdt een grotere rol van het internet in iemands leven verband met een sterkere eenzaamheidsbeleving.

Eenzaamheid kan grote gevolgen hebben, vertelt onderzoeker Arjan Rozema. “Het grootste gedeelte van de bevolking is wel eens eenzaam. Dat hoeft niet direct nadelige gevolgen te hebben, vooral niet als eenzaamheid tijdelijk is. Wanneer eenzaamheid echter langer duurt, kan het negatieve gevolgen hebben voor de algehele fysieke gezondheid en het welzijn of zelfs de kans op bepaalde ziekten vergroten.”

Onderzoeker Lennart Homan: “Als je weet welke factoren – in meer of mindere mate – een rol spelen, kun je gericht op zoek naar oplossingen. Uit het onderzoek blijkt dat mensen in hoogbouw zich eenzamer voelen. Je zult dan eerste moeten achterhalen wat de oorzaken hiervan zijn. Dat kan door verdiepend onderzoek te doen. En dan kun je hier als provincie, regio en gemeente wat aan doen. Het kan helpen om slimmer en toekomstgericht te bouwen en je voorzieningenniveau passend in te richten.”

Voor dit onderzoek is een online vragenlijst uitgezet onder panelleden in heel Nederland. Per provincie vulden zo’n tweehonderd respondenten de vragenlijst in, waarbij gestreefd is naar een representatieve verdeling op basis van leeftijd, geslacht en opleidingsniveau. Deze infographic geeft een eerste inzicht in de resultaten van dit onderzoek. In latere berichtgeving volgen de domein-specifieke resultaten die o.a. gemeenten kunnen helpen om gerichte acties tegen eenzaamheid op te zetten.

Over ZorgfocuZ
ZorgfocuZ is een onderzoeksbureau gericht op de zorg- en welzijnssector en het sociaal domein. ZorgfocuZ biedt inzicht in prestaties en ervaringen en adviseert organisaties om effectiviteit en kwaliteit te verbeteren. ZorgfocuZ richt zich op beleidsonderzoek, advies en onderzoek onder alle relevante doelgroepen in de zorg zoals cliënten, mantelzorgers, vrijwilligers, verwijzers en medewerkers. Dit doe zij onder andere voor gemeenten (sociaal domein) en zorgorganisaties zoals die in de verpleeghuiszorg, thuiszorg, jeugdzorg en GGZ.

Over bureau HHM
Bureau HHM is een onafhankelijk onderzoeks- en adviesbureau met passie en visie. Opgericht in 1979 met als doel de zorg voor kwetsbare mensen te verbeteren. Bureau HHM combineert wetenschappelijke kennis met creativiteit. Zo maakt ze grote maatschappelijke problemen helder en overzichtelijk. Waarna ze vernieuwende oplossingen ontwikkelt om de zorg en ondersteuning beter te organiseren. Voor nu en straks.

Voorlopig geen openstelling Wlz voor jeugdigen met psychische problematiek

Staatsecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) Paul Blokhuis wil de Wlz nu (nog) niet openstellen voor jeugdigen met ernstige psychische problematiek. Blokhuis stelt dat openstelling van de Wlz voor deze doelgroep nog te veel onzekerheden met zich meebrengt die nu niet op voorhand kunnen worden verminderd. In een kamerbrief schrijft hij: “Openstellen van de Wlz voor deze groep jeugdigen acht ik nu dan ook niet verantwoord.”

De staatsecretaris concludeert dit na een uitgebreide verkenning. Tijdens deze verkenning deed bureau HHM – in opdracht van VWS – onderzoek naar mogelijke gevolgen van de openstelling van de Wlz voor deze groep jeugdigen. Uit dit onderzoek bleek dat het erg moeilijk is om een goed beeld te krijgen van de omvang van de doelgroep en de uitvoerings- en financiële consequenties. De uitvoeringsconsequenties zitten voornamelijk in de indicatiestelling, contractering van aanbieders van jeugdhulp, levering en verantwoording van zorg.

Het besluit van de staatsecretaris betekent dat jeugdigen met ernstige psychische problematiek in de leeftijd tot 18 jaar aangewezen blijven op de hulp vanuit de Jeugdwet. Wat daarbij volgens de staatsecretaris centraal moet staan is dat de jeugdigen de hulp ontvangen die zij nodig hebben. Hij schrijft: “Het is ingevolge de Jeugdwet de taak en verantwoordelijkheid van gemeenten om hiervoor te zorgen. Dit geldt voor alle jeugdhulp, dus ook voor de zorg aan jeugdigen met ernstige psychische problemen.” Hij geeft aan dat hij ziet dat veel gemeenten hierin verbeteringen aanbrachten, maar ook dat er ruimte is voor verdere verbetering. “Het is noodzakelijk dat in gemeenten voldoende aandacht is voor zware problematiek bij de meest kwetsbare jongeren.”

Patrick Jansen, bureau HHM: “Dat laatste onderschrijven wij. Het gaat hierbij om complexe, specialistische zorg waarbij respondenten hebben aangegeven dat de kortdurende beschikkingen en de onzekerheid die hiermee gepaard gaat een ontwrichtende werking hebben op de jeugdigen en hun systeem. Met langer durende beschikkingen vanuit de Jeugdwet kan de gewenste rust en continuïteit worden gecreëerd. Maatwerk en deskundigheid zijn sleutelfactoren om deze jeugdigen goed te kunnen helpen. Tijdens ons onderzoek gaven experts aan dat er nu onvoldoende wordt samengewerkt tussen aanbieders met specifieke expertise voor jeugdigen met complexe problematiek en dat deskundigheid uit organisaties verdwijnt door personele wisselingen. Het is nu van nog groter belang dat gemeenten inzetten op regionale samenwerking als het gaat om deze specialistische zorg.”

 

Veel animo onder gemeenten voor de Aanpak ter Voorkoming van Escalatie (AVE)

Steeds meer gemeenten werken met AVE. Het Verbindend Landelijk OndersteuningsTeam (VLOT) van de VNG ziet AVE als een belangrijk instrument om de samenwerking tussen zorg en veiligheid te verbeteren en wil de verdere implementatie een boost geven. Bureau HHM ontwikkelde deze aanpak en heeft jarenlange ervaring met de inrichting van AVE binnen gemeenten. Onlangs hield zij samen met VLOT-adviseurs speciale impuls- en intervisiesessies voor verschillende gemeentes en veiligheidsregio’s. Tijd om de geleerde lessen uit de praktijk te delen. Waar lopen gemeenten tegenaan bij het inrichten van AVE en welke oplossingen zijn er?

Het Verbindend Landelijk OndersteuningsTeam (VLOT) werkt aan het verbeteren van (de samenwerking rondom) de zorg en ondersteuning van kwetsbare mensen. Een van de aandachtspunten is het versterken van (de samenwerking binnen) de zorg- en veiligheidsketen. Uit een inventarisatie door VLOT-adviseurs onder gemeenten bleek dat er behoefte is aan ondersteuning bij het maken van afspraken over op- en afschaling en bij de invulling van casus- en procesregie bij complexe casuïstiek. VLOT ziet AVE als een belangrijk instrument in het verbeteren van de samenwerking tussen zorg en veiligheid.

In opdracht van de VNG heeft bureau HHM  de afgelopen maanden 7 gemeenten en drie regio’s ondersteund met het kennismaken, inrichten en/of verder ontwikkelen van het AVE model door het organiseren van informatieve en interactieve impulssessies voor operationele medewerkers, beleidsambtenaren, managers en/of bestuurders.

Wat is de Aanpak Voorkomen Escalatie precies?

AVE staat voor Aanpak ter Voorkoming van Escalatie bij huishoudens met oplopende problematiek. AVE is een strategische en integrale aanpak om duidelijkheid te creëren én om op lokaal niveau het gesprek te faciliteren. Dit gesprek vindt plaats op 4 niveaus, namelijk casusniveau, procesniveau, managementniveau en bestuurlijk niveau. Het doel is het voorkómen, beperken of beëindigen van een escalerende situatie en het doorbreken van stagnatie in de samenwerking tussen betrokken partijen. Het model beschrijft verschillende fasen; per fase worden de verschillende verantwoordelijkheden (casusregie, procesregie, operationele verantwoordelijkheid en bestuurlijke verantwoordelijkheid) toegewezen binnen de gemeente en/of regio. Door het implementeren van AVE wordt de werkwijze van de ketenpartners inzichtelijk en komen krachten, knelpunten en oplossingen naar voren. Daarnaast wordt de samenhang tussen de zorg- en veiligheidsketen versterkt. Bureau HHM heeft deze aanpak samen met partners ontwikkeld en inmiddels in ruim 50 gemeenten geïmplementeerd.

Geleerde lessen tijdens de sessies

In de sessies zagen we dat veel gemeente worstelen met de vraag hoe en waar de regie van complexe casuïstiek te beleggen. Ook zien we dat taken en verantwoordelijkheden van casus-en procesregisseurs  door elkaar lopen, dat een van beide rollen ontbreekt of dat er rollen aan toegevoegd worden. Hierdoor ontstaat ruis, zowel intern als bij de ketenpartners en de inwoners, over bij wie men terecht kan. Door bij de inrichting van AVE na te denken over de definitie van casus- en procesregie, wordt duidelijk waarom de verschillende rollen aanvullend op elkaar zijn. Het helpt de professionals van gemeenten te doen wat nodig is voor inwoners. Het bespreken van good practices in de sessies hielp gemeenten in te zien dat juist in complexe casuïstiek met veel betrokkenen, een casusregisseur het verschil kan maken.

  • Tijdig op- en afschalen

De 4 fasen van AVE helpen overzichtelijk vast te leggen wie op welk moment regie heeft en verantwoordelijk is voor het op- of afschalen. Juist op die momenten komen zorg en veiligheid bij elkaar. In de sessies zagen we dat als men zich te eenzijdig richt op veiligheid er (te) snel bestuurlijk wordt opgeschaald. Ligt het accent te veel op de zorg, dan worden collega’s van veiligheid en de partners te laat betrokken of gaat belangrijke informatie verloren. Door het uitwisselen van voorbeelden in casuïstiek werd inzichtelijk dat een goede risico-inschatting en vaststellen van de uitgangssituatie essentieel is. AVE stimuleert professionals om tijdig informatie in te winnen bij partners met de juiste expertise (actoren) en helpt hierdoor escalatie en/of opschaling te voorkomen.

  • Samenwerken in de keten

De afstemming over veiligheidscasuïstiek vraagt ook aandacht in de samenwerking tussen gemeenten en haar stakeholders, zoals het zorg- en veiligheidshuis. Het verbeteren van de samenwerking op elk niveau begint met het leren kennen van elkaars taal en het uitwisselen van verwachtingen. In de impulssessies hebben we, waar mogelijk, stakeholders van gemeenten betrokken. In de praktijk zien we dat het vragen van advies en het opschalen van gemeentelijke procesregie naar procesregie vanuit het ZVH door elkaar kan lopen. Het AVE model kan gemeenten helpen deze routes vast te leggen, zodat de rollen verdeeld zijn en de verantwoordelijkheden belegd. Het is mooi om te zien hoe men de samenwerking tussen zorg en veiligheid meer opzoekt.

  • Implementatie en borging

Het implementeren van AVE bij alle betrokkenen vraagt aandacht. Zo kunnen tussen gemeenten en ketenpartners vraagpunten en onduidelijkheden worden besproken en geeft dit aanknopingspunten om de samenwerking te versterken. Veranderingen in de keten, veranderende werkprocessen of functies kunnen van invloed zijn op de werking van AVE. Het is een programmatische aanpak met een bijbehorend proces. Dit vraagt om eigenaarschap en het blijvend volgen en bijsturen waar nodig.

Reacties van deelnemende professionals

Naar aanleiding van de sessies hebben we veel enthousiaste reacties ontvangen! Gemeenten leren van elkaar en bespreken “good practice” en delen deze ook nog na de sessie met elkaar.

  • 2 procesregisseurs die de nieuwe rol van procesregisseur oppakten: “Wij gaan er vol energie mee verder!”
  • Een gemeente die al 3 jaar met AVE werkt maar de kapstok wil herijken: “Het waren intense sessies die ons veel inzicht hebben gegeven in waar we staan en zijn weer enthousiast om een goede doorstart te maken”
  • Twee gemeenten die informatie wilde over AVE  “De sessie was heel helder en steunend voor ons, wij gaan richting bestuur om onze enthousiasme over te brengen !”
  • Een intervisiesessie tussen een regiogemeente en het ZVH: “De samenwerking tussen de gemeenten en het ZVH lopen goed, heel fijn om bevestigd te krijgen!
  • Een gemeente gaf aan al goed op dreef te zijn met de inrichting samen met de ketenpartners en dat de reflectie hierop heel zinvol was. Nu zijn ze toe aan het trainen van de professionals die de rol gaan uitvoeren als casus- of procesregisseur!

Voor wie?

De inrichting van het escalatiemodel AVE sluit aan op de verantwoordelijkheden en de taken van gemeenten rondom regievoering voor huishoudens binnen (gemeentelijke) teams. HHM ondersteunt en adviseert gemeenten bij de inrichting van AVE en zorgt voor implementatie door middel van het organiseren van bijeenkomsten, workshops en trainingen voor de professionals. De trainingen zijn geaccrediteerd voor de diverse beroepsregisters (wo. SKJ en registerplein).

Meer weten?

In samenwerking met Bureau HHM heeft het VLOT 2 webinars opgenomen: een inhoudelijke webinar over AVE voor gemeenten en een webinar over de inhoudelijke uitvoering van gegevensdeling bij op- en afschalen. Neem voor meer informatie contact op met Nelleke Dijk n.dijk@hhm.nl of Mieke Looman m.looman@hhm.nl, kijk op de website van Bureau HHM www.hhm.nl, of of neem contact op met uw VLOT-regioadviseur.


Artikel voor de VNG-nieuwsbrief Zorg + Veiligheid, oktober 2021
Gepubliceerd op de website van de VNG.  

Onderzoek: evaluatie informatiepunt Leven in coronatijd

Mensen uit risicogroepen, ouderen en mensen met een beperking hebben een grotere kans om ernstig ziek te worden als zij corona krijgen. Met het informatiepunt op Vilans.nl biedt het ministerie van VWS mensen uit deze doelgroep informatie zodat zij handelingsperspectief hebben voor het inrichten van hun leven en het maken van keuzes om veilig te kunnen (blijven) deelnemen aan de samenleving. Bureau HHM evalueert samen met Zorgfocuz dit informatiepunt in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

 VWS wil meer weten over:

  • Behoefte en gebruik van het informatiepunt tijdens de Covid-19 crisis;
  • Proces rondom de realisatie en uitvoering van het informatiepunt;
  • Structurele behoefte en gebruik van (dergelijke) informatiepunten bij toekomstige gezondheids-crisissen.

Ook wil het ministerie een besluit kunnen nemen of, en zo ja op welke wijze het huidige informatiepunt moet worden voortgezet. Op basis van de evaluatie doen we hierover aanbevelingen.

Onderzoeksopzet evaluatie
We maken gebruik van verschillende onderzoeksmethoden om een compleet beeld te krijgen van het informatiepunt. Zo verzamelen we de ervaringen van de doelgroep door interviews en door een online vragenlijst uit te zetten via de betrokken cliëntorganisaties (onder andere via IederIn, KBO Brabant, Per Saldo). Ook spreken we met de betrokken organisaties over het realiseren en de uitvoering van het informatiepunt. Tot slot, maken we gebruik van de bestaande informatie, zoals bezoekerscijfers en vindbaarheid.

 

Evaluatie opvang slachtoffers van mensenhandel met multiproblematiek

Om zicht te krijgen op de ervaringen van de slachtoffers, gemeenten en zorgaanbieders verricht bureau HHM een evaluatie naar de Opvang voor Slachtoffers van Mensenhandel met Multiproblematiek (OMM), in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

De OMM bestaat sinds 2019 en omvat 36 opvangplaatsen verdeeld over vijf opvanglocaties. Doel van een verblijf in de OMM is om slachtoffers dusdanig toe te rusten dat zij in staat zijn om een zo zelfstandig mogelijk bestaan op te bouwen of door te stromen naar een zorgvoorziening met langdurige zorg. De huidige subsi­dies lopen tot juli 2022. Deze eerste jaren van de OMM worden gezien als een pilot­fase. Nu zijn afspraken voor de lange termijn nodig. Op basis van de evaluatie formuleren we conclusies en aanbevelingen (incl. aandachtspunten) voor de inkoop of subsidiëring van OMM na juli 2022.

 

Logeren jongvolwassenen met een verstandelijke beperking in de Wlz

Voor het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) onderzoekt bureau HHM de behoefte aan logeeropvang voor jongvolwassenen met een verstandelijke beperking in de Wlz.

Met dit onderzoek willen we inzicht krijgen in de (latente) behoefte aan logeren van thuiswonende jongvolwassen personen met een verstandelijke beperking. Hierbij besteden we ook aandacht aan de redenen waarom niet wordt voorzien in de behoefte en wat de randvoorwaarden zijn voor deze groep om wel gebruik te maken van logeren. Hiervoor analyseren we landelijke data, zetten we een enquête uit onder cliënten, zorgaanbieders en zorgkantoren en gaan we over de resultaten in gesprek tijdens twee groepsinterviews.

Aanleiding voor het onderzoek is de initiatiefnota Bergkamp. Met deze initiatiefnota wil de initiatiefnemer de bekendheid vergroten van de groep jongvolwassen (18-35 jaar) personen met een verstandelijke beperking en de unieke ondersteuningsbehoeften die zij hebben, om daarmee een bijdrage te leveren aan het verbeteren van de zorg en ondersteuning aan deze mensen. Volgens de nota zijn veel ouders op de hoogte van logeeropvang, maar dit geldt lang niet voor iedereen. Passende logeeropvang kan ertoe bijdragen dat ouders met enige regelmaat worden ontlast van hun zorgtaken. Het logeren kan ook bijdragen aan dat het wonen bij de instelling geleidelijk en planmatig verloopt en ouders zich minder zorgen maken over de situatie als hun kind hen overleeft. Uit de cijfers blijkt echter dat maar een zeer beperkt deel van de thuiswonende jongvolwassenen met een VG-profiel met mpt gebruik maakt van logeeropvang. Daarom heeft de minister verzocht om te onderzoeken hoe logeeropvang structureler kan worden ingezet en of mensen met een verstandelijke beperking voldoende gebruik kunnen maken van incidentele en structurele logeeropvang binnen de Wlz.

Grootschalig onderzoek naar eenzaamheid Zuid-Holland

Hoe eenzaam zijn inwoners van Zuid-Holland en hoe kunnen we eenzaamheid voorkomen? Welke groepen lijden vooral onder dit probleem en in welke mate? Wat zijn oorzaken en gevolgen van eenzaamheid? De provincie Zuid-Holland wil dit graag weten om zo eenzaamheid nu en in de toekomst te voorkomen. Daarom doen bureau HHM en ZorgfocuZ een grootschalig onderzoek naar eenzaamheid in de provincie.

Op landelijk, regionaal en lokaal niveau wordt er het nodige onderzoek naar eenzaamheid gedaan. Ook is er het landelijke actieprogramma Eén tegen eenzaamheid sinds 2019. Aan dit actieprogramma zijn door het hele land lokale coalities gekoppeld om mensen die zich eenzaam voelen te helpen. Niet eerder is er systematisch onderzoek gedaan naar eenzaamheid in Zuid-Holland. De bedoeling van dit onderzoek is dat er breed naar het probleem wordt gekeken. Sociale, persoonlijke, economische en fysieke oorzaken en gevolgen kunnen allemaal een rol spelen. Het is vooral de vraag in welke mate dat het geval is. Bovendien speelt de fysieke leef- en woonomgeving ook naar waarschijnlijkheid een bepaalde rol in de mate van ervaren eenzaamheid.

Eenzaamheid is een breed begrip, vertelt onderzoeker Arjan Rozema. “In veel gevallen ontstaat eenzaamheid als gevolg van het ontbreken van bepaalde sociale relaties, maar dat hoeft niet. Het komt bijvoorbeeld ook voor dat iemand met een groot aantal sociale contacten lijdt aan existentiële eenzaamheid, dat zich kan vertalen naar een gevoel van twijfel over de zin van het leven. De verschillende manieren waarop eenzaamheid tot uiting kan komen, zijn ook terug te zien in de talloze (cliënt)onderzoeken die we bij ZorgfocuZ uitvoeren voor zorginstellingen en overheidsinstanties. In het onderzoek wordt aan al deze vormen aandacht besteed.”

Onderzoeker Lennart Homan: “Als je weet welke factoren – in meer of mindere mate – een rol spelen, kun je gericht op zoek naar oplossingen. Vanuit bureau HHM ondersteunen wij verschillende overheden bij de ontwikkeling van woonzorgvisies en daaruit voortvloeiende actieplannen. Hierbij speelt de fysieke omgeving een belangrijke rol. Als een woonomgeving geen ruimte biedt voor ontmoeting, dan kan het best zijn dat mensen eenzamer worden en daardoor ook op andere levensgebieden problemen ervaren.”

Ook de impact van de coronacrisis wordt meegenomen in het onderzoek. Uit diverse studies blijkt door de coronacrisis een toename van eenzaamheid in Nederland. Drie op de tien Nederlanders voelt zich eenzaam in de coronacrisis en vooral onder jongeren zijn de cijfers opvallend hoog. Er is geen reden om aan te nemen dat deze cijfers voor Zuid-Holland anders zijn.

Eenzaamheid speelt natuurlijk niet alleen in Zuid-Holland, maar in heel Nederland. Op eigen initiatief hebben bureau HHM en ZorgfocuZ het onderzoek, dat is gestart in Zuid-Holland, uitgebreid. Ook voor de overige elf provincies wordt onderzoek verricht naar eenzaamheid en hoe dit zich verhoudt tot de leef- en woonomgeving van mensen en sociale, persoonlijke, economische factoren.

 

Checklist Eigen regie voor kleinschalige wooninitiatieven

De mate van eigen regie verschilt binnen kleinschalige wooninitiatieven. Binnen het ene initiatief kun je als bewoner meebeslissen over bijvoorbeeld wie de zorg verleent, wat en wanneer gegeten wordt terwijl dit binnen een ander initiatief centraal wordt geregeld. Om ervoor te zorgen dat mensen een gefundeerde keuze maken voor een kleinschalig wooninitiatief, ontwikkelt bureau HHM – in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de ‘Checklist eigen regie voor kleinschalige wooninitiatieven’.

De checklist is bedoeld om mensen bewuster te maken van hun mogelijkheden ten aanzien van eigen regie binnen kleinschalige wooninitiatieven. Daarnaast geeft de checklist informatie over de mogelijkheden van eigen regie bij verschillende typen wooninitiatieven en helpt wooninitiatieven om invulling te geven aan de eigen regie van cliënten.

Onze ervaring met eigen regie binnen kleinschalige wooninitiatieven
Bureau HHM is binnen diverse trajecten betrokken (geweest) bij kleinschalige woon­initiatieven in de zorg, zowel in de ouderenzorg, gehandicaptenzorg als geestelijke gezond­heids­zorg. Tijdens gesprekken met cliënten, maar ook met familie en eigenaren van wooninitiatieven, is ‘eigen regie’ veelvuldig onderwerp van gesprek. Hierbij zien we veel verschillen in de wensen van cliënten ten aanzien van de eigen regie, maar ook de mogelijkheden van cliënten om de eigen regie te pakken. Sommige cliënten vinden het belangrijk om op veel fronten in hun leven zelf beslissingen te nemen. Andere cliënten vinden het fijn als (een deel van) dit soort beslissingen worden genomen door andere mensen die ze vertrouwen. Daarnaast komt het ook voor dat meer wordt verwacht van de eigen regie dan de cliënt of zijn vertegen­woordiger wenst.

Wanneer een cliënt eenmaal heeft gekozen voor een wooninitiatief en niet tevreden is over hoe de eigen regie wordt vormgegeven, is verhuizen vaak een te grote stap. De checklist moet een mismatch tussen de verwachting en de werkelijkheid voorkomen. Dit instrument helpt om vooraf het goede gesprek te voeren over eigen regie. Passend binnen het concept van ‘eigen regie’ hanteren we een aanpak waarbij we cliënten en vertegenwoordigers ‘regie’ geven bij de ontwikkeling van de checklist.

Factsheet kosten en baten beeldzorg

Wat levert de inzet van zorgtechnologieën zoals beeldzorg op? Deze factsheet biedt inzicht in zowel de kwalitatieve baten als kwantitatieve baten. Wat zijn de voordelen voor de cliënt, mantelzorger, zorgprofessional en organisatie? Denk hierbij aan een gevoel van veiligheid, doeltreffende zorg, een zinvolle dagbesteding etc.

De factsheet bevat ook een overzicht van de kosten; eenmalig tijdens het introductieproces en structureel. Omdat beeldzorg binnen iedere organisatie en binnen elk domein anders uit kan zien is het geen rekentool. Het is wel een goede checklist om te zien aan welke kosten je moet denken en wat voor doelen je zou kunnen stellen en meten.

Deze factsheet is mede gebaseerd op een onderzoeksproject van vijf studenten van de Bacheloropleiding Gezondheidswetenschappen aan de Universiteit Twente dat bureau HHM mocht begeleiden. Ellen Geuzebroek: “Een ontzettend leuk en leerzaam traject. Vooral ook omdat bureau HHM, als een van de eerste startups van de Universiteit Twente, nu direct contact heeft met studenten. Het onderwerp leent zich daar uitstekend voor. Wij zien de vraagstukken rondom zorgtechnologie, beeldzorg en eHealth in de praktijk. Voor de studenten is het een belangrijk onderwerp ook tijdens hun studie; een onderwerp waar ze straks als Gezondheidswetenschappers veel mee te maken krijgen.”

Leidraad Perspectief op Persoonsgerichte Zorg is een professioneel kompas

Bron: Leidraad Perspectief op Persoonsgerichte Zorg is een professioneel kompas | Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (vgn.nl)

Een professioneel kompas, zo werd de leidraad ‘Perspectief op Persoonsgerichte Zorg’ onder andere omschreven tijdens de digitale slotbijeenkomst die de VGN op donderdag 25 juni organiseerde. Op de bijeenkomst werden na een presentatie van het eindresultaat, gezamenlijk de vervolgstappen voor de toepassing van de leidraad verkend. ‘Het is een instrument om de kwaliteit van geleverde zorg en de zorgprogramma’s aan te toetsen, maar ook een heel praktische gespreksleidraad.’

Leidraad voor intensieve zorgvragen
De leidraad ‘Perspectief op Persoonsgerichte Zorg’ beschrijft welke zorg- en dienstverlening nodig is, zodat mensen met complexe en intensieve zorgvragen hun leven kunnen leiden zoals zij dat willen. De leidraad bestaat uit een generiek deel en vijf specifieke uitwerkingen. ​Deze zijn gericht op mensen met ernstig meervoudige beperkingen (EMB), mensen met ernstige verstandelijke beperkingen (EVB), mensen met licht verstandelijke beperkingen (LVB), mensen met lichamelijke beperkingen (LB) en mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH). ​De leidraad is onderaan dit artikel te downloaden.

Samenwerking
Bureau HHM had de regie tijdens de ontwikkeling van de leidraad. Patrick Jansen en Louise Pansier vertelden tijdens de online slotbijeenkomst dat de leidraad in nauwe samenwerking met professionals, ervaringsdeskundigen, verwanten, cliëntenorganisaties, kennispartners en stakeholders werd ontwikkeld. ‘Zodoende is de leidraad een breed gedragen schakel tussen het Kwaliteitskader en de visiedocumenten op landelijk niveau, en de zorgprogramma’s op organisatieniveau.’

Deskundigheid
Met name de betrokkenheid, deskundigheid en zorgvuldigheid van de betrokken partijen maakte indruk op hen beide. Er was ook een uitdaging: ‘Om vanuit globale kennis de diepte in te gaan en antwoord te geven op de vraag hoe we bij mensen met een intensieve zorgvraag – en dus een grote afhankelijkheid – toch de eigen regie centraal kunnen stellen.’ Heel belangrijk daarin waren de gesprekken met (onder andere) ervaringsdeskundigen, gaf  Marion Kersten, senior beleidsadviseur bij de VGN aan. Soms was dat één op één (bij de LVB-doelgroep), soms ook wel in groepsverband (bij de NAH-doelgroep), vertelde zij. ‘Die afwegingen en samenstellingen maakten we heel zorgvuldig. Het leverde hele mooie gesprekken op die echt bij me binnen kwamen. Dat is een hele mooie en waardevolle inbreng voor de leidraad geweest.’

Driehoeksgenoten
Met ruim 70 deelnemers was de slotbijeenkomst, die vanuit de VGN-studio in Utrecht werd gepresenteerd, een succes. Dagvoorzitter was Annemarie van Dalen, bestuurder van zorgorganisatie Odion en lid van het VGN-bestuur. De bijeenkomst begon met een reflectie van Henk Nies, directeur bij Vilans en hoogleraar aan de VU. Hij vertelde een wat gespannen verhouding te hebben met persoonsgerichte zorg. ‘Het doet me zo denken aan de cliënt centraal stellen. Voor even kan dat heel nuttig zijn, maar je wilt niet permanent het mikpunt van zorg en aandacht zijn. Een relatie gaat uit van wederkerigheid, waarin niet één persoon centraal staat, maar tenminste twee. Of drie als we het hebben over de driehoek.’ Nies benadrukte daarom dat persoonsgerichte zorg veel meer is dan goede zorg voor en met de cliënt. ‘We moeten persoonsgericht zijn voor iedereen in de driehoek: cliënt, verwant en professional.’ De volledige bijdrage van Nies is onderaan dit artikel te bekijken.

Spiegel
De leidraad ‘Perspectief op Persoonsgerichte Zorg’ bestaat uit vijf uitwerkingen voor vijf specifieke doelgroepen. Vanuit elke doelgroep werd er tijdens de bijeenkomst met vlogs of live in zoom, een reflectie gegeven op de leidraad. De rode draad hierin was een waardering voor de duidelijke omschrijving van de diverse doelgroepen, alsook voor het sturende en helpende karakter van de leidraad. ‘Het is een spiegel voor de zorg die al geboden wordt, en een richtlijn om te blijven kijken naar wat de cliënt nodig heeft in het hier en nu, en wat de begeleider nodig heeft om goed aan te kunnen sluiten bij de cliënt’, zo reflecteerde Edithe Roth, gedragswetenschapper en lid Expertisecentrum van ’s Heerenloo.

Aansluiting
Wilma Klaassen, moeder van Naomi die in Nieuw Woelwijck woont, een dorpsgemeenschap in Sappemeer voor mensen met een verstandelijke beperking, onderstreepte het belang van inbedding en aansluiting. Ook was er een gedeelde mening dat de cliënt centraal moet blijven staan. Pia Mekking van de Burgt, die bij zorgorganisatie Siza werkt en woont, verwoordde het zo: ‘De leidraad geeft weliswaar richting, maar blijf alsjeblieft de unieke mens zien. Ook als die persoon even zijn dag niet heeft. Ga op basis van gelijkwaardigheid met elkaar om en respecteer elkaar.’

Houvast
De reflectie van Kitty Jurrius, lector klantenperspectief in ondersteuning en zorg aan Hogeschool Windesheim en coördinator van het NAH Kennisnetwerk, maakte indruk bij de deelnemers. Zij vertelde het persoonlijke verhaal van een volwassen man die door een auto-ongeluk hersenletsel heeft opgelopen en zich nu door zijn vrouw in een instelling ‘gestopt’ voelt, waar hij niet op eigen tijden naar bed mag of kan opstaan, niet zonder begeleiding naar buiten mag, een polsbandje draagt zodat de begeleiders continu weten waar hij is, tussen de breiende en knutselende mede-bewoners zit, op zaterdag niet meer naar het voetbal van zijn zoon kan kijken, al zijn vrijheid kwijt is en geen zin in het leven meer heeft. ‘Mensen met niet aangeboren hersenletsel kampen met zorgvragen op meerdere terreinen, bijvoorbeeld op het gebied van psychiatrie en lichamelijke beperkingen. Ieder mens is anders en deze leidraad geeft houvast aan professionals hoe de zorg eruit zou moeten zien bij al die verschillende en individuele zorgvragen en behoeftes.’

Aanvulling
Tijdens de online bijeenkomst spraken de aanwezigen in deelsessies over de vraag hoe de leidraad in organisaties ingezet kan worden. Tijdens de terugkoppeling werd duidelijk dat de leidraad als een gedeeld, professioneel kompas wordt gezien. Een spiegel om te reflecteren en om te sturen op de kwaliteit van de geleverde zorg, om zorgprogramma’s aan te toetsen, maar ook heel praktisch ingezet kan worden als gespreksleidraad. Ook wordt de leidraad gezien als een mooie bron voor scholing, het veiligheidsbeleid en het huisvestingsbeleid. In vrijwel elke deelsessie werd gesproken over de vraag of de leidraad bindend moet zijn. De unanieme reactie daarop was, nee, het is een aanvulling op wat je al doet. ‘Je moet voorkomen dat je zorg vanuit doelgroepen gaat organiseren, en dus gaat polariseren. Je moet naar de individuele cliënt blijven kijken’, verwoordde Monique Caubo, bestuurder bij Dichterbij, de unaniem gedeelde mening.

Het klopt
Tot slot kwamen ook diverse stakeholders aan het woord over de leidraad. Zo gaf Sofie Wouters van het ministerie van VWS aan dat de leidraad haar en haar collega’s – die wat verder van de zorg afstaan – helpt om te snappen over welke doelgroepen er gepraat wordt, wat die doelgroepen nodig hebben en waar zorgmedewerkers tegenaan lopen. Sandra Spronk van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd gaf aan de leidraad te ‘omarmen’ en te ‘benutten’ als een gespreksleidraad om gesprekken over persoonsgerichte zorg en de kwaliteit daarvan te voeren. Arjan Maasland van Zilveren Kruis deelde zijn opgedane inzicht met de deelnemers: ‘De gehandicaptensector heeft met de leidraad eenduidigheid gecreerd. Het is een mooie kapstok voor het optuigen van zorgprogramma’s, zorgplannen en dossiers.’ Ineke van de Voort van Zorginstituut Nederland sloot af met de woorden: ‘Hier ligt een standaard voor maatwerk. Er staan allemaal goede dingen in, en misschien is het niet allemaal nieuw, maar dat betekent dat het klopt.’

Vervolgstappen
In haar slotwoord benoemde dagvoorzitter Annemarie van Dalen de vervolgstappen die gezet gaan worden: de laatste finetuning van de documenten, besluitvorming met onder andere de ALV van de VGN komend najaar, committment van de stakeholders, een verkenning van de positionering van de leidraad in relatie tot het Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg samen met VGN-leden en leden van de stuurgroep Kwaliteitskader en aandacht voor de toepassing van de leidraad in de praktijk.

Documenten

 

Wonen en Zorg: het vraagstuk in beeld

Veel gemeenten werken aan een lokale analyse van de opgave op het gebied van wonen en zorg en het ontwikkelen van een lokale woonzorgvisie. Bureau HHM ondersteunt diverse gemeenten in dit traject. Wij nemen u – in een reeks artikelen – graag mee in onze aanpak en visie op het hele traject van het ontwikkelen van een lokale opgave tot de implementatie van concrete plannen. In fase 1 onderzoek is het huidige aanbod en de huidige vraag in kaart gebracht. Het matchen van de huidige vraag en aanbod met de toekomstige ontwikkelingen leidt tot fase 2 de opgave voor wonen en zorg. Daar gaat dit tweede artikel over.

Woon- en leefwensenonderzoek verpleeghuisbewoners

Heeft u nieuwbouwplannen?  Met het woon- en leefwensenonderzoek van bureau HHM krijgt u in korte doorlooptijd zicht op de wensen en behoeften van de inwoners van uw verpleeghuis. Dit is cruciaal om nieuwbouw tot een succes te maken voor de mensen waarvoor u het doet.

Ouderen gaan steeds later naar een verpleeghuis. De consequentie hiervan is dat er vaak sprake is van een complex en intensievere zorgvraag op het moment dat iemand wel in een verpleeghuis komt. Dit stelt andere eisen en randvoorwaarden aan hoe de zorg en ondersteuning wordt geboden én aan de huisvesting. Wij ontwikkelden een woon- en leefwensenonderzoek om te borgen dat nieuw te bouwen huisvesting voldoet aan de behoeften en wensen van cliënten. Met de week van de toekomst inventariseren we in een korte doorlooptijd met een feestelijk tintje de wensen van uw (toekomstige)cliënten.

De wijze waarop deze kwetsbare groep woont heeft grote invloed op hun kwaliteit van leven. Het is mooi als organisaties serieus werk maken van de invloed van hun (toekomstige) bewoners op hun woonsituatie.

Thebe is een voorbeeld van zo’n organisatie. Hun verpleeghuis Elisabeth in Goirle staat aan de vooravond van nieuwbouw. Thebe heeft ervoor gekozen om bureau HHM een woon- en leefwensenonderzoek uit te laten voeren onder huidige en toekomstige bewoners. En met succes: met de input van 100 inwoners konden wij de bouwcommissie een goed en soms verassend beeld meegeven van de wensen en behoeften van de inwoners.

Wilt u ook de wensen en behoeften van uw (toekomstige) bewoners meenemen bij de vormgeving van uw plannen voor wonen met zorg? In een doorlooptijd van zes weken doen wij een onderzoek waar u mee verder kunt.

Meer informatie in onderstaande brochure of bij Caroline Coumans.

 

Wonen en Zorg: Onderzoek – van vraag naar opgave

Nederland staat voor een enorme opgave op het gebied van wonen en zorg. Op dit moment is het voor veel gemeentes lastig om geschikte woonruimte te vinden voor statushouders of bewoners die uitstromen vanuit zorg. Daarnaast gaat het aantal ouderen dat langer zelfstandig thuis wil blijven wonen de komende jaren door de vergrijzing enorm groeien. De Taskforce wonen en zorg is opgericht om gemeenten, woningcorporaties en zorgorganisaties te ondersteunen bij de opgave van wonen en zorg.

De Taskforce heeft drie ambities:

  1. Vanaf half 2021 beschikken alle gemeenten over een lokale analyse van de opgave die zij hebben op het gebied van wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid voor ouderen en kwetsbare inwoners. Deze analyse wordt vastgelegd in een woonzorgvisie.
  2. In 2022 hebben alle gemeenten prestatieafspraken gemaakt over wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid om concreet plannen te kunnen uitvoeren.
  3. In alle gemeenten worden de komende jaren projecten uitgevoerd om de opgave op het gebied van wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid te verbeteren.

Veel gemeenten werken aan een lokale analyse van de opgave op het gebied van wonen en zorg en het ontwikkelen van een lokale woonzorgvisie. Bureau HHM ondersteunt diverse gemeenten in dit traject. Wij nemen u – in een reeks artikelen – graag mee in onze aanpak en visie op het hele traject van het ontwikkelen van een lokale opgave tot de implementatie van concrete plannen.  Het eerste artikel gaat over Onderzoek: van vraag naar opgave.

Podcastserie Vertrouwen in de jeugdzorg – vijfde aflevering nu online!

Vertrouwen, dat is wat de jeugdzorg misschien wel het hardst nodig heeft. Als je de berichtgeving in de media volgt dan krijg je een beeld dat er nog veel misgaat: er zijn wachtlijsten, gemeenten kampen met financiële tekorten en rapporten van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd liegen er soms niet om. Maar is dit het enige verhaal? Natuurlijk, het kan en moet beter. Adviseurs van bureau HHM zien mooie initiatieven en ontwikkelingen door het hele land waarin wordt gewerkt aan het verbeteren van de jeugdzorg. Medewerkers die zich inzetten voor jeugdigen en gezinnen zijn bevlogen en enorm betrokken. En gemeenten kijken naar hoe het anders kan en maken hiervoor ruimte. Met deze podcastserie willen we graag dit ‘andere geluid’ laten horen.

De podcast
In een reeks van vijf gesprekken zoomen we in op goede voorbeelden en gaan we op zoek naar wat er gebeurt als betrokken partijen het vertrouwen terugwinnen van jeugdigen en gezinnen en het vertrouwen terugvinden in elkaar. Om dit te kunnen doen blikken we in de eerste aflevering terug: wat zien we vanuit het stelsel, welke hervormingen zijn er geweest vanaf 2015 en wat heeft dit opgeleverd of gekost?

Aflevering 1. In gesprek over de jeugdhulp
Mieke, Maartje en Stacey van bureau HHM bespreken met elkaar het vertrouwen in de jeugdzorg vanuit het stelsel. Zij praten met elkaar over de bedoeling van de decentralisatie, de rolinvulling van gemeenten en aanbieders en wat jeugdigen en gezinnen van de decentralisatie merken.

Aflevering 2. In gesprek met Trias
In deze aflevering spreken we met medewerkers van jeugdzorgaanbieder Trias. Nick en Ester van Trias vertellen over de complexiteit van het bieden van jeugdzorg, maar vooral ook over de kansen voor vernieuwing en beweging. Zij delen ervaringen en laten zien wat je voor elkaar kan krijgen als je er samen voor gaat en je het vertrouwen en de ruimte krijgt vanuit de gemeente en de organisatie.

Aflevering 3. In gesprek met de gemeente Nijmegen
In deze derde aflevering staat het gemeentelijk perspectief centraal. Stacey en Mieke (bureau HHM) gaan in gesprek met Carole Derks (Regionaal projectleider inkoop Wmo en Jeugdhulp) en Trude Ariaans (Manager Regieteams en manager van een doorbraakaanpak) van de gemeente Nijmegen. Trude houdt zich onder andere bezig met het vinden van duurzame oplossingen voor jeugdigen die vastlopen in bureaucratie en regelgeving. We gaan in op goede voorbeelden en horen hoe de gemeente ruimte maakt om jeugdigen passende hulp te bieden.

Aflevering 4. In gesprek met een wethouder en bestuurder van een jeugdbeschermingsorganisatie
De afgelopen vijf jaar zijn wethouder Jur Botter en bestuurder Attiya Gamri van een jeugdbeschermingsorganisatie, in de regio Haarlem bezig geweest met het inrichten van de jeugdzorg. Zij doen samen de oproep om op korte termijn geen stelselwijzigingen door te voeren. Zij zien in elkaar nog steeds de juiste partner en hebben de komende vijf jaar nodig om te laten zien dat ze het kunnen. In deze podcast vertellen ze waarom ze staan waar ze nu staan en wat ze er aan doen om de komende jaren dat te bereiken wat jeugdigen nodig hebben.

Aflevering 5.  In gesprek met een moeder en pleegmoeder
In de vijfde aflevering van de podcast delen een moeder en een pleegmoeder hun ervaringen met pleegzorg. Ze spreken over ‘doen wat nodig is’, verschillende typen pleegzorg en de verbinding met de zorgaanbieder en gemeente. In deze podcast krijg je een uniek inkijkje in een bijzonder samenspel, wat uitkomsten biedt voor zowel de jeugdige, als de moeder.

Wilt u reageren na het beluisteren van de podcast? Dat kan via info@hhm.nl.

Gecombineerde intensieve ambulante begeleiding werkt

Duurzaam herstel tegen een betere prijs-kwaliteit verhouding; dat was de inzet van de pilot gecombineerde intensieve ambulante begeleiding van RIBW Arnhem & Veluwe Vallei. Binnen de pilot is een nieuwe werkwijze ontwikkeld die uitgaat van een gecombineerde inzet van een begeleider op hbo-niveau met een medewerker-begeleider op mbo4-niveau.

Het samenwerken in duo’s blijkt waardevol voor cliënten, begeleiders en betrokken wijkcoaches. De ervaringen zijn positief en dragen bij aan effectieve ambulante begeleiding van mensen met een psychische kwetsbaarheid tegen lagere kosten.

RIBW Arnhem & Veluwe Vallei biedt specialistische begeleiding aan mensen met een psychiatrische aandoening of ernstige psychosociale problemen bij het wonen, werken en leven. Deze specialistische begeleiding werd in de ambulante setting eerder standaard geleverd door hbo-opgeleide begeleiders. Met de toevoeging van een medewerker-begeleider op mbo4-niveau krijgt de cliënt op meerdere niveaus ondersteuning in het herstelproces, terwijl de samenhang behouden blijft en duidelijk is waar de regie ligt.

De nieuwe werkwijze werd samen ontwikkeld met de gemeente Arnhem en de wijkteams in Arnhem. Bureau HHM begeleidde de pilot en onderzocht de resultaten van de gecombineerde inzet.

De resultaten vatten wij samen in de Factsheet Opbrengsten pilot gecombineerde intensieve ambulante begeleiding.

Meer weten?
Neem dan contact op met Louise Pansier, t. 053 433 05 48.

Onze zes geleerde lessen (en tips) bij het integreren van zorgtechnologie 

Kodak ging failliet in 2012, u kent het verhaal vast. Kodak, het bedrijf dat de eerste digitale camera uitvond en ooit het grootste bedrijf van de wereld was, liet zijn chemische filmfabrieken te lang draaien en investeerde veel te laat in de digitale omwenteling. “Een bedrijf bevroren in de tijd.” Het leerde ons een belangrijke les: innoveren is een bewuste keuze voor exploratie boven exploitatie.

In de zorg zit beweging in het gebruik van zorgtechnologie, meer dan ooit. Laten we leren van Kodak: begin er nu aan omdat u er vertrouwen in hebt op de langere termijn. Neem risico, houd vol en heb geduld. Leer en blijf leren. Immers, foutvriendelijkheid is bepalend voor het succes van uw innovatie. Kwetsbaarheid is uw wegwijzer voor vernieuwing. En daar is niets zachts aan merkten wij.

Over onze geleerde lessen (tips) schreven we een uitgebreid artikel. Gebaseerd op onze praktijkervaringen van het afgelopen jaar. Zodat uw eigen leerkuil misschien iets minder diep wordt. En we samen de zorg uitvoerbaar en betaalbaar kunnen houden, ook voor in de toekomst.

Lees er alles over in het artikel eHealth: Innovatie met zorgtechnologie- Onze zes geleerde lessen (en tips) bij het integreren van zorgtechnologie 

 

Ouderenportretten helpen beleidsmakers bij keuzes

De noodzaak om de ouderenzorg te herpositioneren ligt nadrukkelijk op de (formatie)tafel. Om beleidsmakers te helpen hierin de juiste keuzes te maken ontwikkelde bureau HHM, in opdracht van het ministerie van VWS, portretten van echte ouderen. Deze portretten laten zien over welke ouderen het gaat en wat hun zorgvraag is. De portretten zijn deze week door minister Hugo de Jonge als bijlage bij een kamerbrief over de ‘Dialoognota Ouder worden 2020-2040’ verstuurd aan de Tweede Kamer: “Deze schets van de realiteit van de zorg acht ik waardevol als context voor de nadere beoordeling van de gevolgen van beleidskeuzes.”

De ouderenzorg staat voor grote uitdagingen. De gevolgen van de vergrijzing zijn zichtbaar, er is een toenemend tekort aan medewerkers en de kwaliteit en de betaalbaarheid van ons stelsel staan onder druk. Om ervoor te zorgen dat de (zorg)vraag van ouderen op een passende manier wordt vertaald naar nieuw beleid stelde bureau HHM 28 ouderenportretten op. Van vitale ouderen tot ouderen in de laatste fase van hun leven. Van alleenstaanden tot echtparen. Van zelfstandig wonende ouderen tot verpleeghuisbewoners. Louise Pansier: “Zo zetten we deze mensen als het ware bij de beleidsmakers aan tafel. Deze portretten zijn gebaseerd op echte ouderen. Vanaf begin januari zijn we in gesprek gegaan met diverse partijen uit het veld om hen ouderen te laten beschrijven die zij kennen uit de praktijk. Dat leverde een schat aan inzichten op om mee te wegen in beleidskeuzes. Eén daarvan is dat ouderen vooral zelf keuzes maken, waarbij hun omstandigheden en voorkeuren vaak een grotere invloed hebben dan de toegangsregels. Er is niet één type oudere en er is geen standaard die voor iedereen werkt.”

Ook denken wij dat de portretten op nog meer manieren van nut kunnen zijn. Bijvoorbeeld bij het denken en praten over de toekomst van het leveren van zorg en ondersteuning aan deze groep. Binnenkort delen wij graag meer van onze bevindingen. Heb je belangstelling voor het rapport bestaande uit o.a. deze 28 portretten? Dan kun je het hier downloaden.

Onderzoek effecten sluiten justitiële jeugdinrichting

Wat gebeurt er als een justitiële jeugdinrichting sluit en in plaats daarvoor een kleinschalige voorziening wordt ontwikkeld? Wat zijn de gevolgen voor jongeren, ouders, hulpverleners en gemeenten en welke mogelijke extra kosten komen hierbij kijken? Dat onderzoekt bureau HHM de komende maanden in opdracht van de directie Jeugd van het Ministerie van VWS en de noordelijke jeugdhulpregio’s.

De jeugdhulpregio’s Groningen, Friesland en Drenthe staan positief tegenover de ontwikkeling van deze kleinschalige voorziening, maar hebben behoefte aan meer inzicht in de effecten en de kosten van de sluiting van de justitiële jeugdinrichting. In het onderzoek brengen we de kwalitatieve en de kwantitatieve effecten in kaart.

Albertus Laan: “Het sluiten van de jeugdinrichting heeft natuurlijk niet alleen gevolgen voor jongeren en hun ouders, maar bijvoorbeeld ook voor de dagbesteding, het onderwijs, de regievoering en het vervoer. Om een goed beeld te krijgen waar rekening mee moet worden gehouden bij de sluiting van de justitiële jeugdinrichting én de ontwikkeling van een nieuwe kleinschalige voorziening is het van belang om alle factoren te onderzoeken. Hierbij betrekken we alle relevante stakeholders.”

Meer weten over dit onderzoek?
Neem gerust contact op met Roelieke Hilhorst of Albertus Laan, t. 053 433 05 48.

Maatschappelijke Businesscase: Digitaal Dichtbij

Zes vestigingen van Home Instead Thuisservice vormden het afgelopen half jaar de kopgroep bij het integreren van Digitaal Dichtbij: verrijkende dienstverlening via beeldbellen. Wij mochten hen in deze tocht begeleiden. Een intensieve en leerzame tocht, onder grillige Corona omstandigheden. Op basis van onze praktijkervaringen ontwikkelden we voor Home Instead een verkennende maatschappelijke Businesscase (mBC). Een belangrijk instrument in het gesprek met stakeholders, die zeer geïnteresseerd in alle ontwikkelingen rondom beeldzorg in de praktijk.

In de mBC starten we met de behoeften van senioren. We schetsen het probleem dat we willen oplossen met beeldzorg en welke referentie alternatieven er zijn (wat als je niets doet?). Vervolgens kijken we welke activiteiten we met beeldzorg kunnen uitvoeren waarmee we in behoeften van klanten voorzien. In een effectenkaart werken we uit welke directe resultaten, korte termijn effecten en lange termijn effecten deze activiteiten voor senioren, mantelzorgers, medewerkers en andere stakeholders hebben. Naast deze kwalitatieve opbrengsten beschrijven we de initiële en structurele kosten van beeldzorg. Vervolgens wegen we deze opbrengsten en kosten tegen elkaar af. De mBC rechtvaardigt andere Home Instead Thuisservice vestigingen om ook aan de slag te gaan met beeldzorg.

 

Rapport Stand van zaken doelen Nationaal Programma Palliatieve Zorg

Afgelopen week publiceerde ZonMw ons rapport over de stand van zaken op de doelstellingen van het Nationaal Programma Palliatieve zorg (NPPZ). Het gaat om een kwantitatief beeld hoe het ervoor staat met de 14 doelstellingen van het NPPZ in 2020.

Het rapport maakt duidelijk dat er op diverse aspecten meer informatie is dan in 2016 en dat er verbeteringen zijn op sommige doelstellingen. Het laat ook zien dat verschillende aspecten nog onderbelicht zijn, bijvoorbeeld omdat er nog weinig onderzoek naar is gedaan of omdat cijfers niet structureel worden gemonitord.

Onze aanbeveling is dan ook om monitorinstrument(en) te ontwikkelen waarmee de stand van zaken op de NPPZ-doelstellingen door de tijd heen in beeld kan worden gebracht. We hopen dat ZonMw vanuit het programma Palliantie en andere partijen in de palliatieve zorg deze handschoen oppakken.

ZonMW: Stand van zaken doelstellingen NPPZ

Palliatieve zorg: volop in ontwikkeling

De kwaliteit van de palliatieve zorg staat in Nederland hoog op de agenda. Bureau HHM voerde in 2020 drie onderzoeken uit naar de ontwikkeling van palliatieve zorg in ons land. We onderzochten de huidige stand van zaken van de doelstellingen van het Nationaal Programma Palliatieve Zorg en evalueerden het programma ‘Palliantie. Meer dan zorg’ en de Regeling palliatieve terminale zorg

Onderzoeker Louise Pansier: “Als bureau volgen wij de ontwikkeling van de palliatieve zorg al langer. Zo ondersteunden we van 2015 tot en met 2018 de stuurgroep van het Nationaal Programma Palliatieve Zorg. Ook in 2015 voerden we een evaluatieonderzoek uit naar de regeling Palliatieve terminale zorg, waarna de Regeling is verlengd tot 2022. Palliatieve zorg richt zich op een zo goed mogelijk leven ondanks dat je niet meer beter wordt. Het gaat primair om de kwaliteit van het leven, zowel voor de zorgvrager als de omgeving. Het is mooi om daar – ook met deze drie onderzoeken – indirect een bijdrage aan te kunnen leveren.”

In ons onderzoek naar de doelstellingen van het NPPZ en in onze evaluatie van het programma Palliantie constateerden we dat er de afgelopen jaren veel is gebeurd. Tegelijk blijkt dat vooral op het gebied van implementatie nog veel werk te doen is. Louise: “Tijdens onze onderzoeken kwamen we veel gedreven mensen tegen. De palliatieve zorg is volop in ontwikkeling en verdient het om blijvend goed op de kaart te staan. Om dit te stimuleren en bestendigen is een breed gedragen visie nodig die richting geeft aan de toekomstige ontwikkelingen. Wij zijn dan ook erg benieuwd naar de vervolgstappen van het kabinet”.

Meer weten, neem contact op met Louise Pansier of Annika van de Belt.

Onderzoek passende bekostiging logeren voor kinderen met ZEVMB

Passende logeerfaciliteiten voor kinderen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen zijn schaars. Dat signaal geeft de werkgroep ‘Wij zien je Wel’, die in 2017 door toenmalig staatssecretaris Van Rijn in het leven is geroepen. Afgelopen jaar publiceerde de werkgroep een rapport waaruit blijkt dat het huidige logeeraanbod niet toereikend is. De werkgroep moet bijdragen aan dat kinderen met ZEVMB en gezinnen de zorg en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Bureau HHM doet in opdracht van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) onderzoek naar de randvoorwaarden om passend en voldoende logeeraanbod te creëren.

Gezinnen hebben ademruimte nodig en dat vereist dat ouders de zorg en ondersteuning voor het kind met vertrouwen uit handen kunnen geven. Belangrijke voorwaarden die de werkgroep signaleert zijn: gelijkwaardigheid van ouders als partner bij de vormgeving van het aanbod, aanbod dat aansluit bij de specifieke behoeften van mensen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen (ZEVMB) (ook ruimte voor comfortzorg), passende financiering en aandacht voor de arbeidsmarkt. Zorgaanbieders ervaren dat ze de intensieve zorg aan deze mensen niet vanuit de bestaande logeertarieven kunnen bekostigen. En ouders hebben onvoldoende het vertrouwen dat zorgaanbieders de zorg die hun ZEVMB kind dag en nacht nodig heeft, kunnen leveren tijdens het logeren.

Bureau HHM doet de komende maanden onderzoek naar het logeeraanbod voor kinderen met ZEVMB zodat logeren voor mensen met ZEVMB met een passende prestatie en tarief geleverd kan worden. Dit onderzoek richt zich op:

  • Het logeeraanbod
  • Omvang van het gebruikmaken van logeervoorzieningen
  • De (zorg)inhoud van de logeeropvang
  • Bekostiging van logeren

Voor het onderzoek maken we gebruik van verschillende onderzoeksmethoden, namelijk bijeenkomsten met een klankbordgroep, gegevensverzameling met een digitale vragenlijst bij zowel cliëntvertegenwoordigers als zorgaanbieders, groepsinterviews, een kostenuitvraag en een uitwerking van een bekostigingssysteem.

In dit Plan van Aanpak: Onderzoek passende bekostiging ZEVMB-logeren leest u meer over ons onderzoek.

Handreiking Beschermende woonomgeving voor mensen met een licht verstandelijke beperking

Mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) die (tijdelijk) ondersteuning in een beschermde woonomgeving nodig hebben, hebben moeite om passende ondersteuning te vinden. Sinds 2017 zijn er extra middelen aan de Wmo toegevoegd voor deze groep.
Om te zorgen dat deze cliëntgroepen de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben, ontwikkelde bureau HHM in opdracht van het Ministerie van VWS de Handreiking Beschermende woonomgeving voor mensen met een licht verstandelijke beperking.

De handreiking is bedoeld om de kennis van gemeenten over meerderjarigen met LVB en een tijdelijke verblijfbehoefte te vergroten, zowel bij beleidsmedewerkers als professionals in de toegang (Wmo-consulenten, wijkteam-medewerkers, regionale toegang beschermd wonen et cetera). De handreiking gaat in op:

  • Kenmerken van de doelgroep aan de hand van termen en criteria uit de wettelijke kaders.
  • Een aantal voorbeeldcliëntgroepen om de doelgroep meer ‘tot leven te brengen’.
  • Het wettelijk kader in relatie tot de ondersteuningsvraag.
  • De verantwoordelijkheid van gemeenten.
  • Voorbeelden van passend aanbod en advies over de organisatie ervan.

De handreiking is geschreven met input van gemeenten en zorgaanbieders. De eerste reacties uit die hoek waren positief: “De handreiking geeft veel inzicht in de problematiek van iemand met LVB, maar ook in de verschillende mogelijkheden vanuit de andere wetgevingen en de kaders rondom bijvoorbeeld de Wlz” en “Ik verwacht dat Wmo-consulenten in kleinere gemeenten of organisaties hiermee goed geholpen zijn. Wij zien in de praktijk veel handelingsverlegenheid en ‘van het kastje naar de muur’-situaties.”

Eerder onderzoek naar mensen met LVB
In 2015 deed bureau HHM onderzoek naar hoeveel mensen met een verstandelijke beperking tijdelijk behoefte hebben aan een beschermende woonomgeving, welk budget hiermee gemoeid was en de verschillende beleidskeuzes die gemeenten kunnen makenMet dit onderzoek werd  duidelijk dat er meer budget nodig was binnen de Wmo

Handreikingen andere cliëntgroepen
In het verlengde van de handreiking over mensen met LVB zijn er ook signalen over mensen met andere problematiek die tijdelijk behoefte hebben aan een beschermende woonomgeving (bijvoorbeeld mensen met Niet Aangeboren Hersenletsel); voor deze groepen komt er mogelijk in de loop van dit jaar ook een handreiking.

 

Oplossingsrichtingen voor dakloze zelfredzame remigranten gezinnen met minderjarige kinderen

Remigranten gezinnen met kinderen, die zich in Nederland willen vestigen, komen soms in de schrijnende situatie van dakloosheid terecht. Zij melden zich met deze huisvestingsvraag bij gemeenten. Iedereen met een Nederlands paspoort heeft het recht om zich in Nederland te vestigen. Ook als je in het buitenland hebt gewoond. Je bent echter zelf verantwoordelijk voor het vinden van huisvesting en het verwerven van een inkomen. Gemeenten worden geconfronteerd met remigranten gezinnen die naar Nederland komen zonder ze huisvestiging hebben geregeld en komen dan op straat te staan. Met deze huisvestigingsvraag melden de gezinnen zich bij de gemeenten. Wanneer een gezin zelfredzaam is, is de gemeente echter niet verplicht om huisvesting voor het gezin te regelen. Omdat het om schrijnende situaties gaat, hebben het ministerie van VWS, het ministerie van BZK en de VNG samen bureau HHM gevraagd om onderzoek te doen naar oplossingsrichtingen voor deze groep zelfredzame gezinnen.

“Tijdens het onderzoek kwamen we erachter dat er diverse oplossingsmogelijkheden zijn, maar dat die pas werken als eerst duidelijk is wie verantwoordelijk is voor de hulp en opvang van deze gezinnen. Dat maakt dat we zijn gekomen tot een afwegingskader waarmee alle partijen samen verder kunnen om aan de slag te gaan met de oplossingsrichtingen als de verantwoordelijkheidsvraag is beantwoord”, aldus onderzoeker Ellen Geuzebroek.

Onderzoekers Patrick Jansen, Frank Terpstra en Ellen Geuzebroek hebben hierbij geadviseerd om één verantwoordelijke partij aan te wijzen voor dit probleem die de gewenste beweging naar een oplossing in gang gaat zetten. Dit betekent overigens niet dat de overige partijen géén verantwoordelijkheid meer hebben. Voor alle oplossingsrichtingen is het van belang dat de drie partijen blijven samenwerken. Als we kijken naar de oplossingsrichtingen, dan zijn de meest kansrijke hierbij: het spreiden van de zelfredzame gezinnen over Nederland op basis van maatwerk. We merken namelijk dat veel van deze gezinnen zich melden bij een beperkt aantal gemeenten, waardoor de druk bij deze gemeenten hoog is. door de spreiding wordt deze druk gelijkmatiger over de gemeenten in het land verdeeld. Om gemeenten te helpen oplossingen te vinden is het daarnaast mogelijk om een landelijk coördinatiepunt in te richten, die veel kennis en informatie kan delen met gemeenten over deze specifieke doelgroep.

Frank Terpstra: “Omdat het gaat om gezinnen met jonge kinderen die acuut op straat staan, wil je snel tot een oplossing komen. De vraag die ons gesteld werd om te komen met concrete oplossingen bleek niet zo eenduidig vooral omdat alle partijen een andere rol en invalshoek hebben. Door eerst de vraag te verhelderen en samen tot een duidelijk beeld van de problematiek en doelgroep te komen, hebben we een belangrijke rol kunnen spelen in het beschrijven van de afwegingen die de partijen samen moeten maken om deze gezinnen te helpen. Het is mooi om te zien dat de ministeries van VWS en BZK en de VNG tevreden waren met de eindrapportage waarin we zowel de essentie van de problematiek hebben verhelderd als ook concrete oplossingsrichtingen hebben aangedragen. ”

Meer lezen?
Rapportage oplossingsrichtingen zelfredzame remigranten gezinnen

Landelijke impuls voor AVE in samenwerking met VLOT: maak kennis met AVE tijdens gratis Webinars

 

Het Verbindend Landelijk OndersteuningsTeam, afgekort VLOT, werkt aan het verbeteren van (de samenwerking rondom) de zorg en ondersteuning van kwetsbare mensen. Een van de aandachtspunten is het versterken van (de samenwerking binnen) de zorg- en veiligheidsketen. Samen met partners ontwikkelde bureau HHM de Aanpak ter Voorkoming van Escalatie (AVE), waarmee ketenpartners onder meer afspraken kunnen maken over de invulling van proces- en casusregie in de zorg- en veiligheidsketen. VLOT ziet AVE als een belangrijk element in het verbeteren van de samenwerking tussen zorg en veiligheid en wil de verdere implementatie een boost geven. Bureau HHM helpt daarbij en verzorgt onder andere samen met regio-adviseurs van VLOT twee Webinars, en ondersteunt bij het bieden van intervisiebijeenkomsten over AVE en impulssessies voor (regio’s van samenwerkende) gemeenten.

Webinar: Op- en afschalen – Aanpak Voorkomen Escalaties (AVE) als kapstok
Op- en afschalen bij complexe casuïstiek die door het zorg-, veiligheids- en sociaal domein heen loopt, is ingewikkeld. Verschillende talen, wetgeving en soms ook verschillende belangen kunnen snel op- en afschalen belemmeren. De Aanpak Voorkomen van Escalaties (AVE) werkt als kapstok voor het goed inrichten van op- en afschalen.

Tijdens dit Webinar maakt u kennis met AVE, leert u hoe gemeenten werken met AVE en wat uitdagingen zijn, we tonen het perspectief van ketenpartners en u krijgt praktische tips. Het Webinar is bedoeld voor Beleidsmakers, projectleiders en professionals in het zorg-, veiligheids- of sociaal domein die te maken hebben met op- en afschaling van zorg.

Webinar: Gegevensdelen bij samenwerken rondom complexe problematiek 
Het tweede Webinar dat VLOT in samenwerking gaf over AVE ging over gegevensdelen. Samenwerken en afstemmen zijn sleutelbegrippen bij het voeren van regie bij complexe casuïstiek. Hierbij hoort het elkaar informeren en delen van informatie. Maar hoe doe je dat? En hoe ga je om met de privacy? Een lastig vraagstuk dat vraagt om concrete handvatten in de uitvoering.

Meer weten?
Mieke Looman en Pleun Koopmans zijn onderdeel van het team Zorg- en veiligheid binnen bureau HHM en vertellen graag meer over dit onderwerp.

Meer informatie over de mogelijkheden om deel te nemen aan de intervisiebijeenkomsten en impulssessies wordt door VLOT gecommuniceerd.

 

Onderzoek regionale crisisdienst jeugd

Gemeenten hebben als wettelijke taak dat jeugdhulp altijd bereikbaar en beschikbaar moet zijn. Een regio van samenwerkende gemeenten heeft de uitvoering van de crisisfunctie jeugd belegd bij een consortium van zorgaanbieders. De gemeenten staan voor de keuze om de huidige overeenkomst te verlengen. Daarom is aan bureau HHM gevraagd een onderzoek uit te voeren naar de toekomstige positionering van de crisisfunctie jeugd, in relatie tot de diensten van Veilig Thuis en wijkteams van de gemeenten.

Voor de uitvoering van het onderzoek bestudeerden we relevante documentatie. Daarnaast voerden we gesprekken met het consortium van zorgaanbieders, de gemeenten en de Veilig Thuis-organisatie. Op basis hiervan stelden we enkele scenario’s op voor de toekomstige positionering van de crisisfunctie jeugd. De scenario’s hebben we ten opzichte van elkaar gewogen vanuit het perspectief van gebruikers, financiën, wet- en regelgeving, rolopvatting, informatie-uitwisseling, beschikbaarheid van personeel en uitvoerbaarheid. We adviseerden de gemeenten om de diensten van de Veilig Thuis-organisatie en de regionale crisisdienst jeugd verder te integreren en om hiervoor een concreet ontwerp uit te werken.

Wilt u meer weten over het onderzoek, neem dan contact op met Albertus Laan of Nelleke Dijk.

 

Evaluatie programma Eén tegen eenzaamheid

Om de trend van eenzaamheid onder ouderen te doorbreken geeft het ministerie van VWS samen met een groot aantal maatschappelijk partners invulling aan het programma Eén tegen eenzaamheid. Op verzoek van het ministerie van VWS voert bureau HHM een doorlopende evaluatie uit van het programma, met metingen in 2019, 2020 en 2021. Uit onze meting in 2020 blijkt dat het programma zich in een volwassen fase bevindt, na een opstartfase in 2019. De ondersteuning aan de lokale coalities in gemeenten en de Nationale Coalitie tegen Eenzaamheid is verder geprofessionaliseerd en wordt zeer gewaardeerd. Het programma is flexibel en speelt snel en effectief in op veranderende omstandigheden en nieuwe vraagstukken die naar voren komen.

De actualiteit van het programma is groot, mede als gevolg van de coronacrisis. Belangrijk thema van onze tweede meting is de continuering en de duurzame positionering van het programma. We hebben het ministerie van VWS geadviseerd om de looptijd van het programma te verlengen en te streven naar een definitieve positionering per 2023.

Eén tegen eenzaamheid is een actieprogramma, waarbij samen werken, samen leren en samen ontwikkelen centraal staat. Het programma wordt sinds september 2019 door ons gedurende de looptijd geëvalueerd, om er tussentijds van te leren. Albertus Laan: “Dat betekent dat ontwikkel- en verbeterpunten uit de eerste metingen direct zijn meegenomen in het programma. Tijdens deze tweede meting hoorden we van respondenten dat zij merken dat er is bijgestuurd en dat dat ten goede is gekomen aan het programma. Voor ons als onderzoekers is het mooi om op deze manier te evalueren omdat we een directe bijdrage kunnen leveren aan het verbeteren van de kwaliteit van het programma en de betrokkenheid van de deelnemers.”

Publicatie onderzoek
De rapportage tweede meting ex durante evaluatie programma Eén tegen eenzaamheid is begin december aangeboden aan de Tweede Kamer. De rapportage van onze eerste meting vindt u hier.

Meer weten over deze beleidsevaluatie, neem dan contact op met Albertus Laan.

Webinar toekomstbestendige zorg

Paulina.nu hield dinsdag 1 december een Webinar over toekomstige zorg onder de titel ‘Zoals het klokje thuis tikt’. Tijdens het Webinar wordt ingegaan op de vraag Wie draagt welke verantwoordelijkheid en wie pakt de regie? Naast deze vraag staan de uitkomsten van recent uitgevoerd onderzoek door bureau HHM en In.Fact.Research centraal en wordt gesproken met mensen uit het werkveld en landelijke experts.

Het webinar is voor iedereen die zich betrokken voelt bij het onderwerp; zorgprofessional, beleidsmaker, mantelzorger, leverancier van oplossingen, inwoner of op een andere manier bij de ouderenzorg betrokken.

In het Webinar wordt verschillende keren verwezen naar het rapport ‘Toekomstbestendig leven voor ouderen op Goeree-Overflakkee’ dat bureau HHM samen met In.Fact.Research opstelde. Dit rapport is op 17 november door programmamanager Ilze Timmers van Paulina.nu gepresenteerd aan het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Goeree-Overflakkee en wordt gezien als een belangrijke stap in het komen tot een concrete uitvoeringsagenda voor een toekomstbestendige leefomgeving voor de ouderen op het eiland.

Beeldschermzorg als sociale innovatie

Doordat de technologische component in eHealth trajecten zo concreet en tastbaar is, lijken we sneller te vergeten dat een succesvolle implementatie valt of staat met de mensen die er mee werken. Adviseur Judith Kippers is gespecialiseerd in organisatie­ontwikkeling en schreef er een uitgebreid artikel over. Het artikel bevat praktische tips voor zorgorganisaties die zorgtechnologie duurzaam willen integreren in persoonsgerichte zorg aan cliënten.

Dit artikel is de eerste uit een reeks waarin we vanuit verschillende perspectieven zorgorganisatie op weg helpen bij het nadenken over en vormgeven van hun eigen digitale transformatieproces. In dit eerste artikel staat gewoonteverandering centraal. Digitaal zorg verlenen moet een nieuwe gewoonte worden, anders blijft het bij een tijdelijke gadget of hip kunstje, zonder de duurzame – en broodnodige – effecten op langere termijn.

Het artikel laat zien welke stappen nodig zijn om dit voor elkaar te krijgen. Aan de hand van concrete voorbeelden lees je hoe je er als organisatie voor kunt zorgen dat nieuwe manieren van werken en het gedrag dat daarbij hoort eigen worden.

eHealth - Beeldschermzorg als sociale innovatie

Auteur Judith Kippers:

“Een transformatie waar we niet meer omheen kunnen. Om ook in de nabije toekomst kwalitatief goede zorg te kunnen bieden aan iedereen die dat nodig heeft, moeten we nieuwe wegen bewandelen. Een groot deel van zorg verlenen heeft niet alleen een praktische kant maar draait juist om het mentaal ondersteunen en versterken van mensen. Afstand hoeft dan geen belemmering te zijn én kan in een aantal gevallen zelfs een voordeel zijn. Daarom geloof ik dat het tijd is om er samen voor te zorgen dat we klaar zijn voor de toekomst en eHealth omarmen als middel om juist meer contact te maken.”

 

PACT-benadering toegelicht in beeld en geluid

De beoogde transformatie in het sociaal domein blijft achter. Dat signaleerden BMC, zelfstandig adviseur Frans Vos en bureau HHM. Aanleiding om samen een aanpak te formuleren om  die de transformatie alsnog van de grond te krijgen. Het resultaat is een PACT-benadering. Afgelopen maand werd de methode toegelicht tijdens een webinar begeleid door Machteld Koelewijn (BMC) en Annelies Hartmans (bureau HHM) met als inhoudelijke sprekers: Heleen Rijnkels (BMC), Frans Vos (zelfstandig adviseur) en Nico Dam (bureau HHM). Hieronder vindt u de high-lights uit dit webinar waarin u kunt horen en zien hoe en waarom de PACT-benadering kan bijdragen aan de vernieuwing en financiële beheersbaarheid van het sociaal domein.

Nico Dam: “In praktijk zien wij dat veel gemeenten ruim vijf jaar geleden vol enthousiasme aan de slag gingen met de nieuwe taken en prachtige ambities formuleerden. Nu lijkt de praktijk achter te blijven bij die ambities. En dat is zonde. Wij zijn er samen van overtuigd dat de transformatiedoelen nog steeds actueel en uiterst relevant zijn, maar dat – door de aandacht voor financiële tekorten en dreigende onbeheersbaarheid in het sociaal domein – de inhoudelijke focus naar de achtergrond dreigt te verdwijnen.”

Aanleiding ontwikkelen PACT-benadering
Nico Dam vertelt dat er drie belangrijke aanleidingen ten grondslag liggen aan het gezamenlijk ontwikkelen van de PACT-benadering.

  1. Gemeenten zijn met veel enthousiasme en ambitie aan de slag gegaan met de nieuwe taken binnen het sociaal domein. Tegelijkertijd blijkt het na 5,5 jaar moeilijk om die ambities waar te maken.
  2. Discussies in het sociaal domein hebben een hele technische insteek gekregen.
  3. Gemeenten en aanbieders hanteren in gesprekken elk hun eigen perspectief.

Bekijk in dit fragment wat hij precies bedoelt met ‘een hele technische insteek’ , ‘het eigen perspectief’ en hoe deze vernieuwing en vooruitgang wellicht in de weg staan.

Wat zien we in de praktijk?
Heleen Rijnkels: “De beloften van de transformatie waren natuurlijk groot. Afschaling van de tweedelijns zorg, integraal werken, geen wachtlijsten meer. Kortom het zou beter en goedkoper worden. En de Sociale Teams zouden als vliegwiel voor de vernieuwing gaan fungeren. Als we terugkijken is dat helaas niet gelukt en dat ligt niet aan professionals en de sociale teams.” Waar het wel aan ligt en wat daaraan te doen licht Heleen toe in dit fragment.

Hoe zorg je voor een optimale teamprestatie in het sociaal domein?
Frans Vos maakt een vergelijking met het aansturen van een voetbalteam. Daarin heeft iedereen een eigen positie, maar dient ook het teambelang. “Je moet zo’n voetbalteam in zijn geheel aansturen om tot een optimale teamprestatie te komen. Merkwaardig is dat we In het sociaal domein niet doen.” Wel kiezen voor een integrale aansturing van verschillende partijen vraagt een cultuuromslag en heeft impact op de bedrijfsvoering. Frans Vos formuleert in deze video vijf dingen die belangrijk zijn om dit toch voor elkaar te krijgen.


Praktijkvoorbeelden PACT-aanpak
Nico Dam laat in deze video twee voorbeelden zien van hoe de PACT-benadering in de praktijk kan werken. Hij gaat eerst in op de organisatie van de crisisdienst ‘Spoed voor Jeugd’ in Groningen. Hij laat de inhoudelijke resultaten zien; zoals de afname van de gemiddelde duur van het crisisverblijf en geeft inzicht in de financiële resultaten. Daarna staat hij uitgebreid stil bij hoe PACT kan werken bij de doorontwikkeling van Beschermd Wonen.


Hoe kijken deelnemers aan het Webinar tegen het werken vanuit een PACT-gedachte en wat zijn voordelen en voorwaarden?
Tijdens het Webinar zijn aan de deelnemers verschillende stellingen voorgelegd. Stellingen die betrekking hebben op de huidige situatie, knelpunten en de verwachtingen van het werken met een methode zoals de PACT-benadering. Frans Vos laat in dit fragment een aantal stellingen en de uitkomsten hiervan zien. Zo zijn deelnemers aan het Webinar het er over eens dat er in de praktijk nog maar heel weinig vanuit één-opgave wordt gewerkt. Aanbieders zijn terughoudend om de eigen rol in de vernieuwing op te pakken. Het beeld bestaat wel dat een PACT-aanpak goed te organiseren moet zijn zonder al te veel bureaucratische rompslomp. Frans Vos vertelt vervolgens meer over de voordelen en voorwaarden om vanuit één opgave te werken.

Stand van het land – Doorontwikkeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang

In lijn met het advies van de commissie Dannenberg wordt in het land volop gewerkt aan sociale inclusie door mensen met een psychische kwetsbaarheid zoveel mogelijk te huisvesten in de wijk. Goede regionale samenwerking is de motor bij de doorontwikkeling van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Om deze samenwerking kracht bij te zetten hebben de gemeenten een Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) ontwikkeld, die op dit moment geďmplementeerd wordt. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) willen graag weten hoe het staat met de uitvoeringsafspraken die voortvloeien uit het advies van de commissie Dannenberg, wat de ondersteuningsbehoefte is van gemeenten en andere partijen, en hoe regio’s van elkaar kunnen leren. Bureau HHM doet hier de komende twee maanden onderzoek naar.

Meting gebruik casemanagement dementie

In opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) brengen we dit najaar het gebruik van casemanagement dementie in beeld. We kijken naar het aantal mensen dat gebruikmaakt van casemanagement dementie en onderzoeken wat de redenen zijn van mensen om geen gebruik te maken van casemanagement dementie. Het is het tweede onderzoek dat bureau HHM doet naar het gebruik van casemanagement dementie.
 
Het onderzoek bestaat uit twee onderdelen:

  • Een kwantitatief onderzoek, waarbij we een realistisch beeld geven van het aantal mensen dat gebruikmaakt van casemanagement dementie ten opzichte van het aantal (thuiswonende) mensen met dementie in Nederland.
  • En een kwalitatief onderzoek onder (vertegenwoordigers van) mensen met dementie waaruit blijkt wat de redenen zijn waarom thuiswonende mensen met dementie geen casemanagement gebruiken.

In 2018 onderzochten we ook al het gebruik en de wachtlijsten Casemanagement Dementie. Het ministerie en samenwerkende partijen op het gebied van dementie willen nu graag weten hoe het er twee jaar later voorstaat. De vraag komt voort uit het Deltaplan Dementie: het nationale programma om samen het hoofd te bieden aan de gevolgen van dementie. Hierin werken partijen samen aan betere dementiezorg. De toegankelijkheid en beschikbaarheid van Casemanagement Dementie is een van de speerpunten uit dit plan.

Eerder onderzoek Casemanagement Dementie – 2018
Uit ons onderzoek in 2018 bleek dat destijds van de circa 205.500 mensen die met dementie thuis wonen in Nederland, 62.000 mensen gebruik maakten van Casemanagement Dementie (CMD). We zijn benieuwd wat het gebruik in 2020 is.
 
Daarnaast stonden er in 2018 1.136 mensen op een wachtlijst. Omdat sinds eind 2018 aanbieders verplicht zijn om de cijfers over wachtlijsten aan te leveren aan de NZA, onderzoeken we nu niet hoeveel mensen op de wachtlijst staan voor casemanagement dementie. Wel hebben we begin dit jaar een evaluatie uitgevoerd hoe de aanlevering van wachtlijstgegevens door zorgaanbieder aan de NZA nu gaat.

Meer weten over onze onderzoeken naar casemanagement dementie?
Patrick Jansen, Frank Terpstra en Ellen Geuzebroek staan u graag te woord.

PACT-benadering een opgavegerichte aanpak voor transformatie in het sociaal domein

De transformatie in het sociaal domein blijft achter bij de ambities. Door de aandacht voor financiële tekorten en dreigende onbeheersbaarheid is het risico dat de inhoudelijke focus naar de achtergrond verdwijnt.

Samen met BMC ging bureau HHM de uitdaging aan om een aanpak te formuleren die zowel antwoord geeft op de inhoudelijke doelstellingen van de transformatie in het sociaal domein als op de noodzaak de financiële beheersbaarheid te vergroten. Met als resultaat een PACT-benadering.
 
Op donderdag 3 september (10.00-11.00 uur) verzorgen adviseurs van beide bureaus en zelfstandig adviseur Frans Vos een webinar dat ingaat op deze opgavegerichte aanpak voor transformatie in het sociaal domein.

Aanmelden kan hier. 

Skipr: ‘Meeste gemeenten hebben geen visie op woonvraag ouderen’

‘Slechts één op de drie gemeenten heeft een woonzorgvisie voor ouderen en kwetsbare groepen. De helft van de gemeenten heeft niet eens een analyse van de woonzorg-opgaven in de toekomst. Dat concludeert de Taskforce Wonen en Zorg op basis van een nulmeting bij bestuurders van alle gemeenten en woningcorporaties’, zo staat geschreven in een recent artikel op Skipr.
 
De voorzitter van de Taskforce: Hans Adriani, vertelt in datzelfde artikel: “Om lokaal de juiste keuzes te maken, zijn een woonzorganalyse en een woonzorgvisie belangrijke bouwstenen. De nulmeting laat zien dat er nog zo’n 200 woonzorganalyses gemaakt moeten worden. En dat is pas het begin.” Volgens hem zijn er diverse belemmerende factoren: “Het begint al bij het besef van gemeenten dat samenwerking tussen het sociaal en ruimtelijk domein essentieel is en dat zij de regie moeten pakken. Ook het bij elkaar brengen van partijen met verschillende belangen blijft een ingewikkelde opgave. En dan spelen er taaie vraagstukken op het gebied van beschikbare ruimte en het rondkrijgen van de businesscase voor nieuwe woonzorgvormen. “
 
Bureau HHM herkent het geschetste beeld. Lennart Homan, bureau HHM;  “Wij helpen verschillende gemeenten bij het ontwikkelen van een woonzorgvisie en zien dat onze kracht zit in het feit dat we de diverse werkvelden – als onafhankelijke derde – bij elkaar brengen en daarnaast dat we de zorg- en ondersteuningsvragen van kwetsbare mensen kennen. Je kunt dit vraagstuk van vele kanten aanvliegen. Wij pleiten er voor om de mensen voor wie je het doet centraal te zetten. Zorg er als gemeente voor dat je de verschillende partijen daaraan een goede bijdrage laat leveren. Om te bepalen wat een goede bijdrage is, moet je eerst weten voor welke opgave je de komende jaren samen staat. Wij maken dit voor gemeenten inzichtelijk aan de hand van onze woonzorgverkenner. Hiermee brengen wij in kaart hoeveel zorggeschikte woningen een gemeente in de toekomst nodig heeft en welke voorzieningen hierbij horen.”

Meer weten?
Caroline Coumans, Lennart Homan en Nelleke Dijk gaan graag met u in gesprek.


 

Lokale en regionale inkoop jeugdhulp

Hoe krijgen we meer grip op de stijgende kosten voor ambulante jeugdhulp zonder dat we inboeten aan kwaliteit? Veel gemeenten zien stijgende uitgaven voor ambulante jeugdhulp en vragen zich af hoe ze meer grip kunnen krijgen op de uitgaven. Reden voor een gemeente in het ruraal gebied om bureau HHM te vragen hiernaar onderzoek te doen en advies te geven over de inkoop van jeugdhulp. Met ons advies gaat de gemeente nu samen met de regio aan de slag met de doorontwikkeling. Maartje Hanning, bureau HHM: “Wij delen de uitkomsten graag zodat andere gemeenten deze inzichten kunnen gebruiken als aanknopingspunten om te onderzoeken waar een eventuele kostenstijging vandaan komt.”
 
Oorzaken van stijgende uitgaven in de jeugdhulp
Om de oorzaken van de gestegen uitgaven te achterhalen voerden we een kwantitatieve en kwalitatieve analyse uit naar de inzet van ambulante begeleiding. We keken naar de effecten van ambulantisering, de gevolgen van de invoering van passend onderwijs en de manier waarop de toegang is georganiseerd. Uit het onderzoek kwamen onder meer de volgende oorzaken van de uitgavenstijging:

  1. Betere signalering van problematiek en snellere inzet van professionele hulp.
  2. Onvoldoende mogelijkheden in de basisondersteuning om in te spelen op bepaalde (dorpskern-specifieke) problematiek.
  3. Veel reistijd door het grote werkgebied van de gemeente.
  4. Gestegen tarieven van zorgaanbieders die een belangrijk aandeel hebben in de ambulante begeleiding.
  5. Grijs gebied tussen onderwijs en jeugdhulp waardoor meer beroep wordt gedaan op gemeentelijk gefinancierde ambulante begeleiding.
  6. Ontbreken van duidelijke kaders voor toekennen dan wel afwijzen van ambulante begeleiding en het doorgeleiden naar de basisondersteuning.

 
Terugdringen van uitgaven in de jeugdhulp
Op basis van de gevonden oorzaken kan de gemeente nu aan de slag met adviezen om de uitgaven terug te dringen met behoud van kwaliteit van de geboden ondersteuning. Met een gemeentelijke werkgroep zetten we knelpunten uit de huidige uitvoeringspraktijk om in concrete oplossingsrichtingen. Daarbij stond de vraag centraal wat lokaal kan en wat regionaal nodig is, op basis van principes zoals regie/sturing, nabijheid voor de cliënt en schaalvoordelen voor gemeenten en aanbieders. Ons advies bevat oplossingen die de gemeente zelf kan oppakken en oplossingen die uitbesteed moeten worden aan de regio. Dit advies is vervolgens aan de regionale inkooporganisatie meegegeven, om de regionale inkoop voor de komende jaren vorm te geven.
 
Meer weten?
Maartje Hanning en Eline Lubbes waren nauw betrokken bij dit onderzoek en vertellen er graag meer over.

 
 

Actieplan toekomstbestendig Beijum: integraal plan voor wonen, zorg en ondersteuning

Lang, gelukkig en gezond in je vertrouwde omgeving blijven wonen. Dat is het doel van Care2Share; een vernieuwend en integraal concept voor zorg en ondersteuning in een toekomstbestendige Oosterparkwijk in Groningen ontwikkeld door NOHNIK, Stadkwadraat, Beweegstrategie en bureau HHM. Deze innovatieve en toekomstgerichte visie gaan we nu samen uitwerken tot een concreet actieplan voor de Groningse wijk Beijum.

Essentieel onderdeel uit Care2Share is het Leefabonnement; een abonnement waarmee bewoners op een laagdrempelige en eenvoudige manier diverse vormen van zorg en ondersteuning kunnen krijgen. Op www.abonnementopgoedleven.nl is meer informatie te vinden over de ontwikkelde visie en de samenwerkende partijen.

Het actieplan moet een integraal plan worden voor wonen, zorg en ondersteuning dat aansluit op bestaande projecten, initiatieven en onderzoeken. Alle fysieke en sociale opgaven in de wijk worden gebundeld. We doen dit aan de hand van vijf concrete thema’s:

  • Vastgoed
  • Stedenboud
  • Zorg en ondersteuning
  • Financiën
  • Afstemming en overleg

Per thema brengen we de opgaven in kaart en geven aan hoe deze op te pakken en met welke partijen. Het resultaat is een actieplan met concrete acties waarmee de visie in Beijum vormgegeven kan worden.

Meer weten?
Vanuit bureau HHM zijn Eline Lubbes en Patrick Jansen nauw betrokken bij Care2Share. Zij vertellen u graag meer over dit project.

Factsheet 24-uurszorg in de wijk

"Beschermd wonen is niet meer een gebouw dat in de grote stad staat, maar een huis in elke wijk, waar we ter plekke zijn voordat het misgaat.” Zo vat Erik Dannenberg het advies samen dat de Commissie Dannenberg in 2015 uitbracht over de toekomst van het beschermd wonen. Lennart Homan, bureau HHM: ‘Die toekomst komt nu langzaam tot stand en we zien op veel plekken dat dit leidt tot nieuwe vraagstukken. Om mensen thuis ‘beschermd’ te laten wonen is 24-uurs zorg in de wijk nodig. Hierover schreven we samen met Platform31 een factsheet. Deze factsheet helpt gemeenten en aanbieders bij de inrichting van 24-uurszorg in de wijk. Want zonder goede zorg kun je niet ambulantiseren.’
 
De factsheet gaat in op verschillende vormen van 24-uurszorg (bereikbaar- en beschikbaarheid), verschillende inrichtingsvarianten, de verbinding met veiligheid, de samenhang met andere voorzieningen en mogelijkheden tot vernieuwing, aangevuld met concrete voorbeelden uit de praktijk.
 
Meer weten?
Lennart Homan is in verschillende gemeenten betrokken bij de herinrichting van Beschermd Wonen. Hij kent het vraagstuk vanuit het perspectief van de gemeenten, aanbieders én woningcorporaties.

Langdurig passende zorg voor jeugdigen met GGZ-problematiek bij openstelling Wlz

Het aantal jeugdigen met een psychische stoornis dat voldoet aan de Wlz-criteria ligt waarschijnlijk tussen de drie- en achthonderd. Bureau HHM deed hier onderzoek naar in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Naast de doelgroep onderzocht bureau HHM de uitvoerings- en financiële consequenties van een mogelijke openstelling van de Wlz voor jeugdigen met GGZ-problematiek. Uit het onderzoek blijkt dat het erg moeilijk is om een goed beeld te krijgen van de omvang van doelgroep en de financiële consequenties. De uitvoeringsconsequenties zitten voornamelijk in de indicatiestelling, contractering, levering en verantwoording van zorg.

We hebben het over jeugdigen waarbij sprake is van complexe meervoudige problematiek zoals traumatische ervaringen en hechtingsproblematiek. Tevens is naast een psychische stoornis veelal ook sprake van een (licht) verstandelijke beperking. Wij denken op basis van het onderzoek dat de groep tussen de drie- en achthonderd ligt. Hoe groot het aantal daadwerkelijk is zal moeten blijken als het CIZ voor deze groep gaat indiceren”, aldus Ellen Geuzebroek onderzoeker bij bureau HHM.

“Belangrijk toegangscriteria voor de Wlz is een blijvende behoefte aan toezicht of nabijheid. Dat blijvende is bij een jeugdige moeilijk vast te stellen omdat de jeugdige nog volop in ontwikkeling is. Het is bovendien nog maar de vraag of ouders of verzorgers een Wlz-indicatie gaan aanvragen als dat mogelijk wordt. Het kan voelen alsof je zegt ik zie geen ontwikkelingskansen meer voor mijn kind”, aldus Ellen Geuzebroek.

“Daarom is het ook heel belangrijk dat de jeugdige binnen de Wlz voldoende ontwikkelings-mogelijkheden krijgt”, aldus Patrick Jansen, collega-onderzoeker en partner binnen bureau HHM. Hij ziet namelijk wel voordelen aan het openstellen van de Wlz voor jeugdigen met GGZ-problematiek: “Het geeft de jeugdige voor onbepaalde tijd recht op zorg. Dit beantwoordt aan de grote behoefte van jeugdigen, ouders en professionals; dat de continuïteit van zorg is gegarandeerd. Nu moeten ouders de zorg elk jaar en soms zelfs vaker opnieuw aanvragen terwijl zij en ook de zorgverleners vooraf al weten dat de zorg voor langere tijd nodig is. Ze zijn dan onnodig veel tijd kwijt aan de administratie en het brengt bovendien onzekerheid met zich mee. Maar de Wlz-toegang moet niet leiden tot allerlei onduidelijkheden over het wel of niet kunnen vaststellen van de blijvende behoefte aan nabijheid of toezicht, of het wel of niet kunnen ondersteunen van het cliëntsysteem vanuit de Wlz. Hierbij is de jeugdige niet gebaat.”

Naar verwachting verandert er aan de inhoud van de zorg weinig. Waarschijnlijk blijven dezelfde zorgaanbieders dezelfde zorg leveren. Dit betekent helaas ook dat de knelpunten die voor de zorg onder de Jeugdwet gelden, blijven bestaan. “We zien dat voor deze groep het inzetten van de juiste expertise en een goede samenwerking tussen zorgverleners aandacht vraagt”, aldus Patrick Jansen.

Aanleiding onderzoek
Bureau HHM onderzocht de doelgroep en bracht de uitvoerings- en financiële consequenties in beeld voor de Tweede Kamer die in 2019 het wetsvoorstel ‘Toegang tot de Wlz voor mensen met een psychische stoornis’ aannam. Tegelijk is een amendement aangenomen waarin wordt gesteld dat jeugdigen – net zoals volwassenen – met een psychische stoornis op een nader te bepalen tijdstip toegang tot de Wlz moeten kunnen krijgen. Het onderzoek moet de Kamer inzicht geven in de mogelijke gevolgen hiervan.

Financiële consequenties
Er is te weinig bekend over de huidige zorgkosten om de financiële consequenties en de verschuiving van de Jeugdwet naar de Wlz goed in kaart te brengen. Een deel van de jeugdigen ontvangt bovendien al zorg vanuit de Wlz. Het is moeilijk in te schatten of deze groep een herindicatie gaat aanvragen en of dit leidt tot een verschuiving binnen de Wlz.

Zorgvuldige voorbereiding
De uitvoeringsconsequenties vragen een zorgvuldige voorbereiding. Patrick Jansen: “Overheveling van de zorg voor deze jeugdigen van de Jeugdwet naar de Wlz leidt tot uitvoeringsconsequenties op het gebied van de indicatiestelling, contractering, levering van zorg en verantwoording van zorg; deze consequenties richten zich op informatie­voorziening, procesinrichting, formatie en scholing. Deze consequenties zijn uitvoerbaar, maar vragen een zorgvuldige voorbereiding en voldoende doorlooptijd om ze te kunnen realiseren. Hierbij verdient het onderbouwen en vaststellen van de blijvende behoefte aan toezicht of nabijheid voor deze jeugdigen specifieke aandacht, omdat van tevoren moeilijk is aan te geven hoe de jeugdige zich de komende jaren ontwikkelt.’’

Publicatie onderzoek
Het hele onderzoek Jeugd-GGZ in de Wlz – Onderzoek naar de openstelling van de Wlz voor jeugdigen met GGZ-problematiek is aangeboden aan de Tweede Kamer.

Hoe zet je ‘de medewerker centraal’ in de ouderen- en gehandicaptenzorg?

Stop met denken in medewerkers en begin met denken in mensen. Via de methode ‘Design Thinking’ ging bureau HHM ermee aan de slag, samen met professionals met ervaring op alle niveaus uit verschillende werkvelden zoals ouderenzorg, gehandicaptenzorg, psychiatrie en ziekenhuiszorg. Collega Judith Kippers schreef er een uitgebreid artikel over.

Het artikel geeft niet alleen een doorkijkje naar de inhoud maar biedt ook genoeg handvatten om zelf aan het werk te gaan met het centraal zetten van de mens. Judith werkt veel binnen zorg- en welzijnsorganisaties, onder andere als verandercoach en ziet wat het positieve effect is van het centraal zetten van de medewerker als mens, het samen vaststellen van de bedoeling van het werk en daar vervolgens de ondersteunende diensten, processen en systemen op aan te passen. “Medewerkers die voldoende autonomie ervaren én zich daarnaast gesteund voelen door de organisatie floreren in hun werk en dat komt direct ten goede aan de client!” 

 

Betere zorg voor mensen met EPA: lumpsum budget op wijkniveau

Om de zorg en ondersteuning voor mensen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) te verbeteren is een structurele oplossing nodig voor de bekostiging. Daarnaast is het van belang om per regio op basis van een lange termijnvisie resultaten af te spreken. Dat blijkt uit onderzoek van bureau HHM in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN).  

Het ministerie van VWS, de VNG en ZN zetten het onderzoek uit om de zorg en ondersteuning aan mensen met EPA in de wijk te verbeteren. Dat is nodig omdat in het Bestuurlijk Akkoord Toekomst GGZ 2013-2014 de landelijke overheid, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en cliëntenorganisaties afspraken staan om de intramurale capaciteit tot het jaar 2020 met een derde af te bouwen, met de capaciteit van 2008 als referentie. Dit betekent dat de capaciteit en de kwaliteit van de ambulante zorg, met name voor mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA), uitgebreid en verbeterd moet worden. F-ACT en vergelijkbare vormen van integrale zorg, worden als oplossing gezien. De beleving is echter dat deze oplossing niet optimaal wordt gebruikt dan wel ingezet.

Bij integrale zorg gaat het om behandeling en begeleiding van mensen met EPA die naast psychiatrische problemen ook op andere levensgebieden hulp nodig hebben. Bureau HHM is gevraagd om de feiten rondom integrale zorg in kaart te brengen om inzicht te verschaffen in de wijze waarop de zorgen ondersteuning aan mensen met EPA in de wijk verbeterd kan worden.

Onze aanbeveling luidt om bij de ontwikkeling van het nieuwe zorgprestatiemodel van de NZa (dat per 2022 wordt ingevoerd) zorgvuldig aandacht te hebben voor een aantal cruciale elementen voor de bekostiging van de integrale zorg en behandeling aan mensen met EPA:

  • preventieve werkzaamheden
  • consult-werkzaamheden
  • coördinatiewerkzaamheden
  • de mogelijkheid om de intensiteit van zorg op en af te schalen
  • deelname aan multidisciplinaire overleggen (MDO’s)
  •  inzet van ervaringsdeskundigen

Het onderzoek maakt duidelijk dat mensen met EPA steeds zichtbaarder zijn in de wijk. Zij maken deel uit van de maatschappij. Om een wijkgerichte aanpak te stimuleren is een lumpsum budget op wijkniveau gewenst. Vanwege het basisprincipe van de Zorgverzekeringswet (de kosten van de ZVW dienen toe te rekenen te zijn aan individuele cliënten) kan dit nu niet. Daarom bevelen we het ministerie van VWS aan om met betrokkenen te bespreken op welke punten de wet- en regelgeving aangepast kan worden.
De uitdaging om integrale zorg en behandeling te leveren ligt echter niet alleen bij zorgverzekeraars, zorgaanbieders en gemeenten. Ook de maatschappij, buren, familie, vrienden en ervaringsdeskundigen kunnen een belangrijke rol vervullen in de zorg voor mensen met EPA. Om dit te stimuleren bevelen we tot slot aan om met alle betrokken partijen een maatschappelijk bewustwordingstraject uit te voeren zodat mensen met EPA worden opgenomen in de wijk.

Het onderzoeksrapport: Zorg in de wijk voor mensen met EPA is inmiddels meegestuurd met een brief naar de Tweede Kamer.

De (on)zin van een Businesscase

Inzet van eHealth toepassingen nemen sinds Covid-19 een enorme vlucht. Wat lange tijd traag en moeizaam ging, kan nu ineens snel en soepel. Of lijkt dat maar zo? In veel organisaties of samenwerkingsverbanden wordt druk geschreven aan een implementatieplan, inclusief een business case. Maar welke waarde heeft een businesscase nu echt?

Snel en soepel ging het inzetten van eHealth in het dieptepunt van Covid-19. Iedereen wilde (nu ineens) wel. De overweldigende aandacht voor de SET Covid-19 subsidie getuigt hiervan. Maar wat ging er dan precies snel en soepel? De aanschaf van apparatuur en het verspreiden ervan onder cliënten waarschijnlijk. Tijd voor visievorming werd vaak niet gevonden en er was weinig tot geen aandacht voor de sociale kant van de innovatie. En digitaal zorg verlenen is wezenlijk anders dan fysiek zorg verlenen, zo merken veel zorgorganisaties nu. Een stapje terugzetten is dan een wijs besluit. Om verder te komen. Zonder het momentum te verliezen. Bezinnen op waar u aan begint. En vooral waarom.

Lees alles over de (on)zin van een businesscase in het artikel

Leidraad perspectief op persoonsgerichte zorg

Bij de mensen met complexe zorgintensiteiten is extra aandacht nodig voor de toerusting van medewerkers en het samenspel van dagelijkse zorg en ondersteuning met (extra) behandeling. Er is behoefte aan een leidraad waarin per zorgintensiteit is uitgewerkt wat nodig is om persoonsgerichte zorg te leveren.

De VGN heeft bureau HHM gevraagd om samen met de leden en partners van de VGN een dergelijke beschrijving te ontwikkelen. Deze beschrijving wordt aangeduid als Leidraad Perspectief op persoonsgerichte zorg.

Deze leidraad is gepositioneerd als schakel tussen het lokale niveau (waar iedere zorgaanbieder met het oog op kwaliteit van zorg eigen keuzes maakt wat betreft de inzet van werkwijzen en zorgprogramma’s) en het landelijke collectieve niveau (waar alle VGN-leden zich gecommitteerd hebben aan de visie en het kwaliteitskader Gehandicaptenzorg).

De leidende vraag voor het opstellen van de leidraad: Wat is nodig in het leven van mensen met een beperking en een complexe zorgvraag zodat zij hun leven kunnen leiden zoals zij dat willen? Op basis van bestaande (wetenschappelijke) publicaties over richtlijnen, zorgprogramma’s, competentieprofielen, zorgprofielen en factsheets ontwikkelen we in nauwe afstemming met diverse experts uit de praktijk de leidraad.

Zie ook:

Aanpak woonplekken met begeleiding voor dak- en thuislozen


Sinds 2009 is het aantal dak- en thuislozen verdubbeld. Naar aanleiding van deze toename stelt het kabinet € 200 miljoen beschikbaar voor de aanpak van dak- en thuisloosheid in 2020 en 2021. Deze aanpak richt zich met name op het beschikbaar stellen van extra woonplekken met begeleiding om zo mensen die dak- en thuisloos zijn zo snel mogelijk aan een eigen woonplek te helpen. Maar hoe kan je dit als gemeente het beste aanpakken?

Het geld vanuit het kabinet is vanaf 1 juni beschikbaar. Dit is het moment voor u om als gemeente te bepalen hoe u die extra middelen het beste kunt inzetten. Maar wat zijn effectieve en efficiënte manieren voor de aanpak van dak- en thuisloosheid? En hoe kunt u daaruit de beste aanpak voor uw situatie kiezen?

Vanuit bureau HHM hebben we een lange ervaring met de aanpak van dak- en thuisloosheid en de inrichting van het Beschermd Wonen en de Maatschappelijke Opvang. Op basis van deze ervaring kunnen we u helpen antwoorden te vinden op uw vragen. Enkele suggesties voor een aanpak waarvoor u deze extra middelen kunt inzetten:

  • Bepaal voor welke doelgroep de vraag naar passende woonplekken het meest urgent is. Deze doelgroepindeling komt daarbij van pas.
  • Ga hierover in gesprek met de toegang.
  • Maak een overzicht van interventies die momenteel in de eigen gemeente (nog) niet gebruikt worden. Bijvoorbeeld op basis van de routes naar dakloosheid en interventies die de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving hierbij onderscheidt.
  • Bespreek met de partners in de keten welke interventies de meeste kans van slagen hebben.
  • Vertaal deze interventies in duidelijke resultaten en kritische succesfactoren.
  • Betrek hierbij de partners die noodzakelijk zijn om de resultaten te behalen.

Wilt u meer weten over passende interventies in Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang voor uw gemeente? Hulp nodig om extra middelen te verwerven?

Eline Lubbes en Nico Dam vertellen er graag over, t. 053 433 05 48.

Aan de slag met beeldbellen in de zorg

De interesse in de SET Covid-19 subsidieregeling was overweldigend. En de urgentie voor digitale zorg op afstand (veelal beeldbellen) voor thuiswonende cliënten nooit eerder zo groot. De reden is schrijnend, absoluut. Maar de beweging naar meer inzet van technologie is hoognodig. Het zal onze samenleving goed doen.

De subsidie-impuls was duidelijk meer dan welkom. Een minderheid had geluk en kreeg na loting de subsidie toegekend. Bent u één van hen, gefeliciteerd! Met de subsidie kunt u op gang komen, vaart maken of opschalen. Zorgtechnologie onderdeel maken van uw werkwijze. Duurzaam en toekomstgericht. Als onderdeel van uw visie en (innovatie)strategie.
Dat begint met een zorgvuldig implementatieproces, waarin oog is voor zowel de technologische als de sociale innovatie.

Het implementatieproces bestaat uit vijf fasen met onderliggende activiteiten:

  1. Visie en projectvoering
  2. Ontwerpen dienst
  3. Veranderaanpak
  4. Beginnen en leren
  5. Opschalen en borgen

Bureau HHM is uw implementatiepartner bij het realiseren van zorg op afstand. Dat kan betekenen dat wij op momenten in het proces even met u meedenken. Het kan ook betekenen dat wij het gehele implementatieproces voor u (bege)leiden. En alles daartussen.

Is uw subsidieaanvraag niet toegekend? Verander uw strategie, niet uw ambitie. Het vraagt vooral om heroriëntatie: wat en hoe dan wel? En om herijking van uw businesscase. Wellicht zijn andere financieringsmogelijkheden interessant voor u. Ook hierin adviseren en ondersteunen wij u graag. Waar een wil is, vinden we samen een weg.

Neem contact op met Judith Kippers, telefoon 053 433 05 48

Onderzoek naar de meerwaarde van onderbelichte beroepsgroepen in de zorg

In 2017 vroeg de Nederlandse Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie (NVRG)
bureau HHM om de maatschappelijke ontwikkelingen te schetsen die vragen om een systeemaanpak en daarbij de werkwijze van een systeemtherapeut te beschrijven en te kwantificeren. Met dit onderzoek lieten we de meerwaarde zien van deze beroepsgroep door het ophalen van praktijkervaringen. De NVRG behaalde positieve resultaten met het onderzoek: zij kregen de meerwaarde van het werk van de systeemtherapeut veel beter op de agenda van politiek en beleid. Daarom benaderde de Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuologie (NVVS) ons in 2019 voor een soortgelijk onderzoek.

In beide onderzoeken brachten we van drie uiteenlopende casussen zowel de kwalitatieve als kwantitatieve aspecten in kaart. Dat deden we samen met verschillende typen therapeuten en zorgmedewerkers. Hierbij keken we naar de doelmatigheid, effectiviteit en duurzaamheid van een behandeling en aanpak door leden van de beroepsverenigingen, ten opzichte van een aanpak zonder gediplomeerd en geregistreerde leden van de verenigingen. We haalden deze inzichten onder andere op tijdens focusgroep-interviews. De NVRG en de NVVS waardeerden het bijzonder dat wij als objectieve buitenstaander kritische vragen konden stellen om de meerwaarde scherp te krijgen. Ook toetsten we de standpunten van de beroepsvereniging bij andere professionals of in bestaande richtlijnen. Het rapport en de factsheet van de NVVS zullen naar verwachting binnenkort openbaar gemaakt worden.

Met deze aanpak, door gebruik te maken van veelvoorkomende casuďstiek, schetsten wij een realistisch beeld van het werk van een beroepsgroep. Als objectieve buitenstaander lieten wij zien hoe de zorg – geleverd door professionals uit een specifieke beroepsgroep – verschilt van de zorg die geleverd wordt door professionals buiten die beroepsgroep. Zowel kwantitatief (financieel) als kwalitatief. Zo brachten wij de meerwaarde van de beroeps¬groep of bepaalde type behandeling objectief en volledig in kaart. En konden zij met een beknopt en onderbouwd verhaal hun meerwaarde zichtbaar maken bij verschillende stakeholders.

Wilt u meer weten over dit onderzoek of een onderzoek naar de meerwaarde van uw beroepsgroep?
Nelleke Dijk en Eline Lubbes vertellen er graag over, t. 053 433 05 48.

Lezen: De meerwaarde van systeemtherapie