Werk type: Actueel

Hoeveel GGZ-cliënten in de Wlz bij toevoeging psychische grondslag?

Als mensen met een psychische stoornis toegang zouden krijgen tot de Wlz zouden dat er minimaal 11.750 en maximaal 16.250 zijn. Het gaat dan om de groep die blijvende behoefte heeft aan permanent toezicht of 24 uur zorg in de nabijheid. Dat blijkt uit ons onderzoek: GGZ-cliënten in de Wlz – Inschatting omvang indien grondslag psychische stoornis wordt toegevoegd aan de Wlz.
 
Zorginstituut Nederland adviseerde in het najaar van 2015 dat een bepaalde groep mensen met een psychische stoornis toegang zou moeten kunnen krijgen tot de Wlz. Op basis daarvan heeft staatssecretaris Martin van Rijn de Tweede Kamer toegezegd om te onderzoeken welk aantal cliënten mogelijk instroomt in de Wlz wanneer ook verzekerden met een psychische stoornis toegang krijgen tot de Wlz, als de grondslag psychiatrische stoornis wordt toegevoegd aan artikel 3.2.1 van de Wlz, conform het advies van het Zorginstituut.
 
Bureau HHM voerde dit onderzoek begin dit jaar uit in opdracht van het Ministerie van VWS.
Projectleider Patrick Jansen: “Binnen drie maanden leverden veel zorgaanbieders inhoudelijke informatie aan over GGZ-cliënten met een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur zorg in de nabijheid. Het onderzoek leverde een respons van 78 procent op. Dat maakt dat wij een realistische schatting kunnen geven van het aantal mensen met een psychische stoornis dat toegang krijgt tot de Wlz.”
 
Op basis van de door aanbieders aangeleverde gegevens is de inschatting dat minimaal 9.500 GGZ-cliënten met zorg in natura toegang krijgen tot de Wlz en 2.250 pgb-houders (in totaal 11.750 cliënten) en maximaal 14.000 cliënten met zorg in natura en 2.250 pgb-houders (in totaal 16.250 cliënten). Patrick Jansen: “We hanteren een bandbreedte omdat de zorgaanbieders voor een deel van de cliënten twijfelden of ze in aanmerking komen voor de Wlz en we voor de non-respons een inschatting deden.”
 
Of deze mensen ook toegang krijgen tot de Wlz laat staatssecretaris Martin van Rijn over aan een nieuw kabinet. In een brief aan de Tweede Kamer over het onderzoek schrijft hij deze week: ‘Gezien dit aantal cliënten zal het gaan om forse budgettaire verschuivingen tussen de diverse domeinen, die nog nader onderzocht moeten worden. Waar het op wetsniveau onder andere gaat om het toevoegen van de grondslag psychische stoornis aan de Wlz, gaat het ook om het inrichten van de indicatiestelling, het ontwikkelen van passende zorgprofielen en het maken van prestatiebeschrijvingen en tarieven. Alles overziend zal het zorgvuldig voorbereiden van een eventuele wetswijziging nog twee jaar in beslag nemen.’
 
Patrick Jansen: “Tijdens dit project hebben we bevestigd gekregen dat er een groep cliënten met een psychische stoornis is die blijvend behoefte heeft aan toezicht of zorg in nabijheid. Vanwege deze behoefte en de noodzaak van integrale zorg en ondersteuning is de Wlz hiervoor het passende kader. De uiteindelijk definitieve omvang van deze groep wordt mede bepaald door het beleid van de gemeente en de zorginhoudelijk aanpak van de zorgaanbieders.”
 

 

Rapportage afwegingskader kinderen Wlz naar de kamer

Het onderzoeksrapport naar een afwegingskader kinderen Wlz is gisteren door staatssecretaris Van Rijn aangeboden aan de Tweede Kamer. Het rapport is naar de Tweede Kamer verstuurd als onderdeel van de Voortgangsrapportage Wlz. Morgen staat de rapportage op de agenda tijdens het Algemeen Overleg Gehandicaptenbeleid.
 
Met het onderzoek maakt bureau HHM de knelpunten inzichtelijk met betrekking tot de toegang van zorg voor kinderen met een ernstige meervoudige beperking (emb) en kinderen met een verstandelijke beperking in combinatie met psychiatrische en/of ernstige gedragsproblemen.

Bureau HHM deed dit onderzoek in opdracht van het ministerie van VWS nadat de Tweede Kamer op 22 maart 2016 een motie aannam waarin de indieners constateren dat het ontbreken van een apart Wlz-afwegingskader voor kinderen in de praktijk leidt tot problemen in de toegang tot zorg.
 
Projectleider Patrick Jansen: “Eén van de belangrijkste oplossingen die we zien: stel de zorgvraag centraal en niet de financiering. Om dit te bewerkstelligen is een goede afstemming nodig tussen de verschillende toegangsmedewerkers van de verschillende wetten.”

Onderzoek naar de meerwaarde van systeemtherapie

De Nederlandse Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie (NVRG) ziet een groeiende behoefte aan systemisch werken. Dat betekent werken met een brede blik, niet alleen gericht op het individu maar in de samenhang van zijn systeem (vaak het gezin). De financiering van deze vorm van therapie staat echter onder druk. De NVRG vroeg bureau HHM daarom onderzoek te doen naar de meerwaarde van systeemtherapie.
 
Concreet vroeg de NVRG bureau HHM om de maatschappelijke ontwikkelingen te schetsen die vragen om een systeemaanpak en de meerwaarde van een systeemaanpak te beschrijven en te  kwantificeren.
Van drie casussen brachten we zowel de kwalitatieve als kwantitatieve aspecten in kaart. Dat deden we samen met verschillende typen therapeuten. Hierbij keken we naar de doelmatigheid, effectiviteit en duurzaamheid van een systeemaanpak, ten opzichte van een aanpak zonder gediplomeerd en geregistreerd systeemtherapeut.
 
Evelien Rijken: “Met dit onderzoek lieten we de meerwaarde zien van deze beroepsgroep door het ophalen van positieve praktijkervaringen. We deden dit onder andere tijdens focusgroepsinterviews. Onze toegevoegde waarde zat er met name in dat wij als objectieve buitenstaander kritische vragen stelden om de meerwaarde scherp te krijgen. We bespraken bijvoorbeeld aan de hand van een gezinscasus wat de aanpak van de systeemtherapeut in die casus was, hoe die verschilde van een niet-systemische aanpak en wat daarvan de consequenties waren.”
 
Het resultaat is samengevat in een factsheet. Onze aanpak en een uitgebreide beschrijving van de resultaten staan in de onderzoeksrapportage
 
Meer weten over dit onderzoek?
Evelien Rijken vertelt er graag over, t. 053 433 05 48.
 

Zorgaanbieders en Menzis werken in Groningen samen aan duurzame ouderenzorg

Zorgaanbieders en Menzis Zorgkantoor werken in Groningen samen om ook in de toekomst goede ouderenzorg te kunnen leveren. Volgens de betrokken partijen staat de zorg in de regio onder druk. Zorgvisie publiceerde deze maand een artikel over de samenwerking. Bureau HHM begeleidt dit proces.

Vorig jaar ondersteunde bureau HHM deze zorgaanbieders en Menzis bij het inzichtelijk maken van gebiedsgerelateerde ontwikkelingen in de provincie Groningen. Daarbij ging het onder andere om ontwikkelingen rondom ontvolking, arbeidsmarktproblematiek en volkshuisvesting. Dit leidde tot een duidelijk beeld van de toekomstige ontwikkelingen in de provincie waar het zorgkantoor en Wlz-aanbieders op moeten anticiperen. Wij vertaalden dit vervolgens naar toekomstscenario’s voor de inrichting van de Wlz-zorg in drie Groningse subregio’s. Scenario’s die we nu verder uitwerken.

Samenwerking
Lennart Homan: “De samenwerking tussen Menzis en de aanbieders en het feit dat aanbieders bereid zijn om over de eigen schaduw te stappen om ook in de toekomst de kwaliteit van zorg te waarborgen in deze regio, is mooi om te zien. Het zorgkantoor ziet dat zij een belangrijke rol heeft om de aanbieders bij elkaar te brengen. Met elkaar kijken we nu onder andere naar hoe het zorgkantoor de inkoopkaders voor de Wlz zo kan vormgeven dat deze aansluit bij de doelstellingen uit de toekomstscenario’s. Want om tot een constructieve verandering te komen moet ook het inkoopkader de toekomstvisie ondersteunen.”

Intentieverklaring
De zorgaanbieders en Menzis Zorgkantoor tekenden samen met het ministerie van VWS, het ministerie van Sociale Zaken en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een intentieverklaring waarmee zij aangeven zich samen verantwoordelijk te voelen voor goede ouderzorg in de regio. Patrick Jansen: “Dat betekent ook dat als we tegen wet- en regelgeving aanlopen die dit mogelijk in de weg staat of als we ruimte nodig hebben om te experimenteren met andere organisatie- en financieringsvormen we een stevige basis hebben om hierover in gesprek te gaan”.

Meer weten over de toekomst van de ouderenzorg in Groningen?
Patrick Jansen begeleidt dit proces vanuit bureau HHM. Adviseur Lennart Homan is nauw betrokken bij de Groningse samenwerking en vertelt hier graag meer over, t. 053 433 05 48.

Lees ook:
Toekomstvisie zorg aardbevingsregio Groningen – HHM.nl
Groningen werkt samen voor duurzame ouderenzorg – Zorgvisie.nl

Amsterdam start met nieuwe regels voor hulp bij het huishouden

De gemeente Amsterdam heeft benoemd wanneer een huis schoon en leefbaar is en hoe vaak bepaalde huishoudelijke taken uitgevoerd moeten worden. Dit staat in de maatstaf ‘Hulp bij het huishouden Amsterdam’. Dat meldt de gemeente Amsterdam op haar website. Nienke van Vliet: “Amsterdam wil de maatstaf gebruiken als hulpmiddel voor het gesprek met de inwoner. Dat betekent dat er ruimte is voor maatwerk om de hulp bij het huishouden bij elke inwoner passend in te vullen.”

Nienke van Vliet: “De maatstaf beschrijft wat er minimaal nodig is voor een schoon en leefbaar huis, maar dit kan verschillen per inwoner. Per situatie wordt bekeken, welke activiteiten de inwoner zelf of met zijn/haar omgeving kan uitvoeren en waar professionele inzet nodig is.”
 
Aan deze maatstaf ligt een onderzoek van bureau HHM in samenwerking met KPMG Plexus ten grondslag. Het college van B&W stemde 7 maart in met de nieuwe maatstaf. Op 5 april is de gemeenteraad aan de beurt om te beslissen over de nieuwe maatstaf.
 
“Inmiddels deden wij voor tientallen gemeenten diverse onderzoeken naar hulp bij het huishouden. Alle gemeenten moeten immers, conform de uitspraken van de CRvB op 18 mei 2016 objectieve en onafhankelijke criteria hanteren bij het bepalen van de inzet van hulp bij het huishouden. Omdat wij het belangrijk vinden dat overheidsmiddelen zo goed mogelijk moeten worden ingezet hebben we slim gekeken naar welke kennis en informatie we uit de onderzoeken konden combineren, zodat we niet telkens hetzelfde onderzochten. Wat we in het geval van de hulp bij het huishouden zien is dat het voor gemeenten vooral belangrijk is om het eigen beleidskader goed in beeld te hebben. Kijk niet alleen naar de kwantitatieve uitkomsten (activiteiten, frequentie, tijdsbesteding) maar ook naar wat je als gemeente belangrijk vindt voor je inwoners; welke kwaliteit wil je bieden en welke mogelijkheden heb je daarvoor? Dan pas kun je een weloverwogen keuze en de vertaalslag naar een norm en de praktijk maken.”
 
Meer weten?
Neem dan contact op met Nienke van Vliet, t. 053 433 05 48.

Resultaatbekostiging Jeugdhulp Rijnmond

In de regio Rijnmond werken 15 gemeenten samen rond de gespecialiseerde jeugdhulp. Vanuit deze Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) is afgelopen jaar een traject gestart om de bekostiging van deze jeugdhulpvoorzieningen resultaatgericht te maken. De Regio Rijnmond heeft gekozen om te gaan werken met (drie) resultaatgebieden en (drie) ondersteuningselementen. Door combinaties te maken kan de focus op de problematiek van een kind/jeugdige worden verlegd naar de te behalen resultaten waarop wordt bekostigd. Begin december 2016 hebben de regionale wethouders ermee ingestemd dat dit nieuwe stelsel vanaf 2018 wordt ingevoerd.

Bureau HHM levert een bijdrage aan de voorbereiding op de implementatie. In opdracht van de GRJR werken we mee aan het concretiseren van de resultaatgebieden en de ondersteuning-selementen en we helpen mee de bijbehorende budgetten te bepalen. Dit doen we in nauwe dialoog met de betrokken aanbieders. Na een aantal consultatiebijeenkomsten is in de laatste maanden van 2016 is een uitvraag gestart onder de verschillende aanbieders. Daarmee verzamelen we informatie over de huidige inzet aan ondersteuning, gekoppeld aan de nieuwe beschrijvingen. Deze gegevens verwerken we in een rekenmodel dat inmiddels in samenspraak met financieel deskundigen van aanbieders (HEAD’s) is opgesteld.

Parallel aan dit traject wordt, eveneens in samenwerking met regionale aanbieders en met consulenten van de lokale toegang tot jeugdhulp, gewerkt aan het opstellen van voorbeeld casuďstiek. Daarmee onderzoeken we later de mogelijke effecten van nieuwe budgetten. Dit rondrekenen is een belangrijke stap in het proces van beheerste implementatie, waarmee de overstap van productbekostiging naar resultaatbekostiging in de regio Rijnmond in 2017 gepaard gaat.

Onze bijdrage wordt verwerkt in het bestek waarmee de regio begin 2017 het proces van contractering start. Opvallend is dat het onderscheid tussen de drie klassieke sectoren, jeugd-GGZ, gehandicaptenzorg en jeugd- en opvoedhulp, verdwijnt.

Meer weten? Neem contact op met Nico Dam.

Onderzoek naar Wlz-afwegingskader kinderen

Op 22 maart 2016 nam de Tweede Kamer een motie aan waarin de indieners constateren dat het ontbreken van een apart Wlz-afwegingskader voor kinderen in de praktijk leidt tot problemen in de toegang tot zorg voor kinderen met een ernstige meervoudige beperking (emb).
 
Om zicht te krijgen op deze problematiek gaf het ministerie van VWS ons de opdracht voor een onderzoek dat inzicht moet bieden in de kenmerken van kinderen met een ernstig meervoudige beperking, de knelpunten rondom de toegang tot zorg uit de Wlz, Jeugdwet en Zvw en de mogelijke oplossingen en verbeteringen.
 
Projectleider Patrick Jansen: “Op basis van onze kennis van de wet- en regelgeving weten we dat de aanspraken van de verschillende wetten in principe helder zijn. Daarnaast horen we van diverse professionals en cliëntvertegenwoordigers, dat er cliënten tussen wal en schip vallen. Met dit onderzoek krijgen we de kans om duidelijk te krijgen waar het precies mis gaat. Bij kinderen zijn het vaak de ouders die tegen problemen aanlopen. Daarom betrekken wij ouders actief bij dit onderzoek.”

 

 

Helft wachtenden verpleeghuis wil zo lang mogelijk thuis wonen

De helft van de mensen op de wachtlijst voor het verpleeghuis blijft het liefst zo lang mogelijk thuis wonen. Maar liefst 49% van de 13.634 cliënten op de landelijke wachtlijst wil op dit moment niet naar een verpleeghuis. Dat blijkt uit het onderzoek Wachtlijsten in de Wlz – Wensen en behoeften van wachtenden dat bureau HHM deed in opdracht van het ministerie van VWS. Het onderzoeksrapport is op 3 november aangeboden aan de Tweede Kamer.

Bureau HHM doet sinds 2000 onderzoek naar wachtlijsten in de langdurige zorg. Adviseur Nienke van Vliet: “Dit is de eerste keer dat door het ministerie van VWS nadrukkelijk de vraag is gesteld om de wensen en behoeften van de wachtenden – ouderen en gehandicapten – in kaart te brengen. Waar het eerder vooral ging om aantallen, kwantiteit, is nu de focus gelegd op kwaliteit: wat willen mensen en waarom. Wat blijkt is dat een groot deel van de wachtenden op de lijst zo lang het nog gaat thuis wil blijven wonen. De wachtlijst voor opname in een verpleeghuis kan dus een stuk korter worden als je de ondersteuning thuis, zowel voor de cliënt als van de mantelzorger, goed regelt. Daarmee sluit je aan op het kabinetsbeleid en belangrijker nog: op de wens van de cliënt.”

Uit het onderzoek blijkt dat de wachtlijst op 1 mei 2016 uit drie groepen mensen bestaat:

Groep 1: Cliënten bereid tot opname, ook bij een andere instelling dan die van voorkeur: 1.500 cliënten (11%);
Groep 2: Cliënten bereid tot opname, alleen bij de instelling van voorkeur: 5.454 cliënten (40%);
Groep 3: Cliënten die zo lang mogelijk thuis willen wonen: 6.680 cliënten (49%).

De bereidheid tot opname van de eerste groep mensen is groot, waardoor zij ook open staan voor opname bij een andere instelling dan die van voorkeur. In de praktijk zien aanbieders bij het aanbieden van een alternatief, dat cliënten toch vaak afzien van dat aanbod. Van deze eerste groep cliënten geeft 49% aan dat het thuis niet meer gaat. Van de mantelzorgers geeft 36% aan het verlenen van zorg zwaar te vinden.

Een tweede groep cliënten staat op de wachtlijst, maar wil geen gebruik maken van het beschikbare aanbod. Deze cliënten willen alleen op een specifieke locatie gaan wonen en wachten tot daar een plek is. Van deze tweede groep cliënten geeft 45% aan dat het thuis niet meer gaat. Van de mantelzorgers geeft 42% aan het verlenen van zorg zwaar te vinden.

De derde en grootste groep is op dit moment niet bereid tot opname en wil zo lang mogelijk thuis blijven wonen, ook al komt er een plek vrij bij de voorkeursaanbieder.  Zij wonen veelal met een partner of een familielid. Van deze derde groep cliënten geeft 42% aan dat het thuis redelijk gaat. Van de mantelzorgers geeft 43% aan dat het verlenen van zorg redelijk gaat.

Het grootste deel van de wachtenden ontvangt zorg tijdens het wachten: 8% van de mensen ontvangt tijdelijk verblijf in een andere instelling, 78% ontvangt professionele zorg thuis, 69% ontvangt mantelzorg en 8% vrijwillige zorg. Cliënten zijn over het algemeen tevreden over deze zorg.

 

 

Onderzoek maatstaf Hulp bij het Huishouden Amsterdam

Bureau HHM doet samen met KPMG Plexus onderzoek naar een maatstaf voor de Hulp bij het Huishouden en de onderliggende resultaatgebieden in de gemeente Amsterdam. Bureau HHM en KPMG Plexus deden eerder een soortgelijk onderzoek in de gemeente Utrecht. Hieruit kwam een basisnorm tot stand voor het aantal uren Hulp bij het Huishouden in Utrecht. De gemeente Amsterdam werkt met een drietal resultaatgebieden waarvoor aanvullend onderzoek nodig is.

Het onderzoek in Amsterdam moet een maatstaf opleveren die in het gesprek met de cliënt richting geeft aan de benodigde activiteiten en bijbehorende frequentie, zodat de cliënt in gesprek met een aanbieder het beoogde resultaat kan omzetten in een concreet ondersteuningsplan. De resultaten uit de gemeente Utrecht zijn niet een op een over te nemen door andere gemeenten omdat gemeenten een afzonderlijke visie hebben op normen en maatwerk.

Projectleider Nico Dam: “We zien dat gemeenten verschillende beleidskeuzes maken, waardoor de dagelijkse praktijk van elkaar verschilt. Waar Utrecht er voor kiest om inwoners te ondersteunen bij het schoon en leefbaar houden van een huis, ondersteunt Amsterdam daarnaast ook bij het beschikken over boodschappen en/of maaltijden en het verzorgen van minderjarige kinderen. Dit vraagt om aanvullend onderzoek. We gaan niet opnieuw meten wat we al weten zoals bijvoorbeeld hoeveel tijd het kost om te stofzuigen of een aanrechtblad schoon te houden. Wel kijken we naar hoe dit in de Amsterdamse praktijk uitpakt. Bijvoorbeeld naar welke factoren de tijdsbesteding beďnvloeden en hoe het gesprek met de aanbieder verloopt.”

Meer weten?
Neem dan contact op met Nico Dam, telefoon 053 433 05 48.

Zorgvisie – “Meer samen kijken hoe mensen langer thuis kunnen wonen”

Dat zegt collega Patrick Jansen in een interview met Zorgvisie.nl dat vandaag verscheen. Het interview gaat over het risico dat cliënten te snel in de Wlz terechtkomen.

Patrick Jansen: ‘Als mensen zelf twijfelen, dan sturen gemeenten en zorgverzekeraars ze eerst richting Wlz vanuit hun eigen budgettaire belangen.’ De wettelijke kaders van de Wlz, de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wmo botsen soms. Op de grensvlakken is niet altijd duidelijk vanuit welke wet de zorg het best kan worden geleverd. Patrick Jansen: ‘Los van de financiële gevolgen zou je graag zien dat verzekeraars, zorgkantoren en gemeenten vanuit gezamenlijkheid bekijken hoe mensen de juiste zorg krijgen.’

De aanleiding voor het interview is de strengere indicatiestelling in de Wlz. ‘Indicaties voor zware verpleeghuiszorg halveren’ kopte Zorgvisie onlangs, op basis van rapporten van het CIZ. Jansen gaat daar in dit interview op in. Hij pleit voor meer onderzoek naar de gevolgen van de – intussen afgeschafte – mandatering, op basis waarvan verpleeghuizen konden opschalen van zzp5 naar zzp7. Jansen juicht het toe dat het CIZ wil voorkomen dat er regionale verschillen zijn.

Meer weten?
Patrick Jansen.

Utrecht wijzigt basisnorm Hulp bij het Huishouden op basis van onderzoek bureau HHM en KPMG Plexus

Aanleiding voor het onderzoek was de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 18 mei 2016 waarin werd gesteld dat de bestaande basisnorm onvoldoende onderbouwd was.

Op basis van de uitkomsten van het onderzoek besloot de gemeente Utrecht de basisnorm aan te passen. Die was 78 uren per jaar, terwijl nu bekend is dat er 105 uren per jaar nodig zijn om een huishouden schoon en leefbaar te houden. Daarmee nam de gemeente de uitkomsten van ons onderzoek over.

Inmiddels klopten meerdere gemeenten bij bureau HHM aan met vragen over de normering van Hulp bij het Huishouden. Wij willen hierbij niet opnieuw meten wat we al weten, maar zijn ons ervan bewust dat het onderzoek specifiek op de Utrechtse situatie is geënt. Het gevaar van herhaling is dat er een beeld van of behoefte aan een landelijke norm ontstaat. Gemeenten verschillen echter van elkaar in hun beleid en daarmee in hun visie op normen en maatwerk. Gemeenten die de resultaten willen gebruiken moeten daarom niet alleen naar de uitkomsten (activiteiten, frequentie, tijdbesteding) kijken, maar ook het eigen beleidskader goed in beeld hebben.

Heeft u ook behoefte aan nadere duiding van de uitkomsten uit Utrecht? Neem dan contact op met Nienke van Vliet of Nico Dam.

Zie ook:
>>> Persbericht gemeente Utrecht
>>> Rapport bureau HHM en KPMG Plexus

Vereenvoudigen van de bekostiging in de Wlz

Hoe vereenvoudigen we de bekostiging in de Wet Langdurige Zorg (Wlz) en zorgen we er voor dat de langdurige zorg klantgerichter wordt? Daarover leest u meer in een uitgebreid interview met Patrick Jansen, gezondheidswetenschapper en partner binnen bureau HHM.

Patrick gaat in op persoonsvolgende bekostiging en hoe bureau HHM persoonsvolgende bekostiging daadwerkelijk zou kunnen en willen realiseren in samenwerking met het veld:
“Wij willen graag in samenwerking met de mensen in het veld werken aan een kader waarmee organisaties de ruimte en vrijheid hebben om de integrale zorg persoonsvolgend te organiseren. Dat is volgens mij de kern. Ik ben benieuwd met hoeveel zzp’s of zorgprofielen, wat mij betreft een beperkt aantal, we uit kunnen om voldoende flexibiliteit te bieden om cliëntgerichte, persoonsvolgende, kwalitatief verantwoorde en financieel haalbare zorg te leveren. We zijn als bureau HHM al bezig met de positionering van de behandeling en meerzorg. Dat biedt cruciale bouwstenen voor een vereenvoudigde zzp-systematiek.”

Contact?

Wilt u verder praten over dit onderwerp dan kunt u Patrick Jansen mailen of bellen: 053 433 05 48.

Meer lezen?

Onlangs verscheen op Skipr een blog van Patrick Jansen over de bekostiging van de integrale zorg:
Versimpel bekostiging integrale zorg

Op basis van jarenlange ervaring schreef bureau HHM een achtergrond artikel waarin de geschiedenis, indicatiestelling en bekostiging in de langdurige, intramurale zorg uiteen zijn gezet. Het artikel – Hoe kan de Wlz goed functioneren – plaatst de huidige ontwikkeling binnen de Wlz in een historisch perspectief en beschrijft de vragen die hierbij horen om tot een antwoord te kunnen komen.

Onderzoek normtijden Hulp bij het Huishouden Utrecht

Bureau HHM doet samen met KPMG Plexus onderzoek naar de Hulp bij het Huishouden (HH) in Utrecht. Het onderzoek moet leiden tot onderbouwde normtijden voor de HH. Aanleiding voor het onderzoek is de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) op 18 mei 2016 dat de gemeente Utrecht haar normatieve kader voor de HH onvoldoende had onderbouwd.

“De uitspraken van de CRvB deden in het land veel stof opwaaien. Wij verwachten dat de uitkomst van het onderzoek in Utrecht op veel belangstelling kan rekenen, vooral omdat wij merken dat meer gemeenten zich afvragen of de onderbouwing van de HH de toets van de CRvB kan doorstaan.”

Meer weten over het onderzoek of wilt u doorpraten over de normering HH in uw gemeente?

Neem dan contact op met Nico Dam.

Kamerbrief over maximale effecten Wlz

In oktober 2015 heeft bureau HHM experts gevraagd een inschatting te maken van de mate waarin mensen met een verblijfsbehoefte een beroep kunnen doen op de Wlz vanwege een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur zorg in nabijheid. In maart van dit jaar heeft Zorginstituut Nederland de resultaten hiervan aangeboden aan het ministerie van VWS. Op 15 juli is het rapport met een reactie van de Staatssecretaris naar de Tweede Kamer gestuurd.

Bureau HHM bracht de maximale verschuivingen in beeld, zoveel mogelijk gespecificeerd naar zorgzwaartepakketten (ZZP’s). De maximale verschuivingen zijn enigszins anders dan die in het Zorgakkoord waren voorzien omdat voor de toegang tot de Wlz niet de hoogte van het ZZP (de zorgomvang) bepalend is, maar de vraag of de verzekerde blijvend is aangewezen op permanent toezicht of zorg nabij. Sommige mensen met een laag ZZP zijn blijvend aangewezen op zorg nabij (en krijgen dus een Wlz-indicatie) en sommigen met een hoog ZZP zijn dat niet vanwege een tijdelijke zorgvraag.

Patrick Jansen: ’Op basis van deze inschatting kan de instroom hoger zijn. Inmiddels zijn we bijna een jaar verder en is het interessant om te onderzoeken in hoeverre die effecten zich daadwerkelijk voordoen. Dan krijgen we ook inzicht in de wijze waarop de betrokken partijen uit de verschillende domeinen opereren bij de toekenning van zorg en ondersteuning: CIZ (Wlz/zorgkantoren), wijkteams (Wmo/gemeenten) en wijkverpleegkundigen (Zvw/zorgverzekeraars). ‘

Lees ook

Skipr – Kabinet verrekent zich met toestroom Wlz.

Hoe kan de Wlz goed functioneren? “Stel de juiste vragen”

“Het begrip persoonsvolgende bekostiging, zoals geintroduceerd in de Wet langdurige zorg (Wlz), moet een goede lading krijgen. We moeten er nog achter komen hoe je het zorgbudget echt persoonsvolgend kunt maken”, aldus Patrick Jansen in zijn blog op Skipr. Persoonsvolgende bekostiging is een veelgenoemde oplossing voor bestaande knelpunten binnen de Wlz.

Op basis van jarenlange ervaring schreef bureau HHM hierover een artikel waarin de geschiedenis, indicatiestelling en bekostiging in de langdurige, intramurale zorg uiteen zijn gezet. Het plaatst de huidige ontwikkeling binnen de Wlz in een historisch perspectief en beschrijft de vragen die hierbij horen om tot een antwoord te kunnen komen.
Patrick Jansen ziet een doorontwikkeling van de, door bureau HHM ontwikkelde, ZZP’s als een belangrijke stap naar meer persoonsvolgendheid: “We horen weleens: zzp’s, wat een gedoe! Maar de zzp’s zijn zo slecht nog niet, de zzp’s bieden namelijk een inhoudelijk kader voor de financiering van de zorg. Toen ze kwamen wisten we eindelijk wie gemiddeld genomen de cliënten waren en welke zorg zij gemiddeld nodig hadden. Dat was een belangrijke stap naar meer persoonsvolgendheid.”

Neem voor meer informatie contact op met Patrick Jansen.

Versimpel bekostiging integrale zorg – Skipr blog

Vandaag verscheen op Skipr een blog van Patrick Jansen over de bekostiging van de integrale zorg. Hij pleit in zijn blog voor een versimpeling van de bekostiging. “Het begrip persoonsvolgende bekostiging, zoals geďntroduceerd in de nieuwe Wet langdurige zorg (Wlz), moet nog een goede lading krijgen. We weten namelijk nog niet hoe je het zorgbudget écht persoonsvolgend kunt maken.”

U leest het hele blog hier: Versimpel bekostiging Integrale zorg – Skipr

Blog Versimpel bekostiging integrale zorg door Patrick Jansen op Skipr

Onderzoek gebruik meer zorg

In opdracht van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) onderzocht bureau HHM het gebruik van de regelingen voor meer zorg. Meer zorg biedt een aantal mensen de mogelijkheid om extra zorg te krijgen bovenop waar ze op grond van het geďndiceerde zorgprofiel recht op hebben. Bureau HHM deed kwantitatief onderzoek naar het gebruik en kwalitatief onderzoek bij gebruikers van meer zorg.

Sinds 1 januari 2015 is de nieuwe de Wet langdurige zorg (Wlz) van kracht. Daarin staat dat er vier manieren zijn om meer zorg te krijgen:

  • de regeling Meerzorg,
  • toeslagen,
  • de extra kosten thuis regeling en
  • het persoonlijk assistentiebudget.Bureau HHM bracht in kaart hoeveel er gebruikgemaakt wordt van deze vier manieren om het te krijgen en wat de ervaringen van de gebruikers zijn.

    Uit het onderzoek blijkt dat op 1 januari 2016 3.897 mensen gebruikmaakten van één van de mogelijkheden voor meer zorg, waarvan 3.673 mensen in een instelling wonen (ruim 93%). Dit is ruim 1% van de totale Wlz-populatie. Dit ligt onder de verwachting. De meeste ervaren knelpunten hebben te maken met het gebruik van de regeling meerzorg.

     

Verbeteren werkprocessen Veilig Thuis Zeeland

Veilig Thuis Zeeland is het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kinder- mishandeling. Veilig thuis Zeeland wil haar werkprocessen onder de loep nemen, verbeteringen aanbrengen en normtijden ontwikkelen.

Hierbij zoekt de organisatie naar de optimale balans tussen uniformiteit en ruimte voor maatwerk. Goede kwaliteit en het Handelingsprotocol Veilig Thuis van de VNG en het Toetsingskader Veilig Thuis van de Inspectie Jeugdzorg zijn de uitgangspunten. Veilig Thuis Zeeland vindt eigenaarschap van professionals in dit proces belangrijk, zonder hierbij professionals teveel te belasten. Bureau HHM ondersteunt Veilig Thuis in dit verbeterproject.

Onze eindrapportage bestaat uit: een uitwerking van nieuwe gedragen werkprocessen; normering van werkprocessen; een daaruit volgende formatieberekening en risicoanalyses bij onvoldoende financiering en het voorkomen van een wachtlijst.

Meer weten over hoe wij Veilig Thuis Zeeland ondersteunen?
Mieke Looman vertelt u graag meer over dit project.

Samenwerking cruciaal voor casemanagement dementie

Zonder samenwerking ontstaat geen duurzame oplossing om casemanagement dementie beschikbaar en betaalbaar te houden. Dat blijkt uit het onderzoek dat bureau HHM deed naar casemanagement dementie in opdracht van het ministerie van VWS. Er is al een aantal jaren een discussie over de optimale financiering en invulling van het casemanagement dementie. Bureau HHM onderzocht de huidige invulling van casemanagement dementie en keek naar wat er in de toekomst nodig is om de kwaliteit en beschikbaarheid te waarborgen.

Vanuit de praktijk komen signalen dat de kwaliteit van de inkoop en uitvoering van het casemanagement dementie in het gedrang komen. Er zijn diverse knelpunten en het belang van samenwerken op meerdere fronten staat bovenaan. Een goed functionerende keten vraagt zowel om samenwerking tussen aanbieders onderling als tussen aanbieders en financiers. Hierin hebben alle partijen een gedeelde verantwoordelijkheid.

Het onderzoek laat onder andere zien dat casemanagement dementie niet overal beschikbaar is en de kwaliteit van het casemanagement door aanbieders en ketenregisseurs als divers wordt ervaren.

Alle partijen noemen scholing en samenwerking als de belangrijkste maatregelen om de kwaliteit van het casemanagement te waarborgen. Voor het waarborgen van de kwantiteit zijn maatregelen rondom formatie en gesprekken met financiers over de invulling van het casemanagement en de hoogte van het beschikbare budget de belangrijkste maatregelen.

Er is echter geen overeenstemming over de benodigde scholing, expertise en ervaring die nodig is bij professionals met de functie casemanagement. Ook is er geen overeenstemming over welke professional in welke fase van de ziekte uit welke financieringsbron ingezet moet worden in de functie casemanagement dementie.

Een veelvoud aan oplossingen lijkt mogelijk, waarbij verschillende stakeholders aan zet zijn om actie te ondernemen. In het onderzoeksrapport zijn drie scenario’s uitgewerkt voor het beleggen van verantwoordelijkheid en sturing in de gegeven oplossingen:

  • De regie en verantwoordelijkheid voor casemanagement dementie ligt bij aanbieders.
  • Financiers stellen kaders en geven sturing aan casemanagement dementie.
  • De overheid stelt kaders en geeft invulling aan casemanagement dementie.

Meer lezen?

Lees hier het onderzoeksrapport.

Kamerbrief casemanagement bij dementie.

Zora de zorgrobot

“Ik hoop dat deze uitleg interessant was, bedankt voor het luisteren naar mij.”
Deze week kreeg bureau HHM bezoek van Zora. Zora staat voor Zorg Ouderen Revalidatie en Animatie en is een 57 centimeter grote programmeerbare robot. ZORA beschikt over veel verschillende sensoren en ziet, hoort, beweegt en reageert autonoom.

Zora kan bijvoorbeeld geheugenspelletjes doen, dansen en een luisterend oor bieden. Daarnaast leest Zora het nieuws voor, maakt samen een wandeling of ondersteunt bij lichte revalidatie.
Bureau HHM helpt verschillende zorgorganisaties bij de implementatie van zorgtechnologie en snapt dat veel mensen nog een beetje moeten wennen aan zo’n zorgrobot: “Mensen zijn soms bang dat de robot het contact overneemt van de mens. Maar dat is niet de bedoeling. De robot kan iets extra’s brengen naast de geboden zorg, is een aanvulling en geen vervanging. In de praktijk blijkt dat Zora helpt tegen eenzaamheid. Mensen luchten soms zelfs eerder hun hart bij Zora dan bij een zorgprofessional. Zora heeft namelijk altijd tijd en oordeelt niet.”

 

Verdeelmodel beschermd wonen ook in 2017 gehanteerd

Ook in 2017 hanteert het Rijk het door bureau HHM ontwikkelde historisch verdeelmodel voor de middelen Beschermd Wonen. Staatssecretaris Van Rijn en de VNG kwamen hierover deze week tot afspraken.

Vorig jaar ontwikkelde bureau HHM het verbeterde historische verdeelmodel op basis van aanvullend diepteonderzoek binnen alle centrumgemeenten. Nu is besloten, met het oog op het advies van de commissie Dannenberg, om het model in ieder geval ook voor de verdeling van de middelen van 2017 te hanteren.

Lees meer

VNG.nl – Verdeling budgetten Beschermd Wonen en Opvang over 2017

Financieel onderzoek Rijksvaccinatieprogramma

Met de beoogde wijziging van de Wet publieke gezondheidszorg worden gemeenten vanaf 2018 gemeenten verantwoordelijk voor het toedienen van de vaccins, het geven van voorlichting en de daarbij behorende werkzaamheden. Daartoe wordt een deel van het budget voor het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) overgeheveld naar het gemeentefonds. Bureau HHM deed, in opdracht van het Ministerie van VWS, onderzoek dat moet leiden tot een onderbouwing van het over te hevelen macrobudget voor deze taken. Vorige week is het onderzoeksrapport aangeboden aan de Tweede Kamer.

Bureau HHM onderzocht:

  • De ontwikkeling van het macrobudget vanaf 2011 tot en met 2014;
  • De effecten van veranderde kwaliteitseisen en veranderingen in de maatschappij;
  • De effecten voor gemeenten bij overdracht naar gemeenten, dit betreft onder andere de kosten voor invoering en de gemeentelijke uitvoeringskosten.

Projectleider en senior adviseur Peter Bakker: ‘Met dit onderzoek actualiseerden wij de resultaten van ons onderzoek uit 2011. We keken naar de tijdbesteding en de kosten van de individuele en de groepsvaccinaties. Opvallend was dat het organiseren en uitvoeren van een groepsvaccinatie tegen HPV (het humaan papillomavirus dat baarmoederhalskanker veroorzaakt) veel meer tijd kost dan waarmee in 2011 is gerekend. In 2011 werd gerekend met 7,8 minuten per vaccinatie; dit onderzoek laat zien dat er in werkelijkheid 14,4 minuten aan wordt besteed. Dat komt door de sterk wisselende opkomst bij HPV-vaccinaties. Het is nu aan het Rijk en de VNG om de hoogte van het over te hevelen budget definitief te bepalen.’

Meer lezen?
Bekijk hier het kamerstuk en het eindrapport.

Onderzoek casemanagement dementie

Vanuit de praktijk komen diverse signalen dat de kwaliteit van de inkoop en uitvoering van het casemanagement dementie in het gedrang komen. Er is al een aantal jaren een discussie over de optimale financiering van het casemanagement dementie. Om de beslissing hierover te kunnen nemen, is inzicht nodig in hoe de verschillende ketens op dit moment invulling geven aan casemanagement dementie. Bureau HHM doet hier, in opdracht van het ministerie van VWS, onderzoek naar.

Meer weten?
Patrick Jansen en Evelien Rijken vertellen u graag meer.

Onderzoek wachtlijsten langdurige zorg in opdracht van VWS

Dertienduizend mensen wachten op een voorkeursplek in een instelling in de Wet Langdurige Zorg (Wlz). Staatssecretaris Martin van Rijn wil hier iets aan doen. Hoe hij dat wil doen vertelt hij vandaag in een interview met Zorgvisie. Bureau HHM doet in opdracht van VWS onderzoek naar actief- en wenswachtenden.

Wenswachtenden zijn mensen die willen wachten op het aanbod van hun voorkeursaanbieder. Het onderzoek moet inzicht bieden in hoe wachtlijsten en wachttijden ontstaan en de mate waarin cliënten er zelf voor kiezen om op een wachtlijst te staan. Doel is aanbevelingen te doen om de wachtlijst en de wachttijd te verkorten en de doorstroom te bevorderen. Bovenal willen we van de mensen weten wat hun redenen zijn om te wachten op hun voorkeursaanbod.

Projectleider Nienke van Vliet: “Tussen 2000 en 2008 deden wij ook onderzoek naar de wachtlijsten in de langdurige zorg. In dit onderzoek kiezen we voor een aanpak waarbij we in gesprek gaan met de mensen op de wachtlijst over hun wensen. Dit doen we omdat VWS niet alleen wil weten waarom mensen geen gebruik maken van het beschikbare aanbod, maar ook wat zij wel willen en welke alternatieven zij zoeken”.

Mantelzorg & Dementievriendelijke samenleving

Een dementievriendelijke samenleving. Dat onderwerp stond maandag 14 maart centraal tijdens de manifestatie Mantelzorg & Dementievriendelijke samenleving. SIZ Twente organiseerde de organisatie, bureau HHM hielp. De manifestatie had tot doel een eerste aanzet te geven tot een samenleving waarin begrip is voor mensen met dementie en hun mantelzorgers en waarin beide zo lang mogelijk passend actief kunnen blijven.</>

De Twentse gemeenten, SIZ Twente, zorg- en welzijnsorganisaties en Menzis zorgverzekeraar ondertekenden een intentieverklaring met als doel een dementievriendelijk Twente. De middag bestond verder uit een serie van inspirerende lezingen, diverse workshops, een informatiemarkt en een MantelZorg Café. Namens VWS sprak Rienk Jansen over het belang van een dementievriendelijke samenleving en de rol van mantelzorgers. Hij gaf aan blij te zijn met organisaties zoals Stichting Informele Zorg Twente en achter een dementievriendelijk Twente te staan.

Ina Diermanse van bureau HHM hield een workshop met als titel Mantelzorgers in een doolhof van wet- en regelgeving. “Ik vond het een geslaagde middag. Mantelzorgers hebben vaak praktische vragen, willen advies of een check. En dat kon ik ze geven. Mijn boodschap was die middag ‘er kan meer dan je denkt’ en zorg dat je weet waar de wetten schuren’. Daarvoor moet je weten wat een wettekst is en hoe je deze moet lezen. Daar heb ik uitleg over gegeven en tips gegeven hoe je dan in gesprek gaat met bijvoorbeeld de gemeente of zorgaanbieder.”

De middag trok ruim vierhonderd mantelzorgers, zorgvrijwilligers, professionals en bestuurders.

Bekijk het fotoverslag

Evaluatieonderzoek verslavingszorg openbaar

Op verzoek van de minister van VWS bracht het Zorginstituut Nederland (Zinl) in 2014 het rapport ‘Verslavingszorg in beeld – alcohol en drugs’ uit. Het rapport bevat aanbevelingen voor alle betrokken partijen voor de verdere verbetering van de verslavingszorg. Daarnaast nam Zorginstituut Nederland een standpunt in over het klassieke Minnesota Model. Bureau HHM onderzocht of en hoe de aanbevelingen door de praktijk zijn overgenomen. Vandaag stuurde Zinl minister Edith Schippers een brief met daarbij de uitkomsten van dit onderzoek.

Projectleider Peter Bakker: “Het onderzoek was een mooie combinatie tussen deskresearch van inkoopdocumenten en interviews. Tijdens het onderzoek spraken we op concernniveau met alle zorgverzekeraars. De mensen die wij spraken, kenden het rapport ‘Verslavingszorg in beeld – alcohol en drugs’ en geven op eigen wijze invulling aan de aanbevelingen uit dit rapport.”

Lees meer
Zorginstituut Nederland -Verslavingszorg in beeld – alcohol en drugs en Standpunt Minnesota

Arnold Moerkamp (ZINL) licht leidraad verantwoorde personeelssamenstelling toe

Bureau HHM ontwikkelde samen met ZiNL, NPCF, ActiZ, BTN, Verenso, ZN, V&VN en IGZ en VWS de leidraad verantwoorde personeelssamenstelling voor verpleeghuizen. Arnold Moerkamp geeft aan dat de leidraad geen blauwdruk is, maar een instrument voor een gericht gesprek. In de komende periode wordt de leidraad op die manier verder doorontwikkeld. Patrick Jansen vertelt u graag meer over de leidraad verantwoorde personeelssamenstelling.

Lees meer

Arnold Moerkamp in Zorgvisie – “Leidraad geeft richting aan de personeelsformatie”

Toegang tot de Wlz voor GGZ-cliënten

GGZ-patiënten die blijvend permanent toezicht of 24-uurs zorg nodig hebben, moeten toegang krijgen tot de Wet langdurige zorg (Wlz). De groep die daar langdurig, maar niet blijvend op is aangewezen niet. Dat adviseert Zorginstituut Nederland aan het ministerie van VWS. Het Zorginstituut baseert dit advies op een onderzoek van bureau HHM.

Bureau HHM ontwikkelde eerder al het nieuwe afwegingskader voor de Wlz. In principe is dit afwegingskader niet van toepassing voor mensen met een psychische stoornis omdat een psychische stoornis geen reden is voor toegang tot de Wlz. De zorg en begeleiding voor deze mensen moet door de gemeente of de zorgverzekeraars worden geregeld.
De Tweede Kamer nam echter een motie aan dat er geen onderscheid mag worden gemaakt tussen de langdurige GGZ en de overige langdurige zorg. Naar aanleiding van die motie heeft de staatssecretaris het Zorginstituut advies gevraagd welke groepen mensen met psychische problemen toegang zouden moeten krijgen tot de Wlz. Het Zorginstituut schakelde bureau HHM in dat te onderzoeken.
HHM-adviseur Patrick Jansen: “Met deze aanpassing krijgen alle verzekerden met een blijvende behoefte aan toezicht toegang tot de Wlz. Verzekerden met een psychische stoornis vormen geen uitzondering meer.”

Meer lezen?

Zorginstituut adviseert Wlz ook open te stellen voor GGZ-patiënten

Skipr Zorginstituut: Wlz ook voor ggz-patiënt die blijvend zorg nodig heeft

OTD Werkatelier | Verbind de veiligheidketen met de zorgketen

Bureau HHM verzorgde in oktober en november verspreid over het land diverse werkateliers over het verbinden van de zorg- en veiligheidsketen. Opdrachtgever was het Ondersteuningsteam Decentralisaties (OTD). Er was veel belangstelling van onder meer gemeenten, veiligheidshuizen en Veilig Thuis-organisaties. Tijdens de werkateliers is uitleg gegeven over de door bureau HHM ontwikkelde programmatische Aanpak ter Voorkoming van Escalatie (AVE). AVE verbindt de zorg- en veiligheidsketen, helpt helder te krijgen wie wanneer regie voert en hoe processen van op- en afschalen verlopen. Mieke Looman en Sophie ten Hove van Bureau HHM begeleidden de werkateliers.

AVE is ontwikkeld in opdracht van de gemeente Leeuwarden en de NDSN. In de werkateliers is uitleg gegeven over de inrichting van de zorg en veiligheidsketen aan de hand van de Aanpak Voorkoming Escalatie.
Het uitgangspunt van AVE is dat burgers zoveel mogelijk zelf regie over hun leven hebben. Als dat niet (meer) lukt, is hulpverlening nodig. Veelal wordt hulp geboden door meerdere professionals. Goede samenwerking, duidelijkheid over regie, op- en afschalen en verantwoordelijkheden is daarbij cruciaal. AVE creëert hierin lokaal en regionaal helderheid.

Veel gemeenten gaven aan dat AVE een bruikbare kapstok is bij het inrichten van de zorg en veiligheidsketen, maar ook om de bestaande inrichting aan te scherpen. Een aantal gemeenten en Veiligheidshuizen sprak de hoop uit dat landelijk hetzelfde model wordt gebruikt om de zorg- en veiligheidsketen met elkaar te verbinden. Nu vindt elke gemeente min of meer zelf het wiel uit waardoor iedereen een andere taal spreekt.

Tijdens de werkateliers kwam ook naar voren dat het delen van informatie en privacy een thema is waar verschillende partijen in de praktijk mee worstelen, zeker bij escalatie van complexe domein overstijgende problematiek. Mieke Looman en Sophie ten Hove denken graag met u mee over dit thema, maar ook over andere thema’s die raken aan de inrichting van de zorg- en veiligheidsketen in uw regio.

Meer lezen?

Publicatie: Transitie Commissie Sociaal Domein ‘Mogelijk maken wat nodig is’ – casus nummer 12 beschrijft een praktijkvoorbeeld van opschaling.

Boekje: Aanpak Voorkoming Escalatie

Flyer: Aanpak Voorkoming Escalatie

Persbericht: Leeuwarden maakt escalatiemodel voor sociale incidenten

Dagbesteding voor de toekomst

Waarom kiezen tussen houtbewerking, metaalbewerking of groenvoorziening, als je passie en talent ligt bij bakken? Passende dagbesteding voor een cliënt met een beperking. Hoe vind en organiseer je die? Veel organisaties zijn zoekende op het vlak van dagbesteding en arbeidsmarktparticipatie. Zorgorganisatie Siza loopt voorop met haar aanpak “Werken naar waarde”. Bureau HHM ondersteunt Siza, HHM adviseur Robin Hulsink deelt zijn ervaringen.

De best passende invulling voor een cliënt met een beperking zou prima gevonden kunnen worden bij een lokale voetbalvereniging, buurtsuper, of andere zorgorganisatie. “Maar het is natuurlijk best spannend om als organisatie te zeggen ‘als wij het niet in huis hebben dan kijken we bij een ander”, aldus Robin Hulsink. “Het mooie van de aanpak van Siza is dat zij echt bereid is om buiten de kaders van de eigen organisatie te kijken om de cliënt zo goed mogelijk te ondersteunen. Het eigen aanbod is niet langer uitgangspunt. Er wordt veel breder gekeken. Wat zijn de mogelijkheden van een cliënt en waar liggen de interesses? Met als resultaat een cliënt die beter op zijn of haar plek is en daarbij is iedereen gebaat”.

Robin was als adviseur betrokken bij het vertalen van de aanpak van Siza naar een praktisch instrument om het gesprek met externe partijen aan te gaan: “Veel organisaties weten dat de cliënt centraal moet staan en stellen de cliënt (op papier) ook centraal. Maar voor de vertaling naar de praktijk is ambitie en lef nodig. Je moet het durven om de organisatiebril af te zetten en kritisch door de bril van cliënten kijken. Om vervolgens het gesprek te voeren met netwerkpartners en financiers is het van belang om ook deze brillen op te zetten. Laat het organisatie-denken en vakjargon los en ga terug naar de basis.”

Over Siza
Siza is een zorgorganisatie die midden in de maatschappij staat en haar energie, kennis en kunde inzet om mensen met een beperking zodanig te ondersteunen dat zij hun leven kunnen organiseren. Siza wil van betekenis zijn, kansen scheppen, verantwoordelijkheid nemen en dit alles met plezier doen. Ze is daarbij op verschillende terreinen in beweging om goed in te spelen op ontwikkelingen.

Meer informatie
Neem gerust contact op met Robin Hulsink of bel 053 – 433 05 48.

Dementieketens: Er moet iets gebeuren

In opdracht van het ministerie van VWS analyseerde Bureau HHM experimenteervoorstellen van dementieketens.

De zeven voorstellen geven allen blijk van een mooie ambitie om de zorg voor mensen met dementie te verbeteren. De dementieketens zetten steeds meer stappen in hun professionalisering en samenwerking ten gunste van de kwaliteit van de dementiezorg in hun regio. Zij opereren in een wisselend en dynamisch speelveld, waarbij het volgen en snappen van de wijzigende wet- en regelgeving en de manier waarop partijen hiermee omgaan een uitdaging is. Zie bijvoorbeeld het overzicht met verschillende financieringsstromen binnen de dementiezorg.

De ketens ervaren diverse knelpunten. Deze liggen op het terrein van samenwerking, kennis, beleid en veranderende wetgeving. In de dagelijkse praktijk lopen deze knelpunten door elkaar. Zo lijkt het soms dat een knelpunt wordt veroorzaakt door wettelijke regels, maar is de diepere reden een stagnerende samenwerking. En dan helpt het aanpassen van de wet niet. Tegelijkertijd zien we goede mogelijkheden voor een alternatieve manier van het bekostigen van dementiezorg.

Zie ook: Van Rijn: bekostiging dementiezorg gaat op de schop

Wat kan nu al?
We adviseerden de ketens om de voorstellen verder handen en voeten te geven en met partijen samen stappen te zetten in de uitvoering ervan. Per knelpunt kan vervolgens gericht en concreet geanalyseerd worden waar het nu precies schuurt; gaat het om kennis, samenwerking, beleid of is het echt de wet “die in de weg staat”. Dit inzicht helpt de ketens direct de knelpunten op te lossen of te omzeilen ten gunste van de kwaliteit van de zorg voor mensen met dementie. Daar zouden we nu al mee willen beginnen.

Wat vergt iets meer tijd?
Bureau HHM heeft scenario’s uitgewerkt voor een ontschot budget voor de ondersteuning van mensen met dementie. Hierbij hoort een gericht ondersteuningsprogramma voor de ketens. Het ministerie van VWS kan dan via een AmvB zorgen dat wetgeving met dit doel kan worden uitgezet.

Effectmeting: impact ECD op werkdruk zorgprofessional

Wat betekent de implementatie van een Elektronisch Cliënten Dossier (ECD) voor de werkdruk van zorgprofessionals? Bureau HHM is gevraagd om dit te meten voor een zorgorganisatie (VVT). De resultaten zijn niet alleen relevant voor de zorgorganisatie zelf maar om ook het gesprek te blijven voeren met het zorgkantoor over initiatieven die er op gericht zijn de kwaliteit van de zorg te verbeteren.

Bureau HHM start met een nulmeting naar de kwantitatieve administratieve werkdruk. Nadat het ECD volledig is geďmplementeerd volgt een tweede meting om het verschil in werkdruk vast te stellen. De verwachting is dat het invoeren van het ECD onder andere leidt tot een afname van de administratieve werkdruk waardoor er meer tijd is voor de cliënt. De uitkomsten van de effectmeting worden in het tweede kwartaal van 2016 verwacht.

Benieuwd naar hoe wij zo’n effectmeting uitvoeren? Lennart Homan vertelt u er graag meer over.

Staatssecretaris Van Rijn kan zich vinden in advies bureau HHM over Regeling palliatieve terminale zorg

‘Ik vind de inzet van vrijwilligers in de palliatieve zorg belangrijk en wil dit duurzaam blijven ondersteunen’, dat schrijft staatsecretaris Van Rijn deze week in een Kamerbrief. De brief gaat over de evaluatie van de Regeling palliatieve terminale zorg (Rptz). Bureau HHM onderzocht hoe de Rptz ervaren wordt en adviseerde de staatssecretaris om de huidige subsidieregeling tot en met 2020 voort te zetten maar dan wel met hogere eisen aan kwaliteitsverbetering.

De regeling bestaat sinds 2007 en regelt subsidies die op aanvraag kunnen worden verstrekt aan organisaties die vrijwillige palliatieve terminale zorg thuis bieden, bijna-thuis-huizen en high care hospices.en netwerken palliatieve zorg. Van Rijn laat met de brief weten dat hij zich kan vinden in het advies en het advies van bureau HHM op hoofdlijnen opvolgt.

Lees ook:

Kamerbrief Over rapport HHM Evaluatie Regeling PTZ en vragen inzake palliatieve zorg in het AO Decentralisatie Wmo/Wlz van 9 september jl.

Rapport Evaluatie regeling Palliatieve terminale zorg

Integraal budget wijkverpleging

Van uren declareren naar een jaarlijks budget voor de hele wijk. In drie gemeenten start op 1 januari 2016 een pilot waarbij zorg niet meer per uur of handeling wordt afgerekend, maar voor een hele wijk. De pilot behelst een grote omslag in de zorginkoop waarbij onduidelijk is wat de (on)gewenste consequenties zijn voor de cliënten en zorgaanbieders. Actiz heeft bureau HHM gevraagd om de effecten te monitoren.

De proef met budgetfinanciering gaat in 2016 van start in de gemeenten Utrecht, Zwolle en Ommen/Hardenberg. Zorgaanbieders spreken van tevoren met Achmea een jaarlijks budget af voor het leveren van zorg aan de hele wijk. Zorgaanbieders konden zich inschrijven op een wijk, waarbij zij zelf met een voorstel kwamen. Bij de beoordeling van de inschrijvingen is gekeken naar de prijs, de bekendheid met de wijk, het plan van aanpak en de beoordeling door andere zorgverleners in de buurt, zoals huisartsen en het ziekenhuis. Het contract dat de partijen sloten is drie jaar geldig, zodat er tijd is om iets op te bouwen in de wijk.

Aanvullend verdiepend onderzoek Beschermd Wonen nu voor alle centrumgemeenten!

Het historische verdeelmodel Beschermd Wonen roept nog altijd veel vragen op. Meerdere gemeenten hebben de indruk dat zij met het budget niet in staat zijn aan de verplichtingen te voldoen naar cliënten beschermd wonen.

Naar aanleiding daarvan hebben wij voor 20 centrumgemeenten verdiepend onderzoek uitgevoerd naar de feitelijke zorgsituatie op 1-1-2015. De verschillen met de GO5 bestanden waren dermate groot, dat wij hebben geconcludeerd dat een verdeling op basis van GO5 moet worden afgeraden.

Deze conclusie is in het Bestuurlijk Overleg op 8 september overgenomen door het ministerie van VWS en de VNG. Daarom wordt nu dat verdiepend onderzoek onder alle centrumgemeenten uitgevoerd.

Hiervoor hebben we in oktober contact met alle centrumgemeenten en met de aanbieders van Zorg in Natura van alle cliënten met een geldige indicatie voor Beschermd Wonen (de oude GGZ-C zorgzwaartepakketten). Dit verdiepend onderzoek levert een scherp beeld op van de feitelijke zorgsituatie op 1 januari 2015.

De uitkomsten worden gebruikt om het historische verdeelmodel verder te verbeteren. Het resultaat daarvan wordt begin november verwerkt in het Gemeentefonds.

Bureau HHM schrijft handreiking waardering mantelzorgers voor gemeenten

De Wmo regelt dat gemeenten zelf invulling mogen geven aan de waardering voor mantelzorgers Om gemeenten hierbij te helpen schreef bureau HHM, in opdracht van het ministerie van VWS, Mezzo en de VNG, de Handreiking Waardering Mantelzorgers.

De handreiking is bedoeld om gemeenten te inspireren en te faciliteren bij het maken van lokaal mantelzorgwaarderingsbeleid. De handreiking geeft toelichting op beleidskeuzes en bevat diverse praktijkvoorbeelden. Bij het uitwerken van de handreiking zijn deskundigen van gemeenten, kennis¬instituten en belangen- en brancheorganisaties betrokken. Zij brachten tijdens een zogenaamde versnellingskamer hun visie en ideeën in.

Het resultaat is hier te downloaden.

Financieel onderzoek Rijksvaccinatieprogramma (RVP)

Met de wetswijziging van de Wet publieke gezondheid (Wpg) per 1 januari 2018 behoren het toedienen van de vaccins, het geven van voorlichting en de daarbij behorende werkzaamheden zoals het organiseren en het aanleveren van gegevens aan het RIVM tot de verantwoordelijkheid van gemeenten. Bureau HHM kreeg de opdracht van het Ministerie van VWS om een onderzoek te doen dat moet leiden tot een onderbouwing van het over te hevelen macrobudget voor deze taken.

Het RVP is op dit moment tijdelijk opgenomen in de Wet langdurige zorg (Wlz). In 2018 wordt dit budget overgeheveld van de rijksbegroting (begroting ministerie van VWS) naar het gemeentefonds. De gemeenten maken dan afspraken met de uitvoerende organisaties over de financiering en uitvoering.

Bureau HHM onderzoekt nu het volgende:

  • De ontwikkeling van het macrobudget vanaf 2011 tot en met 2014.;
  • De effecten van veranderde kwaliteitseisen en veranderingen in de maatschappij.;
  • De effecten voor gemeenten bij overdracht naar gemeenten, dit betreft onder andere de kosten voor invoering en de gemeentelijke uitvoeringskosten.
    ;

Projectleider en senior adviseur Peter Bakker: ‘Het is interessant om opnieuw in het RVP te duiken en niet alleen ons rapport van 2011 te actualiseren, maar hierbij ook te kijken naar de veranderingen in de maatschappij en de kwaliteitseisen van burgers. Wij ronden het onderzoek in januari 2016 af.’

Belangrijke rol voor bureau HHM bij kwaliteitsverbetering verpleeghuizen

Bureau HHM helpt verpleeg- en verzorgingshuizen bij de opbouw van de organisatie in het kader van het nieuwe denken over kwaliteit. Hierin staat de regie van de klant centraal en hebben het goede gesprek, gedrag en vaardigheden van medewerkers een prominente plek. Dit vergt verandering in het denken over de kwaliteitssystemen en meetmethoden.

Ook landelijk is HHM op dit terrein actief. In augustus kregen we de opdracht van het Ministerie van VWS om een leidraad verantwoorde personeelssamenstelling in verpleeghuizen te ontwikkelen. Dit doen we samen met NPCF, V&VN, Zorginstituut Nederland, Verenso, ActiZ, BTN en natuurlijk het ministerie van VWS.

De kwaliteit in verpleeghuizen is één van de belangrijkste speerpunten van staatsecretaris Van Rijn van VWS, mede gezien recente ontwikkelingen en maatschappelijke discussies. De staatsecretaris publiceerde begin dit jaar het Plan van Aanpak Kwaliteit Verpleeghuizen.

Een goede samenstelling van de teams in verpleeghuizen is een belangrijk om de kwaliteit te behouden of te verbeteren. Op dit moment is er geen hulpmiddel waar professionals, instellingen, IGZ of Wlz-inkopers zich aan vast kunnen houden. Hiervoor moet een leidraad worden ontwikkeld. Bureau HHM is gevraagd om de leidraad te ontwikkelen omdat wij bedrijfskundig inzicht hebben, kennis hebben van de zorg en inventief zijn.

Sanja Bouman: “Kwaliteit is binnen bureau HHM een belangrijk thema. Het is onze passie om continu te kijken naar hoe we de zorg samen beter kunnen maken” . Patrick Jansen vult aan: “Het is leuk dat we met onze kennis over cliëntprofielen nu partijen kunnen helpen om een slag kunnen maken in het denken over onderzoek en verantwoording in het nieuwe denken over kwaliteit in de vorm van een leidraad.”

Lees en luister meer:

Wlz-toegangscriteria voor mensen met een psychische stoornis

Het door bureau HHM ontwikkelde nieuwe Wlz-afwegingskader is in principe niet van toepassing voor mensen met een psychische stoornis (omdat deze stoornis geen toegang geeft tot de Wlz). Er zijn twee varianten mogelijk om verzekerden met een psychische stoornis wel toegang te geven tot de Wlz, die hebben geleid tot de volgende twee onderzoeksvragen:

  • Wat zijn de effecten van het onverkort toepassen van de huidige Wlz-criteria voor mensen met een psychische stoornis (zowel inhoudelijk als kwantitatief)?
  • Uitgaande van de doelstelling van de hervorming in de langdurige zorg en de aard van de doelgroep, welke cliënten zouden dan toegang moeten krijgen tot de Wlz en hoe zijn deze cliënten te herkennen?

Aan de hand van bijeenkomsten met GGZ-experts en wetenschappers gaan we deze vragen beantwoorden.

Bureau HHM doet aanvullend diepteonderzoek Beschermd Wonen voor centrumgemeenten

Het nieuwe verdeelmodel Beschermd Wonen, op 1 juni gepubliceerd door het ministerie van VWS, leverde bij veel gemeenten vragen op. Meerdere gemeenten hebben de indruk dat zij met het budget niet in staat zijn aan de verplichtingen te voldoen naar cliënten beschermd wonen. De centrumgemeenten Nijmegen, Arnhem en Apeldoorn hebben bureau HHM daarom gevraagd aanvullend diepteonderzoek te doen. Hieruit bleek dat er hiaten zitten in de gegevens waarop het budget was gebaseerd.

Omdat de behoefte aan zo’n aanvullend diepteonderzoek bij meer centrumgemeenten bestaat heeft de VNG in overleg met het ministerie van VWS de centrumgemeenten uitgenodigd dit onderzoek uit te laten voeren door bureau HHM. Het onderzoek levert het inzicht op op cliëntniveau welke personen met een indicatie voor beschermd wonen zijn overgekomen naar de Wmo. Hiermee kunnen de centrumgemeenten het debat aan gaan over het beschikbare budget en de verdeling daarvan. Door de onafhankelijke toets vinden mogelijk correcties plaats in de septembercirculaire. Inmiddels hebben meer dan tien centrumgemeenten bureau HHM de opdracht verleend om de reality-check uit te voeren.

Zorginstituut Nederland overhandigt Wlz-afwegingskader aan CIZ

De voorzitter van Zorginstituut Nederland, Arnold Moerkamp, overhandigde donderdag 2 juli het Wlz-afwegingskader aan de voorzitter van het CIZ, Daan Hoefsmit. Hiermee kan het CIZ een zorgvuldige afweging maken bij het bepalen van de toegang tot de Wlz. Bureau HHM ontwikkelde dit kader, met gebruik van de wetenschappelijke kennis van de UT op het gebied van methodologie en instrumentontwikkeling.

Patrick Jansen, partner van bureau HHM en projectleider presenteert bij de overhandiging de resultaten. Hij vertelt: ‘De afgelopen negen maanden deed bureau HHM grondig onderzoek naar cliëntkenmerken en meetinstrumenten om vast te stellen of iemand voldoet aan de toegangscriteria voor de Wet langdurige zorg (Wlz). Het was een interessant proces waarin we diverse wetenschappers, cliëntenvertegenwoordigers en professionals hebben betrokken’.

De Wlz stelt dat iemand toegang heeft als hij een blijvende behoefte heeft aan permanent toezicht en/of 24 uur zorg in de nabijheid. ‘Het is een mooi resultaat geworden. Een gestructureerde vragenlijst met een zorgvuldige en transparante afweging om te beoordelen of een verzekerde voldoet aan deze criteria. CIZ zal dit gebruiken bij de indicatiestelling’, aldus Patrick Jansen. Voor Zorginstituut Nederland is het afwegingskader een belangrijk instrument om indicatiegeschillen te beoordelen. Zorginstituut Nederland en CIZ lieten het afwegingskader ontwikkelen op verzoek van de staatssecretaris van VWS.

Bekijk het afwegingskader voor de toegang tot de Wlz hier. in schema.

Meer informatie?

De volgende rapportages geven meer inzage in de ontwikkeling van het afwegingskader door bureau HHM:

Wlz-afwegingskader – Ontwikkeling van een instrument om de toegang tot de Wlz te bepalen

Wlz-afwegingskader – Achtergrondstudie naar relevante bouwstenen

Of kijk op:
Zorginstituut Nederland

Nieuw verdeelmodel beschermd wonen roept ook vragen op

Op 1 mei heeft het ministerie van VWS een nieuw verdeelmodel gepubliceerd voor de middelen die de centrumgemeenten voor het beschermd wonen krijgen. Voor een aantal gemeenten betekende dat een flinke vermindering van het budget, terwijl in de inkoopcontracten van het vorige, (fors) hogere bedrag was uitgegaan.

Op verzoek van enkele centrumgemeenten maken wij een analyse van de laatste GO-bestanden, op zoek naar verklaringen voor de geconstateerde verschillen. Deze ‘reality-check’ levert het inzicht op waarmee de centrumgemeente het debat aan kan gaan over het beschikbare budget en de verdeling daarvan.

Meer informatie bij Nico Dam

Langer thuis wonen

Bij de hervorming van de langdurige zorg is het de vraag hoe een optimale woon- en leefomgeving te creëren. Bureau HHM ondersteunt gemeenten en zorgaanbieders bij dit vraagstuk. Daarnaast ondersteunen we ook graag burgerinitiatieven zoals wooncoöperaties die betrokken zijn bij het bevorderen van de leefbaarheid in hun leefomgeving.

De hervorming van de langdurige zorg moet mogelijk maken dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen. Het proces van scheiden van wonen en zorg (extramuralisering) is ingezet door de lage ZZP’s (voor de diverse grondslagen) niet langer te indiceren. Vanaf 2015 zijn deze mensen aangewezen op de Wmo en Zvw. Daarnaast zijn ze zelf verantwoordelijk voor hun woonruimte (huur of koop). Voor gemeenten, zorgaanbieders, woningcorporaties en verzekeraars ligt er een belangrijke taak om te zorgen voor het vergroten van de mogelijkheden van de inwoners (ook die inwoners met wat zwaardere functionele of cognitieve beperkingen) om langer thuis te kunnen wonen.

Hierdoor ontstaan vragen over:

  • Ouderenhuisvesting behouden
  • Woningmarktontwikkeling
  • Leefbaarheid in kernen/wijken impulsen geven
  • Optimale woon- en leefomgevingen creëren
  • Leegstand in verzorgingshuizen, vastgoedproblemen
  • Nieuwe wooninitiatieven

Wij zien ‘thuis’ als het kunnen blijven wonen in dezelfde sociale omgeving (wijk, dorp) waar de inwoner zich thuis voelt. In onze ondersteuning gaan wij uit van een integrale en verbindende oplossing op het gebied van wonen, zorg en leefomgeving.

  • Bent u benieuwd hoe wij u kunnen helpen bij het scheiden van wonen en zorg en bij het ontwikkelen van nieuwe wooninitiatieven?
  • Vraagt u zich af wat het effect van de demografische ontwikkeling en extramuralisering is op de benodigde woningen, woningaanpassingen/transformatieopgave en de benodigde zorginfrastructuur?
  • Vraagt u zich af hoe het aanbod zich moet ontwikkelen om nu en in de toekomst te kunnen voorzien in de woon- en ondersteuningsbehoeften van inwoners?
  • Wilt u weten wat wenselijke maatschappelijke initiatieven en beleidsmatige keuzes zijn om de mogelijkheid om langer zelfstandig thuis te wonen toe te laten nemen?
  • Wilt u weten hoe u een optimale woon- en leefomgeving creëert voor uw inwoners?

Voor meer informatie dit onderwerp kunt u contact opnemen met Harry Doornink of Lennart Homan, telefoon 053 – 433 05 48.

Bureau HHM Doet…

Passie en visie op zorg en ondersteuning. Met die passie werkt bureau HHM dagelijks voor aanbieders en overheden. Vandaag in een andere rol; als vrijwilliger binnen NL Doet. HHM’ers staken de handen uit de mouwen op drie verschillende locaties in Enschede.

Een grote opbergbak voor hout. Dat was één van de wensen van de bewoners van ’t Bouwhuis, onderdeel van de Twentse Zorgcentra. De bak werd in rap tempo in elkaar gezet en gebeitst. De tuin werd klaargemaakt voor het voorjaar en binnen schilderden collega’s een slaapkamermuur met het favoriete slaapliedje van één van de bewoners.

Bij zorgboerderij Het Ensink werd er eveneens flink in de tuin gewerkt. Rondom de vijver werd riet weggekapt en een aantal picknicktafels in de beits gezet. Aan het einde van de dag hielpen we de pony’s op stal te zetten.

Bewoners van verpleeghuis De Cromhoff (Livio) genoten van een muzikale pannenkoekenlunch. Dit leverde stralende gezichten op bij zowel de bewoners als de vrijwilligers van NL Doet. Een echte coproductie. Schoolkinderen bakten de pannenkoeken en HHM’ers haalden de bewoners van de kamers en hielpen waar nodig bij het eten. Toen de muziek eenmaal klonk haakten bewoners en vrijwilligers spontaan in.

Bureau HHM geeft inzicht in de verandering van de cliëntpopulatie in uw gemeente tussen 2015 en 2020

Begin maart zijn voor alle gemeenten de gegevens beschikbaar gekomen over de AWBZ-cliënten die per 1 januari 2015 op de gemeente zijn aangewezen voor ondersteuning onder de nieuwe Wmo. Met deze gegevens is het mogelijk om een compleet beeld te geven van de indicaties, declaraties en PGB’s op het gebied van:

  • Begeleiding individueel en groep (inclusief eventueel geďndiceerd vervoer)
  • Kortdurend verblijf
  • Tijdelijk verblijf
  • Persoonlijke verzorging
  • Beschermd wonen voor cliënten met een psychiatrische grondslag (GGZ-C pakket)

Wij kunnen u helpen om de gegevens uit deze klantbestanden om te zetten naar bruikbare informatie. Zodat u weet hoe u de toegang op maat kunt organiseren en hoe de samenstelling van het wijkteam er uit moet zien.

Daarnaast bieden we voor uw gemeente inzicht in het verwachte aantal cliënten in 2020. Dit doen we met het door ons ontwikkelde 24×7-model. Daarbij gaan we uit van CBS-gegevens en houden we rekening met beleidsmaatregelen, zoals het scheiden van wonen en zorg en de extramuralisering van de zorgzwaartepakketten. Uw gemeente krijgt hiermee zicht op de verwachte ontwikkeling in zorgbehoefte op wijkniveau voor de komende jaren, zodat u het beleid hierop kan afstemmen.

Als voorbeeld een infographic in een fictieve gemeente (gebaseerd op werkelijke gegevens) in Nederland voor het jaar 2015 en een voorspelling van het aantal zorgvragers in 2020.

Bent u benieuwd naar de samenstelling van uw cliëntpopulatie in 2015 en de verwachte ontwikkeling voor 2020?

Neem dan contact op met Maartje Hanning of
Lennart Homan, telefoon (053) 4330548.

Financiering ketenzorg dementie

Op verzoek van het ministerie van VWS heeft ActiZ ons gevraagd onderzoek te doen naar de financiering van de ketens dementie. Om de ketens dementie in 2015 op een goede manier te continueren en om te voorkomen dat er een extra taakstelling voor de wijkverpleging ontstaat, was het noodzakelijk om te weten welke middelen momenteel worden ingezet voor het in stand houden van de ketens.

In opdracht van ActiZ hebben wij een inventarisatie uitgevoerd bij alle dementienetwerken om antwoord te krijgen op de volgende vragen:

  • Hoeveel ketens dementie zijn momenteel in Nederland operationeel?
  • Welke activiteiten of werkzaamheden worden door de ketens dementie uitgevoerd?
  • Wat zijn de kosten die gemoeid zijn met deze activiteiten en werkzaamheden?
  • Met behulp van welke financieringsstromen en vanuit welke domeinen worden deze activiteiten en werkzaamheden betaald?