Werk type: Actueel

Bureau HHM schrijft handreiking waardering mantelzorgers voor gemeenten

De Wmo regelt dat gemeenten zelf invulling mogen geven aan de waardering voor mantelzorgers Om gemeenten hierbij te helpen schreef bureau HHM, in opdracht van het ministerie van VWS, Mezzo en de VNG, de Handreiking Waardering Mantelzorgers.

De handreiking is bedoeld om gemeenten te inspireren en te faciliteren bij het maken van lokaal mantelzorgwaarderingsbeleid. De handreiking geeft toelichting op beleidskeuzes en bevat diverse praktijkvoorbeelden. Bij het uitwerken van de handreiking zijn deskundigen van gemeenten, kennis¬instituten en belangen- en brancheorganisaties betrokken. Zij brachten tijdens een zogenaamde versnellingskamer hun visie en ideeën in.

Het resultaat is hier te downloaden.

Veranderen? Een bewuste keuze!

There are risks and costs to a program of action, but they are far less
than the risks and costs of comfortable inaction – John F. Kennedy

Wouter Hart en Marius Buiting maken in het boek Verdraaide organisaties prachtig inzichtelijk hoeveel organisaties momenteel zijn afgedreven van de eigenlijke bedoeling. Steeds meer organisaties raken verstrengeld in de systeemwereld, die oorspronkelijk gecreëerd is om de “echte” wereld te ondersteunen om optimaal die dingen te kunnen doen die de bedoeling zijn. Ik vraag mij af in hoeverre deze verdraaide organisaties kunnen overleven in de “nieuwe” zorgwereld die is ontstaan na 1 januari 2015 en vraagt om onder meer flexibiliteit, efficiëntie en kwaliteit.

Zorgorganisaties hadden in het verleden vaak te maken met één/enkele financier(s); in de “nieuwe” zorgwereld moeten zij cont(r)acten sluiten en onderhouden met soms wel twintig verschillende gemeenten met elk hun eigen voorwaarden en werkwijzen. Deze veranderingen leiden er toe dat steeds meer zorgaanbieders hun organisatie-inrichting kritisch tegen het licht houden en zich de vraag stellen of de huidige organisatie-inrichting nog wel aansluit op de “nieuwe” wereld. We merken dat deze organisaties veelal tot de conclusie komen dat er een mismatch is ontstaan tussen de wereld binnen de organisatie en de wereld daarbuiten.

Hoe nu verder?

Begin dit jaar benaderde een grote zorgorganisatie ons met de vraag om samen na te denken over de organisatie-inrichting van een nieuw op te zetten entiteit gericht op het voorliggend veld. Concrete aanleiding vormde de wens van het bestuur en de betrokken gemeenten om de Wmo-dienstverlening onder te brengen binnen een losstaand (onafhankelijk) organisatieonderdeel. Met een beperkte set aan randvoorwaarden kwamen we samen tot een nieuw(e) visie, organisatiemodel, bedrijfsvoering en bijpassend verdienmodel. Binnen al deze onderdelen nam de ware drijfveer van de organisatie een centrale plaats in: de mens centraal. Deze benadering resulteerde in een plat organisatiemodel waarbij de uitvoerend professionals samen met de klant de kern vormen. De concrete inkleuring van de teams gebeurt in de lokale context: samen met de bewoners en ketenpartners in de wijk. Zo zijn ze competent in de context. Hierbij zijn ‘het handelen/regelen’, ‘het inkleuren van de ruimte binnen de kaders’ en ‘het nemen van eigenaarschap’ uitgangspunten vanuit rollen die passen bij de professional. Het management en de staf krijgen een ondersteunde en faciliterende rol.

Ik werd gegrepen door de positieve energie die het model losmaakte binnen alle geledingen van de nieuwe organisatie. Het enthousiasme van de professionals maakt dat ik uitkijk naar de daadwerkelijke implementatie.
Veranderen betekent vaak het creëren van een stuk onzekerheid en het afscheid nemen van het oude vertrouwde. Maar het kan heel veel mooie resultaten opleveren zoals ‘een klant die zich ontwikkelt van passieve afnemer naar actieve, verantwoordelijke burger’ maar ook ‘een professional die de beweging maakt van uitvoerder van werk/taken naar een professional die verantwoordelijkheid neemt voor het welslagen van het ondersteuningstraject’. Dit soort resultaten zijn naar mijn mening van onschatbare waarde. Mijn advies is dan ook om de kansen die deze nieuwe zorgwereld biedt met beide handen aan te grijpen. Durf “het risico” te nemen!

Financieel onderzoek Rijksvaccinatieprogramma (RVP)

Met de wetswijziging van de Wet publieke gezondheid (Wpg) per 1 januari 2018 behoren het toedienen van de vaccins, het geven van voorlichting en de daarbij behorende werkzaamheden zoals het organiseren en het aanleveren van gegevens aan het RIVM tot de verantwoordelijkheid van gemeenten. Bureau HHM kreeg de opdracht van het Ministerie van VWS om een onderzoek te doen dat moet leiden tot een onderbouwing van het over te hevelen macrobudget voor deze taken.

Het RVP is op dit moment tijdelijk opgenomen in de Wet langdurige zorg (Wlz). In 2018 wordt dit budget overgeheveld van de rijksbegroting (begroting ministerie van VWS) naar het gemeentefonds. De gemeenten maken dan afspraken met de uitvoerende organisaties over de financiering en uitvoering.

Bureau HHM onderzoekt nu het volgende:

  • De ontwikkeling van het macrobudget vanaf 2011 tot en met 2014.;
  • De effecten van veranderde kwaliteitseisen en veranderingen in de maatschappij.;
  • De effecten voor gemeenten bij overdracht naar gemeenten, dit betreft onder andere de kosten voor invoering en de gemeentelijke uitvoeringskosten.
    ;

Projectleider en senior adviseur Peter Bakker: ‘Het is interessant om opnieuw in het RVP te duiken en niet alleen ons rapport van 2011 te actualiseren, maar hierbij ook te kijken naar de veranderingen in de maatschappij en de kwaliteitseisen van burgers. Wij ronden het onderzoek in januari 2016 af.’

Verhalenketting: Helemaal Verliefd

Indrukwekkende, ontroerende en mooie momenten. In ons werk als adviseur maken wij dagelijks heel wat mee. Een aantal van deze momenten delen wij graag in de vorm van inspirerende verhalen. De eerste in de reeks is een verhaal van collega Judith Kippers-Kramer. Judith vertelt over haar ervaringen binnen een grote zorgorganisatie waar ze als coach betrokken is bij de uitvoering van een omvangrijk verandertraject. Judith helpt de veranderkracht van de organisatie te versterken en coacht de organisatie bij het werken in zelfregelende teams, zowel intramuraal als in de thuiszorg. Haar verhaal met als titel ‘Helemaal verliefd’ is hier te lezen.

Proeftuinen Langdurige Zorg: Handen Ineen een ontschot wijkbudget voor zorg en welzijn

In dertien regio’s in Nederland zijn ter voorbereiding op de hervorming langdurige zorg proeftuinen opgezet. De proeftuinen boden gemeenten en lokale zorg- en welzijnsorganisaties de kans om ervaring op te doen en te experimenteren met nieuwe manieren van (samen)werken. Dit leverde waardevolle kennis op voor de invulling en verbetering van de langdurige zorg. Een van die proeftuinen is Handen Ineen in Leeuwarden. Bureau HHM evalueerde deze proeftuin.

Handen Ineen is een samenwerking tussen vier zorgaanbieders, de gemeente en zorgverzekeraar De Friesland. Zorgbelang Friesland en Frieslab dachten actief mee. Het doel van deze proeftuin is de zorg en ondersteuning beter aan te laten sluiten bij de daadwerkelijke behoefte van ouderen. Om dit te realiseren is twee jaar gewerkt met een wijkbudget. Het wijkbudget omvatte het AWBZ en Wmo-budget dat ontschot werd ingezet om inwoners op maat te ondersteunen. Uit de evaluatie bleek dat de zorgconsumptie daalde en de ervaren kwaliteit gelijk bleef. Leerpunten lagen op het terrein van samenwerking en concurrentie. Benieuwd de verdere resultaten? Het evaluatieboekje is hier te vinden.

Meer lezen?

Het kan wel! Het kan wel! Is een makkelijk leesbaar boekje over transformatie in zorg en welzijn. Het laat zien hoe je systemen kunt doorbreken en de blijvende verandering in zorg en welzijn realiseert.

Het rapport ‘Proeftuinen hervorming langdurige zorg’ van het Ministerie van Volksgezondheid en Sport, omvat beschrijvingen van de doelstellingen, resultaten en geleerde lessen van elf van deze proeftuinen.

Belangrijke rol voor bureau HHM bij kwaliteitsverbetering verpleeghuizen

Bureau HHM helpt verpleeg- en verzorgingshuizen bij de opbouw van de organisatie in het kader van het nieuwe denken over kwaliteit. Hierin staat de regie van de klant centraal en hebben het goede gesprek, gedrag en vaardigheden van medewerkers een prominente plek. Dit vergt verandering in het denken over de kwaliteitssystemen en meetmethoden.

Ook landelijk is HHM op dit terrein actief. In augustus kregen we de opdracht van het Ministerie van VWS om een leidraad verantwoorde personeelssamenstelling in verpleeghuizen te ontwikkelen. Dit doen we samen met NPCF, V&VN, Zorginstituut Nederland, Verenso, ActiZ, BTN en natuurlijk het ministerie van VWS.

De kwaliteit in verpleeghuizen is één van de belangrijkste speerpunten van staatsecretaris Van Rijn van VWS, mede gezien recente ontwikkelingen en maatschappelijke discussies. De staatsecretaris publiceerde begin dit jaar het Plan van Aanpak Kwaliteit Verpleeghuizen.

Een goede samenstelling van de teams in verpleeghuizen is een belangrijk om de kwaliteit te behouden of te verbeteren. Op dit moment is er geen hulpmiddel waar professionals, instellingen, IGZ of Wlz-inkopers zich aan vast kunnen houden. Hiervoor moet een leidraad worden ontwikkeld. Bureau HHM is gevraagd om de leidraad te ontwikkelen omdat wij bedrijfskundig inzicht hebben, kennis hebben van de zorg en inventief zijn.

Sanja Bouman: “Kwaliteit is binnen bureau HHM een belangrijk thema. Het is onze passie om continu te kijken naar hoe we de zorg samen beter kunnen maken” . Patrick Jansen vult aan: “Het is leuk dat we met onze kennis over cliëntprofielen nu partijen kunnen helpen om een slag kunnen maken in het denken over onderzoek en verantwoording in het nieuwe denken over kwaliteit in de vorm van een leidraad.”

Lees en luister meer:

Wlz-toegangscriteria voor mensen met een psychische stoornis

Het door bureau HHM ontwikkelde nieuwe Wlz-afwegingskader is in principe niet van toepassing voor mensen met een psychische stoornis (omdat deze stoornis geen toegang geeft tot de Wlz). Er zijn twee varianten mogelijk om verzekerden met een psychische stoornis wel toegang te geven tot de Wlz, die hebben geleid tot de volgende twee onderzoeksvragen:

  • Wat zijn de effecten van het onverkort toepassen van de huidige Wlz-criteria voor mensen met een psychische stoornis (zowel inhoudelijk als kwantitatief)?
  • Uitgaande van de doelstelling van de hervorming in de langdurige zorg en de aard van de doelgroep, welke cliënten zouden dan toegang moeten krijgen tot de Wlz en hoe zijn deze cliënten te herkennen?

Aan de hand van bijeenkomsten met GGZ-experts en wetenschappers gaan we deze vragen beantwoorden.

Special Arts en bureau HHM houden inspiratiedag tijdens Art Brut Biennale 2015

Special Arts en bureau HHM verzorgen, op woensdag 16 september, samen een inspirerende dag tijdens de Art Brut Biënnale 2015. Deze dag staat in het teken van omdenken. Deelnemers worden uitgedaagd met een andere blik te kijken naar actuele thema’s in het veranderende zorglandschap. De dag is vooral bedoeld voor bestuurders en managers van zorgorganisaties en dagbestedingsateliers en voor wethouders en beleidsmedewerkers van gemeenten. Aanmelden kan via artbrut.hhm.nl.

Bureau HHM verzorgt het ochtendprogramma en Special Arts het middagdeel. Special Arts is medeorganisator van de Art Burt Biënnale en bureau HHM is één van de sponsoren.
Tijdens het ochtendprogramma is er een interactieve presentatie over Levenskracht.
Levenskracht is een praktische methode voor gemeenten en professionals. Levenskracht brengt behoeften van inwoners in kaart en biedt zicht op waar en welke ondersteuning nodig is.
De ochtend staat daarnaast in het teken van vervoer. De kosten van het vervoer naar en van dagbestedingscentra spelen een steeds belangrijkere rol. Zeker als cliënten van buiten gemeentegrenzen komen. De toekomst van veel dagbestedingscentra staat onder druk. Creatief omgaan met mobiliteitsvraagstukken is nodig. Aan de hand van voorbeelden wordt getoond welke stappen deelnemers kunnen doorlopen, welke keuzes gemaakt kunnen worden en welke instrumenten en tools er zijn om gezamenlijk te komen tot een slimmere en betere inrichting van het vervoer.

De jaarlijkse Inspiratie- en netwerkbijeenkomst van Special Arts vormt het middagprogramma en heeft dit jaar als titel: De kracht van omdenken. Naast een Omdenkclinic is er een tweetal sprekers. Veel ateliers zijn bezig met hun maatschappelijke rol en positie, ieder vanuit hun eigen specifieke vertrekpunt. Saskia ter Kuile en Albertus Laan presenteren hun ervaringen uit de praktijk, bedoeld als inspiratie voor andere kunstlocaties.
Saskia ter Kuile is communicatiemanager van In voor zorg! bij Vilans en Albertus Laan is senior adviseur bureau HHM; hij begeleidt veel gemeenten en zorgorganisaties bij de huidige veranderingen in het zorglandschap.

Wilt u deelnemen? U bent van harte welkom op woensdag 16 september bij Hazemeijer Hengelo aan de Tuindorpstraat 61 in Hengelo. Meer informatie, het complete programma en een aanmeldformulier vindt u hier.

Bureau HHM doet aanvullend diepteonderzoek Beschermd Wonen voor centrumgemeenten

Het nieuwe verdeelmodel Beschermd Wonen, op 1 juni gepubliceerd door het ministerie van VWS, leverde bij veel gemeenten vragen op. Meerdere gemeenten hebben de indruk dat zij met het budget niet in staat zijn aan de verplichtingen te voldoen naar cliënten beschermd wonen. De centrumgemeenten Nijmegen, Arnhem en Apeldoorn hebben bureau HHM daarom gevraagd aanvullend diepteonderzoek te doen. Hieruit bleek dat er hiaten zitten in de gegevens waarop het budget was gebaseerd.

Omdat de behoefte aan zo’n aanvullend diepteonderzoek bij meer centrumgemeenten bestaat heeft de VNG in overleg met het ministerie van VWS de centrumgemeenten uitgenodigd dit onderzoek uit te laten voeren door bureau HHM. Het onderzoek levert het inzicht op op cliëntniveau welke personen met een indicatie voor beschermd wonen zijn overgekomen naar de Wmo. Hiermee kunnen de centrumgemeenten het debat aan gaan over het beschikbare budget en de verdeling daarvan. Door de onafhankelijke toets vinden mogelijk correcties plaats in de septembercirculaire. Inmiddels hebben meer dan tien centrumgemeenten bureau HHM de opdracht verleend om de reality-check uit te voeren.

In beeld: Visie op zelfregeling medewerkers Diafaan

Bureau HHM ondersteunt VVT instelling Diafaan vanuit het programma InvoorZorg! op weg naar zelfregelende teams. Zelfregeling is een bewuste keuze van Diafaan voor vakmanschap, verbinding en vertrouwen. Ontwikkeling van zelfregeling is niet eenvoudig, want het gaat over het creëren van een nieuwe werkcultuur. Dat vraagt echt een andere manier van denken en (samen)werken van iedereen in de organisatie.

Er is geen spoorboekje of blauwdruk die vertelt hoe dat moet. Het is meer een trektocht waarbij continu leren centraal staat: na stap 1 komt stap 1. Zelfregelende teams zijn niet van het een op andere moment te implementeren, die moeten ontstaan. Om die reden werkt Diafaan niet met een projectleider maar zijn er extra uren beschikbaar gesteld voor alle direct betrokkenen om team overstijgende werkzaamheden uit te voeren, zoals monitoring hoe het gaat in de praktijk en wat de volgende stap moet zijn. Zo bouwt Diafaan van onderaf aan een toekomstbestendige organisatie.

Zelfregeling is voor Diafaan een logische weg, want alleen vanuit vakmanschap, verbinding en vertrouwen kunnen zij goede persoonlijke zorg en begeleiding blijven leveren aan cliënten. Het traject startte met een klankbordgroep vanuit de gehele organisatie. Deze groep formuleerde een visie op zelfregeling: wat is de bedoeling?. Deze visie kreeg een gezicht in een kort filmpje, gemaakt voor en door medewerkers van Diafaan. Bekijk het filmpje hier.

Daarna is een gemengde koplopergroep van tien uitvoerende intra- en extramurale teams gevormd. De nieuwe interne teamcoaches – dit zijn uitvoerende medewerkers – hadden met ieder team een kick-off waarin zij o.a. het spel ‘Op weg naar zelfregeling’ speelden en een Teamkrachtenkaart maakten.

Teamcoach Diafaan: “Het enthousiasme van de teams werkt absoluut aanstekelijk! Ik geniet er enorm van teams zo te zien groeien.”

Met deze teams wordt nu de Kaderset aangescherpt tot een passend en werkend geheel. Ook zullen deze teams de komende maanden – vanuit de huidige stafdiensten – een eigen Serviceteam werven en selecteren, dat hen ondersteunt in hun weg naar zelfregeling. Dit Serviceteam moet vooral ondersteunend, flexibel, proactief en orde verstorend zijn. Denkend in de geest van de wet in plaats van de letter. Sturen wordt volgen en controleren wordt leren. En dat is fundamenteel anders dan dat de stafdiensten eerder geleerd is.

Diafaan heeft samen met de ondersteuning vanuit bureau HHM nog een spannende en flinke weg te gaan… maar het geeft veel energie en inspiratie om Diafaan te mogen faciliteren bij deze verandering!

Dagbesteding en werk verbinden

De gemeente Deventer startte in 2015 enthousiast met vijf pilots om samenwerking op het terrein van dagbesteding (Wmo) en werk (Participatiewet) te stimuleren en te realiseren. Hierbij is het de ambitie om deelnemers uit de Wmo en Participatiewet gezamenlijk te laten deelnemen en persoonlijke groei te laten doormaken. Daarnaast wil de gemeente op een efficiëntere manier gebruik maken van bestaande voorzieningen en vormen van (arbeidsmatige) dagbesteding.

Bureau HHM ondersteunt de gemeente Deventer en de betrokken partners hierbij.

Het gaat om pilots op het gebied van:

  • Transport en koeriersdiensten;
  • ICT/databewerking;
  • Horeca;
  • Klussendienst;
  • Creatieve dagbesteding.

Bent u benieuwd naar de ervaringen en zoekt u ook naar mogelijkheden voor het verbinden van dagbesteding en werk, neem contact op met: Ingrid Oomen en Chantal IJland. Voor een uitgebreidere beschrijving van de pilots
Klik hier.

Is de transformatie echt zo moeilijk als het lijkt?

Onlangs was HHM-adviseur Nico Dam met een aantal bestuurders op werkbezoek in Engeland. Naar aanleiding van deze reis en de daar opgedane ervaringen schreef hij een uitgebreid artikel. Is de transformatie echt zo moeilijk als het lijkt? Misschien valt het mee als aan enkele uitgangspunten is voldaan.

Lees artikel het hier.

Persoonlijke Verzorging onder de Wmo of Zvw?

Steeds meer gemeenten lopen tegen de vraag aan onder welk domein Persoonlijke Verzorging valt. Hier is onduidelijkheid over. Eind 2014 bracht het Transitiebureau Wmo een informatiekaart uit waarin wordt uitgelegd wanneer Persoonlijke Verzorging onder de Wmo of de Zvw valt. Hierin werd een ander criterium gehanteerd dan in de kamerbrief van eind 2013. Hierdoor dreigen kwetsbare burgers tussen wal en schip te vallen. Ook ontstaat een financieel risico voor u als gemeente. Wie heeft de oplossing voor dit probleem?

In de kamerbrief wordt een onderscheid gemaakt in zorginhoudelijke samenhang: Persoonlijke Verzorging in het verlengde van begeleiding valt onder de Wmo. Persoonlijke Verzorging waarbij sprake is van overname van zorg valt onder de Zvw. De Persoonlijke Verzorging die bijvoorbeeld wordt geboden aan mensen met een psychiatrische aandoening met een bijkomende lichamelijke aandoening valt dan onder de Zvw.

De informatiekaart hanteert het volgende criterium: als sprake is van geneeskundige zorg, of een hoog risico hierop, dan valt de Persoonlijke Verzorging onder de Zvw. De wijkverpleegkundige bepaalt of hiervan sprake is.
Naar ons idee is deze laatste afbakening onvoldoende helder en gaat dit leiden tot een verschuiving in cliëntgroepen, waarin bij de budgettoedeling niet is voorzien. Er leven onder gemeenten nu al vragen over maaltijdverzorging aan ouderen. Volgens het criterium van de informatiekaart zou dit onder de Zvw kunnen vallen maar ook onder Wmo, immers er is sprake van een medisch risico als niet wordt gegeten. Er is sprake van ondersteuning bij ADL en ADL is een element van zelfredzaamheid.

Welke criteria en afwegingen hanteert u om te bepalen of Persoonlijke Verzorging valt onder de Wmo of de Zvw? Laat het ons weten! Wij bundelen alle reacties en zoeken samen met alle betrokkenen naar een oplossing. Stuur u reactie naar info@hhm.nl; of naar Patrick Jansen .

Zorginstituut Nederland overhandigt Wlz-afwegingskader aan CIZ

De voorzitter van Zorginstituut Nederland, Arnold Moerkamp, overhandigde donderdag 2 juli het Wlz-afwegingskader aan de voorzitter van het CIZ, Daan Hoefsmit. Hiermee kan het CIZ een zorgvuldige afweging maken bij het bepalen van de toegang tot de Wlz. Bureau HHM ontwikkelde dit kader, met gebruik van de wetenschappelijke kennis van de UT op het gebied van methodologie en instrumentontwikkeling.

Patrick Jansen, partner van bureau HHM en projectleider presenteert bij de overhandiging de resultaten. Hij vertelt: ‘De afgelopen negen maanden deed bureau HHM grondig onderzoek naar cliëntkenmerken en meetinstrumenten om vast te stellen of iemand voldoet aan de toegangscriteria voor de Wet langdurige zorg (Wlz). Het was een interessant proces waarin we diverse wetenschappers, cliëntenvertegenwoordigers en professionals hebben betrokken’.

De Wlz stelt dat iemand toegang heeft als hij een blijvende behoefte heeft aan permanent toezicht en/of 24 uur zorg in de nabijheid. ‘Het is een mooi resultaat geworden. Een gestructureerde vragenlijst met een zorgvuldige en transparante afweging om te beoordelen of een verzekerde voldoet aan deze criteria. CIZ zal dit gebruiken bij de indicatiestelling’, aldus Patrick Jansen. Voor Zorginstituut Nederland is het afwegingskader een belangrijk instrument om indicatiegeschillen te beoordelen. Zorginstituut Nederland en CIZ lieten het afwegingskader ontwikkelen op verzoek van de staatssecretaris van VWS.

Bekijk het afwegingskader voor de toegang tot de Wlz hier. in schema.

Meer informatie?

De volgende rapportages geven meer inzage in de ontwikkeling van het afwegingskader door bureau HHM:

Wlz-afwegingskader – Ontwikkeling van een instrument om de toegang tot de Wlz te bepalen

Wlz-afwegingskader – Achtergrondstudie naar relevante bouwstenen

Of kijk op:
Zorginstituut Nederland

Zelfanalyse en ontwikkelplannen Wlz

Zorgkantoren vragen aanbieders, om vóór 31 juli, concrete ontwikkelplannen in te dienen om de kwaliteit te verhogen. Een goed ontwikkelplan is een eerste vereiste om in aanmerking te komen voor een opslag op het basistarief en een meerjaren-overeenkomst. Bureau HHM kan hierbij ondersteunen.

Zelfanalyse en ontwikkelplannen

De inkoopkaders voor de langdurige zorg 2016 zetten een nieuwe koers in. Waar 2015 nog in het teken stond van de overgang van AWBZ naar de Wlz, ligt de focus in 2016 op het realiseren van verbeteringen in de kwaliteit van zorg vanuit cliëntperspectief.
Zorgkantoren vragen aanbieders, op basis van een beknopte zelfanalyse, te komen tot concrete verbeterplannen. Deze analyseresultaten en ontwikkelplannen dienen als onderdeel van de reguliere inkoopprocedure van het zorgkantoor op uiterlijk 31 juli 2015 te worden ingediend.

Welke ondersteuning kan bureau HHM bieden?

Bureau HHM:

  • beschikt over methoden om de zelfanalyse goed en efficiënt uit te voeren;
  • houdt u, op basis van kennis en ervaring, een spiegel voor;
  • stelt de juiste vragen om een goed beeld te krijgen hoe u momenteel invulling geeft aan gevraagde kwaliteitsthema’s;
  • helpt u om in lijn met uw sterktes en ontwikkelpunten te komen tot een realistisch en ambitieus ontwikkelplan en;
  • bewaakt dat er door u wordt voldaan aan de criteria in het inkoopkader.

Wij steunen hierbij op onze ervaring in het begeleiden van zorgaanbieders bij het herijken van het zorgaanbod gericht op het welbevinden van de cliënt. De langdurige zorg is onze passie, vernieuwing en verbetering onze drijfveer. Kunnen wij ook u ondersteunen bij het realiseren van uw ambities?

Neem voor meer informatie contact op met Robin Hulsink: r.hulsink@hhm.nl of 053 – 433 05 48.

Overijssel Vandaag over slim vervoersmodel van HHM

“De ideale situatie zou zijn als gemeenten gaan samenwerken en verschillende doelgroepen gecombineerd worden, waar dat kan”, aldus Inge Tensen van bureau HHM tijdens de uitzending van Overijssel Vandaag op RTV Oost. Samen met de Universiteit Twente ontwikkelde bureau HHM een innovatief planningsmodel, waarmee het doelgroepenvervoer beter en goedkoper kan.

Wiskundestudente Inge Tensen van de Universiteit Twente studeerde 19 mei af op dit model en is inmiddels werkzaam als adviseur binnen bureau HHM. Het model organiseert vervoersstromen voor kwetsbare mensen slimmer zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit.

Bekijk de uitzending hier.

Zie ook:.

Slim vervoersmodel verhoogt kwaliteit en verlaagt kosten

Universiteit Twente

Artikel Telegraaf 13 mei 2015

Artikel UT Nieuws 13 mei 2015

Nieuw verdeelmodel beschermd wonen roept ook vragen op

Op 1 mei heeft het ministerie van VWS een nieuw verdeelmodel gepubliceerd voor de middelen die de centrumgemeenten voor het beschermd wonen krijgen. Voor een aantal gemeenten betekende dat een flinke vermindering van het budget, terwijl in de inkoopcontracten van het vorige, (fors) hogere bedrag was uitgegaan.

Op verzoek van enkele centrumgemeenten maken wij een analyse van de laatste GO-bestanden, op zoek naar verklaringen voor de geconstateerde verschillen. Deze ‘reality-check’ levert het inzicht op waarmee de centrumgemeente het debat aan kan gaan over het beschikbare budget en de verdeling daarvan.

Meer informatie bij Nico Dam

Slim vervoersmodel verhoogt kwaliteit en verlaagt kosten

Samen met de Universiteit Twente ontwikkelde bureau HHM een innovatief planningsmodel, waarmee het doelgroepenvervoer beter en goedkoper kan. Wiskundestudente Inge Tensen van de Universiteit Twente studeert 19 mei af op dit model. Het model organiseert vervoersstromen voor kwetsbare mensen slimmer. Denk daarbij aan ouderen of mensen met een beperking.

Het doel is een efficiënte planning met behoud van kwaliteit. Het model houdt bijvoorbeeld rekening met specifieke wensen en eisen van zowel klant, aanbieder als vervoerder. Denk hierbij aan het soort busje of de eisen die aan de chauffeur worden gesteld. Het model houdt bovendien rekening met mogelijke vertragingen door bijvoorbeeld verkeershinder. Zo ontstaat een vervoersplanning die beter aansluit bij de gewenste aankomst- en vertrektijd van de klant.

Bureau HHM ziet enorme toepassingsmogelijkheden voor het model. Het past goed bij de grotere rol die gemeenten kregen bij het vervoer van specifieke doelgroepen. Daarbij wordt gestimuleerd dat ook kwetsbare inwoners zo veel mogelijk gebruikmaken van het regulier openbaar vervoer. Maar er blijft altijd een grote groep kwetsbare aangewezen op het doelgroepenvervoer. Door dat vervoer slimmer te organiseren, verbetert de kwaliteit en kan Nederland jaarlijks tweehonderd miljoen euro besparen.

Zie ook:.

Universiteit Twente

Artikel Telegraaf 13 mei 2015

Artikel UT Nieuws 13 mei 2015

Wie houdt toezicht op de kwaliteit van de jeugdzorg?

Waar of niet waar: de gemeente is verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteit van de jeugdhulp? Maar liefst 77% van de deelnemers aan de Nationale Kennistest Zorgwetten beantwoordde deze vraag met waar, terwijl dit niet waar is. De inspectie van de Jeugdzorg ziet hier op toe, niet de gemeenten zelf.
Jeugdhulpaanbieders, uitvoerders van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en AMHK’s moeten de kwaliteit van de zorg waarborgen. De inspectie van de Jeugdzorg ziet hier vervolgens op toe; dit staat in artikel 9.1 van de Jeugdwet.

Toezicht houden betekent in deze dat de inspectie informatie verzamelt over de kwaliteit van de hulp om op basis hiervan een kwaliteitsoordeel te vormen en waar nodig in te grijpen. Ook wordt gekeken of het beleid voor de jeugdzorg in de praktijk goed werkt en beschikt de inspectie op grond van de Jeugdwet over handhavende bevoegdheden zoals een tuchtklachtbevoegdheid (dit is het indienen van een klacht over een professional bij een tuchtcollege) en de bevoegdheid tot het opleggen van bestuurs- en strafrechtelijke maatregelen.

Het landelijk toezicht door de inspectie van de Jeugdzorg, gebaseerd op het Toetsingskader Verantwoorde Hulp voor Jeugd, richt zich op de kwaliteit van de jeugdhulp, jeugd- bescherming en jeugdreclassering en meer in het bijzonder de zorg voor de veiligheid van de kinderen en gezinnen. Bron: www.inspectiejeugdzorg.nl.

Meer over kwaliteit en de nieuwe zorgwetten?
In deze factsheet leest u welke kwaliteitseisen vanuit de Jeugdwet aan zorgaanbieders worden gesteld.

Dit is het toetsingskader op basis waarvan de inspectie van de Jeugdzorg toe ziet op de naleving van wettelijke eisen voor de instellingen en de verplichtingen die gelden voor de kwaliteit van jeugdhulp.

Als zorgaanbieder of gemeente uw kwaliteit verbeteren?
Bureau HHM ontwikkelde acht verschillende trainingen om professionals in de wijk te versterken. De workshop
‘Wij ontwikkelen ons’ richt zich op kwaliteitsverbetering, deskundigheidsbevordering en het leren van elkaar. Daarnaast helpen meerdere adviseurs dagelijks organisaties hun kwaliteit te verbeteren op een manier die bij hun past. Vraag ons gerust om mee te denken.

De Nationale Kennistest Zorgwetten is leuk om te doen. Doe ook mee!

Bureau HHM richt samen met SCIO Consult ‘Levenskracht’ op

Inmiddels is het een feit, Bureau HHM richtte gezamenlijk met SCIO Consult het bedrijf ‘Levenskracht’ op.

Levenskracht is een methodiek en applicatie die de cliënt en professionals ondersteunt bij het voeren van gesprekken en bestuurders heldere stuurinformatie biedt.
Wij geloven erin dat we hiermee cliënten, gemeenten en aanbieders faciliteren en het een belangrijk middel kan zijn om de wijkteams succesvol te maken.

Lees meer over Levenskracht op www.levenskracht.nl.

Kansrijke toekomst serviceflats onder druk

De klassieke serviceflat heeft in een nieuw jasje in de huidige tijd volop kansen, wellicht zelfs meer dan de afgelopen decennia. Nu de overheid volop inzet op het langer thuis wonen lijken de kansen om deze woonvorm nieuw leven in te blazen groot. Maar bij pogingen om de flats nieuw leven in te blazen, blijken vaak problemen te ontstaan tussen de diverse belanghebbenden. De NOS sprak vanmorgen zelfs van een stille oorlog tussen vastgoedondernemers en de veelal hoogbejaarde bewoners en hun erfgenamen.

In ons land staan nog zo’n 360 serviceflats. Uit het nieuwsitem van de NOS blijkt dat projectontwikkelaars de verouderde flats nu voor een relatief laag bedrag in handen proberen te krijgen, met als doel ze te verbouwen of zelfs te slopen. Veel van de serviceflats staan namelijk op mooie locaties. Eigenaren van de flats voelen zich onder druk gezet om het eigen appartement voor een relatief laag bedrag te verkopen. TimesLab, de innovatietak van bureau HHM publiceerde in februari van dit jaar in samenwerking met Platform 31 Transformatie van serviceflats – Kansen voor ouderenhuisvesting
. Volgens Netty van Triest van Platform 31 ligt de vraagprijs tussen de vijftig- en honderdduizend euro. Er zijn zelfs gevallen bekend waarbij appartementen voor slechts een euro verkocht zijn, omdat de erfgenamen de servicekosten, oplopend tot honderden euro’s in de maand, niet konden betalen. De projectontwikkelaars geven aan dat de waarde van de appartementen vaak een stuk lager liggen omdat in de gemeenschappelijke ruimten en voorzieningen fors geďnvesteerd dient te worden om het wonen in de flats weer aantrekkelijk te maken.

De afgelopen decennia bogen verschillende experts zich over het toekomstperspectief voor serviceflats. De conclusie is steevast dat het ooit innovatieve woonconcept niet is meegegroeid met de huidige woonwensen en levensstijl van ouderen. Om de serviceflats toekomstbestendig te maken is vooral aandacht nodig voor het verdienmodel, het maken van goede product-marktcombinaties en een professioneel bestuur. Een rendabele exploitatie van het concept voor wonen en service zodat de kosten gedekt worden, de huisvestingskwaliteit voldoende is en het dienstenpakket aansluit bij de wensen van de bewoners.

De publicatie ‘Transformatie van serviceflats – Kansen voor ouderenhuisvesting’, is bedoeld om bestaande serviceflats wegwijs te maken in de ontwikkelingen in ‘hun markt’. Daarnaast biedt het handvatten voor gemeenten, provincies en uiteraard de serviceflats zelf die met de problematiek van verouderde en leegstaande flats geconfronteerd worden.

Voor deze publicatie is onderzoek verricht naar de kwaliteiten van hedendaagse serviceflats. De gegevens die TimesLab, onderdeel van bureau HHM, sinds 2011 over Nederlandse serviceflats verzamelt vormen de basis. De database van TimesLab heeft op een groot aantal kenmerken van serviceflats op dit moment het meest representatieve beeld in Nederland.

Voor meer informatie dit onderwerp kunt u contact opnemen met Lennart Homan, telefoon 06 – 51 14 25 37.

Toegang nieuwe zorgwetten levert nog onduidelijkheden op

Wie heeft recht op welke zorg en onder welke wet valt deze zorg dan? Over de toegang tot de Wmo, Wlz, Jeugdwet en Zvw bestaan bij zorgprofessionals nog wel wat onduidelijkheden. Dat blijkt uit de antwoorden die werden gegeven tijdens de Nationale Kennistest Zorgwetten.

Van de ruim 4500 deelnemers, die de test tot nu toe deden, wist 72% niet wat precies de betekenis is van gebruikelijke zorg. Bij de toegangsbepaling binnen de Wmo speelt de gebruikelijk zorg een belangrijke rol. Gebruikelijke zorg is: zorg die redelijkerwijs van huisgenoten mag worden verlangd.

De volgende vraag die betrekking heeft op de Wlz, werd zelfs door 79% onjuist beantwoord:
‘Hebben de volgende personen toegang tot de Wlz; Ronald van 53 met palliatief terminale zorg, die in de laatste fase van zijn ziekte voldoet aan de criteria van de Wlz. De tienjarige Julia met een verstandelijke beperking en behoefte aan intensieve kindzorg.’

Ronald heeft geen toegang tot de Wlz, Julia wel. Dit omdat palliatief terminale zorg vanaf 2015 is verzekerd op grond van de zorgverzekeringswet (Zvw), óók als het gaat om mensen die in het laatste stadium van hun leven aan het indicatiecriterium voor de Wlz zouden voldoen. Dit voorkomt dat zij in de laatste stadium van hun leven met een ander verzekeringsregime te maken krijgen. NB. Mensen die al een indicatie voor AWBZ-verblijf of een Wlz-indicatie hebben als ze terminaal worden, krijgen de terminale zorg uit de Wlz. Intensieve kindzorg valt onder de Zvw, tenzij het gaat om kinderen tussen de 5 en 20 jaar met een verstandelijke beperking en behoefte aan intensieve kindzorg: zij komen in 2015 in aanmerking voor intensieve kindzorg uit de Wlz. Bron: website Informatie langdurige zorg (Ministerie van VWS).

Meer over toegang tot de nieuwe zorgwetten?

De Nationale Kennistest Zorgwetten is leuk om te doen. Doe ook mee!

Langer thuis wonen

Bij de hervorming van de langdurige zorg is het de vraag hoe een optimale woon- en leefomgeving te creëren. Bureau HHM ondersteunt gemeenten en zorgaanbieders bij dit vraagstuk. Daarnaast ondersteunen we ook graag burgerinitiatieven zoals wooncoöperaties die betrokken zijn bij het bevorderen van de leefbaarheid in hun leefomgeving.

De hervorming van de langdurige zorg moet mogelijk maken dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen. Het proces van scheiden van wonen en zorg (extramuralisering) is ingezet door de lage ZZP’s (voor de diverse grondslagen) niet langer te indiceren. Vanaf 2015 zijn deze mensen aangewezen op de Wmo en Zvw. Daarnaast zijn ze zelf verantwoordelijk voor hun woonruimte (huur of koop). Voor gemeenten, zorgaanbieders, woningcorporaties en verzekeraars ligt er een belangrijke taak om te zorgen voor het vergroten van de mogelijkheden van de inwoners (ook die inwoners met wat zwaardere functionele of cognitieve beperkingen) om langer thuis te kunnen wonen.

Hierdoor ontstaan vragen over:

  • Ouderenhuisvesting behouden
  • Woningmarktontwikkeling
  • Leefbaarheid in kernen/wijken impulsen geven
  • Optimale woon- en leefomgevingen creëren
  • Leegstand in verzorgingshuizen, vastgoedproblemen
  • Nieuwe wooninitiatieven

Wij zien ‘thuis’ als het kunnen blijven wonen in dezelfde sociale omgeving (wijk, dorp) waar de inwoner zich thuis voelt. In onze ondersteuning gaan wij uit van een integrale en verbindende oplossing op het gebied van wonen, zorg en leefomgeving.

  • Bent u benieuwd hoe wij u kunnen helpen bij het scheiden van wonen en zorg en bij het ontwikkelen van nieuwe wooninitiatieven?
  • Vraagt u zich af wat het effect van de demografische ontwikkeling en extramuralisering is op de benodigde woningen, woningaanpassingen/transformatieopgave en de benodigde zorginfrastructuur?
  • Vraagt u zich af hoe het aanbod zich moet ontwikkelen om nu en in de toekomst te kunnen voorzien in de woon- en ondersteuningsbehoeften van inwoners?
  • Wilt u weten wat wenselijke maatschappelijke initiatieven en beleidsmatige keuzes zijn om de mogelijkheid om langer zelfstandig thuis te wonen toe te laten nemen?
  • Wilt u weten hoe u een optimale woon- en leefomgeving creëert voor uw inwoners?

Voor meer informatie dit onderwerp kunt u contact opnemen met Harry Doornink of Lennart Homan, telefoon 053 – 433 05 48.

Gastcollege over regie en casemanagement door Sanja Bouman

Tijdens een gastcollege bij de opleiding Casemanagement van de Hoge School van Arnhem en Nijmegen (HAN) op dinsdagmorgen 31 maart gaf Sanja Bouman de woorden die samenhangen met regie betekenis, vanuit het perspectief van de klant. Het woord casemanager wordt namelijk zo veel gebruikt dat verwarring ontstaat. Wie is nu de regisseur van de regisseurs?

De klant heeft regie, liefst volledig. Maar niet iedereen is in staat zelf deze regie te voeren. Wanneer dit niet kan wordt cliëntondersteuning ingezet. Als die ondersteuning geboden wordt door verschillende mensen is het nodig dat één van de hulpverleners de regie neemt. Is dat dan de casemanager en hoe zit het, nu gemeenten integraal verantwoordelijk zijn voor de jeugdzorg en crisisinterventies? Wie is dan de casemanager en heeft de regie. Wat als de veiligheid aan de orde is en de burgemeester de regie heeft? Wat heeft de casemanager dan nog te zeggen?

Tijdens het gastcollege ging Sanja even terug in de tijd. De tijd dat zij voor Frieslab een overzichtelijk model voor casemanagement ontwikkelde. Benieuwd naar dit model? Uitleg vind je hier. Maar actueler is de beleidsontwikkeling rondom de regie bij multiprobleem gezinnen. Sanja Bouman lichtte de aanpak ter voorkoming van escalatie toe: AVE.

Tijdens het college en na afloop was er alle ruimte voor vragen en discussie. Deelnemers gaven aan dat het een herkenbaar verhaal was waarin zowel de breedte als de diepte aan bod kwam. Het riep ook een goede discussie op. De vragen en antwoorden richtten zich vooral op privacy, veranderen terwijl de nieuwe kaders nog niet helder zijn en de samenhang tussen wijkteam, wijkverpleegkundige en de rol van casemanager hierbij. Professionals ervaren een glazen schot tussen hun input uit de praktijk en de manier waarop dit door het management wordt opgepakt. ‘Het lijkt wel of ze ons niet horen..’

Bureau HHM Doet…

Passie en visie op zorg en ondersteuning. Met die passie werkt bureau HHM dagelijks voor aanbieders en overheden. Vandaag in een andere rol; als vrijwilliger binnen NL Doet. HHM’ers staken de handen uit de mouwen op drie verschillende locaties in Enschede.

Een grote opbergbak voor hout. Dat was één van de wensen van de bewoners van ’t Bouwhuis, onderdeel van de Twentse Zorgcentra. De bak werd in rap tempo in elkaar gezet en gebeitst. De tuin werd klaargemaakt voor het voorjaar en binnen schilderden collega’s een slaapkamermuur met het favoriete slaapliedje van één van de bewoners.

Bij zorgboerderij Het Ensink werd er eveneens flink in de tuin gewerkt. Rondom de vijver werd riet weggekapt en een aantal picknicktafels in de beits gezet. Aan het einde van de dag hielpen we de pony’s op stal te zetten.

Bewoners van verpleeghuis De Cromhoff (Livio) genoten van een muzikale pannenkoekenlunch. Dit leverde stralende gezichten op bij zowel de bewoners als de vrijwilligers van NL Doet. Een echte coproductie. Schoolkinderen bakten de pannenkoeken en HHM’ers haalden de bewoners van de kamers en hielpen waar nodig bij het eten. Toen de muziek eenmaal klonk haakten bewoners en vrijwilligers spontaan in.

Week van de Waanzin.. is het voor de zorg misschien het jaar van de waanzin…?

Het boekenweekthema afgelopen week was dit keer Waanzin. Dit doet ons denken; is het misschien voor de zorg in Nederland het jaar van de waanzin? Onder grote druk moet er veel gebeuren en is er natuurlijk al veel gedaan. Ambtenaren werken ontzettend hard om de zorg en ondersteuning zo goed mogelijk in te regelen. Die hoge druk lijkt in ons land nodig om iets van de grond te krijgen. Maar juist die druk leidt soms ook tot waanzin.

Soms zien wij dingen waarvan wij denken dit is waanzinnig, zoals het aantal productcodes dat nu in Nederland verschijnt voor de Wmo en de Jeugdwet. Dit aantal explodeert tot over de honderdduizend… En als je goed kijkt, zie je dat veel van die producten, hoewel ze een andere code hebben, inhoudelijk veel op elkaar lijken. Het probleem van het grote aantal productcodes is de enorme administratieve last die dit met zich meebrengt voor zowel aanbieders als gemeenten.

De ‘productenwaanzin’ is een logische consequentie van de wijze waarop het beleid is ingevoerd. Het risico dat we nu lopen is dat deze waanzin leidt tot maatregelen die contraproductief werken op de transformatie. We moeten hierdoor nu niet in de stress schieten, maar met kracht de transformatie doorzetten. Laten we samen op zoek gaan naar een systeem dat zich richt op resultaten, een beperkt aantal producten kent, en daardoor zeer beheersbaar is.

Juist deze fase moeten we gebruiken om te leren in plaats van te ageren. We kunnen ageren, we kunnen boos en kwaad worden, maar dat helpt niet. Zowel aanbieders als gemeenten werken hard om alles voor elkaar te krijgen. Laten we elkaar daarbij helpen. Elkaar wijzen waar het nog niet goed gaat en samen naar oplossingen zoeken. Oplossingen die op lange termijn voor gemeenten en aanbieders, maar vooral voor de klant, de inwoners, een betere situatie opleveren. Een betere situatie dan waar we uitkomen, die ook nog eens betaalbaarder is.

Administratieve lastenverlichting en tegelijkertijd vierhonderd gemeenten verantwoordelijk maken voor de zorg – die voorheen door dertig zorgkantoren gebeurde – dat is een uitdaging. Een uitdaging die je, zoals wij denken, alleen maar kunt oplossen door in resultaten te denken en ruimte en verantwoordelijkheid te geven aan degene die de zorg en ondersteuning verlenen. Als je daar veel zicht en controle op wilt, ontstaat vanzelf een grote administratieve last. Dus het gaat om de ruimte. We moeten het lef hebben om de keukentafelgesprekken te blijven voeren waarbij het resultaat van het gesprek altijd een unieke oplossing voor de inwoner is, gericht op resultaat. Want ook maatwerk laat zich vatten in producten, maar het mooiste is dat deze dan in relatie staan tot het resultaat. Producten zijn dan cruciaal voor het koppelen van een budget aan een resultaat. Producten zijn hierbij de verbinding tussen resultaat en maatwerk, niet een doel op zich.

Omdat het thema van de Boekenweek ons deed beseffen in wat voor een waanzinnige tijd wij leven als het gaat om zorg en welzijn, willen wij u graag twee boeken aanraden: ’Het kan wel!’ (Frieslab) en ‘Verdraaide organisaties’ (Wouter Hart). Deze boeken beschrijven goed waar we met z’n allen naar toe zouden moeten werken en hoe je daar komt. Laten we nu de chaos, de waanzin, benutten om iets moois te creëren.

Bureau HHM geeft inzicht in de verandering van de cliëntpopulatie in uw gemeente tussen 2015 en 2020

Begin maart zijn voor alle gemeenten de gegevens beschikbaar gekomen over de AWBZ-cliënten die per 1 januari 2015 op de gemeente zijn aangewezen voor ondersteuning onder de nieuwe Wmo. Met deze gegevens is het mogelijk om een compleet beeld te geven van de indicaties, declaraties en PGB’s op het gebied van:

  • Begeleiding individueel en groep (inclusief eventueel geďndiceerd vervoer)
  • Kortdurend verblijf
  • Tijdelijk verblijf
  • Persoonlijke verzorging
  • Beschermd wonen voor cliënten met een psychiatrische grondslag (GGZ-C pakket)

Wij kunnen u helpen om de gegevens uit deze klantbestanden om te zetten naar bruikbare informatie. Zodat u weet hoe u de toegang op maat kunt organiseren en hoe de samenstelling van het wijkteam er uit moet zien.

Daarnaast bieden we voor uw gemeente inzicht in het verwachte aantal cliënten in 2020. Dit doen we met het door ons ontwikkelde 24×7-model. Daarbij gaan we uit van CBS-gegevens en houden we rekening met beleidsmaatregelen, zoals het scheiden van wonen en zorg en de extramuralisering van de zorgzwaartepakketten. Uw gemeente krijgt hiermee zicht op de verwachte ontwikkeling in zorgbehoefte op wijkniveau voor de komende jaren, zodat u het beleid hierop kan afstemmen.

Als voorbeeld een infographic in een fictieve gemeente (gebaseerd op werkelijke gegevens) in Nederland voor het jaar 2015 en een voorspelling van het aantal zorgvragers in 2020.

Bent u benieuwd naar de samenstelling van uw cliëntpopulatie in 2015 en de verwachte ontwikkeling voor 2020?

Neem dan contact op met Maartje Hanning of
Lennart Homan, telefoon (053) 4330548.

Drie vreemde gedachten die de beoogde transformatie ondermijnen | Blog van Judith Kippers

Bijna geruisloos is het 1 januari 2015 geworden, gemeenten zijn verantwoordelijk geworden voor een ongekend breed sociaal domein. De meeste raamcontracten zijn getekend en verleningsbeschikkingen afgegeven. Op veel plekken kostte dat veel moeite. Daardoor kwam de gewenste vernieuwing niet of nauwelijks tot stand. Een gemiddelde aanbieder is van twee zorgkantoren naar 20 gemeenten met 30 contracten gegaan. Zou dit de kwaliteit van zorg hebben verbeterd en de kosten hebben gedrukt? Ik neem u mee in drie vreemde gedachten die de transformatie ondermijnen. Als we niet oppassen.

‘Zonder controle gaat alles mis’

De eerste vreemde gedachte is dat zonder controle alles mis gaat. Ik beheers, dus ik besta. Of zoiets. Wij mensen proberen grip te krijgen op de onzekerheid die de transitie voor iedereen met zich meebrengt. Want houvast is fijn. Daardoor laten we kansen voor innovatie in het nieuwe systeem, voor oud vuil liggen.. Meer en vooral verschillende regels, overleggen, meetinstrumenten en rapportages. Een nieuw keurslijf is geboren, in een aantal gemeenten strakker dan tevoren. Maar wat stond er in uw visiedocument? Stond daar niet iets van vertrouwen of resultaatsturing? Ik voel mij verplicht om ook mijn behoefte aan controle te beheersen (ja toe dan toch maar) en ook anderen van hun handelen bewust te maken. Zelf begin ik klein: ik laat mijn man de boodschappen doen zonder lijstje … Tsja, ik neem risico, dus ik leef.

‘Alles moet morgen opgelost zijn’

De tweede vreemde gedachte is dat alles morgen opgelost moet zijn. Ik heb het over oplossingsgericht werken (de korte termijn staat centraal: zo snel mogelijk naar oplossing en afronding) versus resultaatgericht werken (je kunt aan het begin investeren om aan het eind goedkoper/beter uit te zijn). Het spanningsveld tussen dat wat de vernieuwers willen en dat wat de controleurs aankunnen maakt dat we eerder kiezen voor de snelle oplossing dan het duurzame resultaat. Een wijkteam dat drie keukentafelgesprekken voert met dezelfde burger, staat – bij wijze van spreken – binnen een week onder toezicht. Laten we ons sturen door incidenten? Trekken we al conclusies voordat we tijdens een zondagse wandeling onszelf eerlijk afvragen hoe erg het nou eigenlijk is? Of ingrijpen het beste is (en voor wie)? Want die drie gesprekken hebben er misschien wel toe geleid dat de burger zijn vraagstuk goed overziet, goed geďnformeerd is over (on)mogelijkheden en daarmee vanuit zelfregie aan de slag kan om zijn zelfredzaamheid en participatie te vergroten. En was juist dit niet het beoogde maatschappelijke effect? Ik hoef u niet voor te rekenen wat betaalbaarder is. Voorkom dit gevaar, vraag altijd naar het verhaal achter de cijfers en gebruik uw gezonde verstand. Spreek ons lerend vermogen aan. Durf te gaan wandelen; reflecteer en relativeer, ook door de week.

‘Alles is óf zwart óf wit’

De derde vreemde gedachte is dat alles óf zwart óf wit is, links óf rechts. De afgelopen jaren liepen de zorgkosten uit de hand. Nederland heeft in vergelijking met andere landen in de wereld een genereus zorgstelsel, zo is algemeen bekend. Nu gaan we hervormen en zie ik een beweging ontstaan naar het andere uiterste: iedereen moet inleveren en alle zorgtaken kunnen door de buurvrouw worden overgenomen. Ik krijg er buikpijn van, want dit was toch niet de intentie? Het gaat er toch om dat alleen de mensen die het echt nodig hebben, ook in de toekomst, zorg kunnen ontvangen. Het is dus niet zwart of wit, maar er zijn wel –noem eens een getal- vijftig tinten grijs. Dit grijs vertegenwoordigt voor mij een evenwichtig stelsel. Dat vraagt flexibiliteit en creativiteit van ons: gemakkelijker kunnen we het niet maken, wel leuker en beter. We zijn allemaal gelijkwaardig, maar gelukkig niet gelijk. Dan zou het pas een grijze massa worden.

Bent u een aanbieder en denkt u dat dit alleen over de gemeente gaat, dan heeft u het mis. Een systeem houdt zichzelf in stand. U bent er hoe dan ook onderdeel van. Klaag niet, maar pak die handschoen op en laat zien dat u in staat bent deze drie vreemde gedachten in ons aller voordeel te ‘verdraaien’.

Als we niet oppassen ondermijnen we de transformatie; daar begon ik mee. We passen op! We zijn er immers zelf bij. Mijn advies: vertrouw uw partner, ga (samen) wandelen en zoek 50 tinten grijs. Mocht dit onverhoopt zakelijk gezien niet helpen, dan koester ik de hoopvolle gedachte dat uw relatie er wellicht door opbloeit.

Judith Kippers

Nationale Kennistest Zorgwetten nu online!

Er is veel veranderd in de zorg. Maar weet je ook wat dit betekent voor de mensen die jij als professional helpt? Ken jij de ins en outs van de nieuwe zorgwetten?

Test nu jouw kennis en doe de Nationale Kennistest Zorgwetten!

De test richt zich op de vier zorgwetten:

  • de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo);
  • de Wet Langdurige zorg (Wlz);
  • de Zorgverzekeringswet (Zvw);
  • en de Jeugdwet.

Per wet test je, aan de hand van maximaal vijftien vragen jouw kennisniveau. Na afloop krijg je direct jouw score inclusief tips en adviezen om je kennis te vergroten.

De test is ontwikkeld voor professionals binnen het sociale domein, maar kan door iedereen worden ingevuld. De meerkeuzevragen gaan vooral in op de recente veranderingen in de wet- en regelgeving en de effecten daarvan op de praktijk van toegang.

Vooraf kies je van welke van de vier wetten je jouw kennis wilt testen. Het testen van één wet vraagt ongeveer 10-15 minuten van je tijd. Het is ook leuk om de test in het wijkteam te doen als kennissessie en samen de gegeven antwoorden te bediscussiëren, zo leer je de wetten en elkaar beter kennen.

Workshop Aanpak ter Voorkoming van Escalatie (AVE)

Ellen de Bruin (gemeente Leeuwarden) en Sanja Bouman (bureau HHM) hebben op 11 december een workshop gegeven over de Aanpak ter Voorkoming van Escalatie (AVE) op de bijeenkomst ‘Eerste hulp bij calamiteiten’.

Deze bijeenkomst werd georganiseerd door het landelijk project Integrale Aanpak en ging over verantwoordelijkheid, aansprakelijkheid en risicomanagement bij samenwerking in wijkteams.

Financiering ketenzorg dementie

Op verzoek van het ministerie van VWS heeft ActiZ ons gevraagd onderzoek te doen naar de financiering van de ketens dementie. Om de ketens dementie in 2015 op een goede manier te continueren en om te voorkomen dat er een extra taakstelling voor de wijkverpleging ontstaat, was het noodzakelijk om te weten welke middelen momenteel worden ingezet voor het in stand houden van de ketens.

In opdracht van ActiZ hebben wij een inventarisatie uitgevoerd bij alle dementienetwerken om antwoord te krijgen op de volgende vragen:

  • Hoeveel ketens dementie zijn momenteel in Nederland operationeel?
  • Welke activiteiten of werkzaamheden worden door de ketens dementie uitgevoerd?
  • Wat zijn de kosten die gemoeid zijn met deze activiteiten en werkzaamheden?
  • Met behulp van welke financieringsstromen en vanuit welke domeinen worden deze activiteiten en werkzaamheden betaald?

Bureau HHM ontwikkelt afwegingskader Wlz in samenwerking met Universiteit Twente

Het Ministerie van VWS vindt het van belang dat onafhankelijk, objectief en zoveel mogelijk op een landelijk uniforme manier wordt bepaald wie er toegang heeft tot zorg op grond van de Wlz. In opdracht van het Zorginstituut en het CIZ ontwikkelt bureau HHM samen met de Universiteit Twente het afwegingskader Wlz.

Blog Patrick Jansen: Transitie vraagt om keuzes en cultuuromslag

Genoodzaakt door de uit de hand gelopen zorgkosten moeten we de komende jaren een omslag maken van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’. De zelfredzaamheid en verantwoordelijkheid van burgers vormen hierbij het uitgangspunt. De menselijke maat moet terug in de zorg. Mooie termen waaraan we met elkaar de komende jaren inhoud moeten geven in de praktijk. Maar hoe doe je dat, waar begin je mee?

Door de grote omvang van de budgetkortingen is één ding duidelijk, het moet echt anders. En door de kortlopende overgangsregelingen moet het snel. Voor zorgorganisaties is er geen tijd voor grondig onderzoek en het maken van uitgebreide plannen. Het is van belang dat op bestuursniveau snel besluiten worden genomen en kaders worden vastgesteld waarbinnen de medewerkers aan de slag kunnen met de noodzakelijke veranderingen. Aan welke groep cliënten wil de organisatie zorg en ondersteuning bieden, waarop wil het zich onderscheiden van anderen en welke mate van zelfsturing krijgt het personeel hierbij?

Door de complexiteit van de veranderingen merken we dat de neiging bestaat om besluiten uit te stellen. Alles hangt met alles samen waardoor zorgorganisaties in de langdurige zorg te maken krijgen met zorgkantoren, zorgverzekeraars en gemeenten. Daarnaast veranderen de regels op landelijk niveau nogal eens als gevolg van de diverse lobby’s die worden gevoerd. Er is op onderdelen nog veel onduidelijk en dat zal de komende tijd ook nog wel blijven. Maar afwachten is geen optie. Besluiteloosheid leidt tot onrust. Door als zorgorganisatie een duidelijke visie uit te dragen en actief in contact te treden met zorgkantoren, zorgverzekeraars en gemeenten is het mogelijk om inbreng te hebben in de ontwikkelingen.

Van zowel cliënten(vertegenwoordigers) als medewerkers horen we dat ze het belangrijk vinden om te weten hoe de zorgaanbieder zich voorbereidt op de ontwikkelingen en zich hierbinnen positioneert. Zowel qua visie en inhoud, maar ook wat dit betekent voor het personeel. Gezien de noodzakelijke omslag zal niet iedereen binnen de organisatie deze verandering mee kunnen maken. Dit vraagt om duidelijkheid vanuit het bestuur naar de medewerkers en cliënten. Dit betekent veel praten met elkaar. Elkaar informeren over de beleidsmatige koers die is ingezet, de keuzes die de zorgorganisatie daarbij maakt en de consequenties voor de cliënten en het personeel.

Dit sluit aan bij de ervaringen die uit de evaluatie van de Experimenten Regelarme Instellingen (ERAI) naar voren komen die we voor brancheorganisatie ActiZ hebben verricht. Professionals zijn in staat om de noodzakelijke verandering tot stand te brengen, mits ze de noodzakelijke duidelijkheid, ruimte en coaching krijgen. De meeste tijd gaat zitten in het bereiken van de noodzakelijke cultuuromslag om te denken vanuit de eigen kracht van de cliënt. De experimenten tonen aan dat deze omslag zijn vruchten afwerpt. Het leidt tot meer tevredenheid bij cliënten en professionals, de kwaliteit van zorg verbetert en de kosten lijken te verminderen.

Het is een uitdaging om zorg te verlenen vanuit de eigen kracht van de cliënt. Om de aanwezige deskundigheid en potentie van de professionals anders te gebruiken en gezamenlijk de noodzakelijke veranderingen te realiseren. Om deze verandering tot stand te brengen, hebben we binnen bureau HHM op verschillende thema’s spellen ontwikkeld: zelfsturende teams, de basisbeginselen van de Wmo, het Sociaal Wijkteam, Samen voor de jeugd en het Zorg in de buurt-spel (www.veranderenmetspellen.nl). Spellen waarmee de deelnemers gezamenlijk op een ontspannende manier kennis delen, de dialoog aangaan en invulling geven aan de noodzakelijke veranderingen.
De noodzakelijke veranderingen vragen veel van alle betrokken partijen. Vanuit bureau HHM leveren we hieraan een bijdrage door op bestuurlijk niveau mee te denken en te adviseren om snel beslissingen te nemen en de koers uit te zetten. En door begeleiding bij verandertrajecten en de inzet van concrete instrumenten op tactisch en operationeel niveau. Vanuit de overtuiging dat we met elkaar de zorg en ondersteuning voor mensen die het nodig hebben, kunnen behouden en verbeteren.

dr. Patrick Jansen (p.jansen@hhm.nl)

Inhiberen van heuristieken? Een voorwaarde voor werkelijke kanteling in het sociale domein

Wat mij het meest is bijgebleven van de verhuizing van Amsterdam naar Twente, als jongetje van 11 jaar, was het afscheid van Tante Stoffer. Tante Stoffer was onze hulp in de huishouding. Nog altijd weet ik niet of we haar bij haar werkelijk naam aanspraken, of dat we een passende bijnaam bezigden. Als kinderen van werkende ouders werden mijn zusjes en ik regelmatig uit school opgevangen door deze alleskunner. Met terugwerkende kracht denk ik dat zij het gezin draaiende hield, terwijl vader en moeder bezigheden buitenshuis hadden. Niet alleen met dweil, stoffer en blik; maar ook met thee, kleurpotloden en aandacht.

Ook na de verhuizing waren er altijd Tantes Stoffer in huize Dam. Ik geloof niet dat ik mijn ouders ooit heb betrapt op schoonmaakwerkzaamheden. Steeds wisten mijn ouders een oplossing te creëren voor het wekelijkse onderhoud aan de huisraad. Ook nu nog organiseert mijn moeder, inmiddels weduwe van halverwege de 80, haar eigen huishouden, zonder daar zelf noemenswaardig actief in te zijn.

Wie schetst mijn verbazing toen zij, nadat haar vaste hulp door een ernstige ziekte geveld definitief afhaakte, bij de gemeente een indicatie ‘Hulp bij het Huishouden’ aanvroeg en kreeg. Ineens hoefde mijn oude moeder blijkbaar niet meer zelf na te denken over een oplossing, dat doet de gemeente voor haar. Een simpel briefje, verkregen na een kort gesprekje met een vriendelijke mevrouw van de gemeente, was voldoende. Gelukkig vond mijn moeder dat maar niks; afwachten wie er straks komt, terwijl ze haar hele leven gewend is overal de regie over te hebben. Dat briefje heeft ze maar weggedaan en via kennissen in de seniorenflat waar ze woont, iemand bereid gevonden de vacature als vaste hulp te vervullen. Toch maar mooi de eigen verantwoordelijkheid behouden.

Maar wat maakte nu dat die vriendelijke mevrouw van de gemeente niet door had dat mijn oude moeder helemaal niet geholpen wil worden door een briefje met een verwijzing naar een grote zorgorganisatie? In het Wmo Magazine van december 2013 (zevende jaargang, nummer 6) lees ik het mogelijke antwoord. Twee opleidingsadviseurs beschrijven hoe belangrijk het is om snel in het ‘keukentafelgesprek’ de indicatieregels duidelijk te stellen en de wet- en regelgeving te volgen. Twee wetenschappers wijzen vervolgens op de gevaren van ‘heuristieken’. Jawel, mooi woord. Heuristieken zijn ingesleten patronen die ons helpen grote hoeveelheden informatie snel te verwerken. Professionele intuďtie dus.

Wat moet er nu gebeuren om in die keukentafelgesprekken een werkelijke kanteling in het handelen van de consulent te bewerkstelligen? Om alle ruimte te benutten die er is voor een andere uitkomst dan het wel of niet toekennen van een voorziening? Misschien moeten we juist de indicatieregels versoepelen, of helemaal loslaten; zodat de consulent veel meer vanuit de situatie van de individuele burger kan redeneren. En misschien moeten we die lastige heuristieken wel leren te temmen, als een soort sociale dompteur de heuristieken beteugelen, afremmen, inhiberen.

Maar hoe doen we dat? Hoe kunnen we daadwerkelijk een blijvende verandering in het sociale domein realiseren? De kansen daarvoor zijn met de aanstaande decentralisaties nog nooit zo groot geweest. Gemeenten denken intensief na over nieuw beleid, gebaseerd op nieuwe uitgangspunten (zelfredzaamheid in plaats van beperkingen) en met nieuwe uitkomsten (resultaten in plaats van uren en activiteiten). Nu de professional nog… Die zal echt moeten leren op een andere manier naar de cliënten te kijken, veel meer met de individuele burger als ijkpunt en met de handen op de rug. Ik hoorde eens een hoogleraar verzuchten dat het mogelijk wel een hele generatie afgestudeerde hulpverleners vergt, voordat alle protocollen en richtlijnen zijn aangepast en uit het gedrag van de consulenten zijn verdwenen.

Hoe leren we de consulenten aan de keukentafel werkelijk te kijken naar de individuele burger en de mensen in het netwerk daar om heen? Hoe kunnen zij de talenten en ambities van de individuele burger aansporen om de verhouding draaglast/draagkracht te verbeteren? Hoe kunnen zij helpen een routekaart op te stellen die de burger en zijn naastennetwerk energie geeft om vooruit te komen en die zijn levenskwaliteit vergroot? Binnen bureau HHM hebben we daarvoor een model in ontwikkeling. We noemen het Levenskracht, omdat dat precies is waar het om gaat.
Ik weet wat nodig is om heuristieken te inhiberen: een flinke dosis Levenskracht voor iedere kwetsbare burger!

Nico Dam

Meer weten over het Levenskrachtmodel van bureau HHM? Bel met Judith Kippers of Nico Dam, 053 433 0548.